Skip to content
Veerle Baert
Veerle Baert

  • Home
  • Wie ben ik?
  • Mijn mondelinge en schriftelijke vragen
    • 2026
      • Kwartaal 2 – 2026
      • Kwartaal 1 – 2026
    • 2025
      • Kwartaal 4 – 2025
      • Kwartaal 3 – 2025
      • Kwartaal 2 – 2025
      • Kwartaal 1 – 2025
Veerle Baert

Kwartaal 1 – 2026

Schoolmaaltijden

27/03/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Astrid De Bruycker

De vraag →

In Gent weten we al langer,  dankzij pioniersprojecten,  hoe belangrijk gezonde schoolmaaltijden zijn voor kinderen.
Tot juni 2026 krijgen kleuters in Gentse scholen een gratis maaltijd of zetten scholen in op verrijking (zoals het pimpen van de brooddoos). Gelijke onderwijskansen beginnen namelijk al van bij de schoolstart.

  • Hoeveel scholen en kleuters werden al bereikt?
  • Hoeveel kwetsbare kleuters werden al bereikt?
  • Hoeveel Vlaamse financiering versus co-financiering kon aangewend worden?
  • Wat is de stand van zaken richting volgend schooljaar?
Het antwoord →

Beste raadslid, 

Bedankt voor uw interesse voor het project gezonde voeding voor kleuters op school, waar de Stad Gent een uitgesproken beleidskeuze rond maakt. Dit kan immers een grote gezondheidsimpact hebben op een groot aantal kinderen. We hebben in Gent de voorbij jaren al belangrijke ervaring hierover opgedaan met het LEOS project.  Schooljaar 2025-2026 is eerder een overgangsjaar om nadien verder op te schalen.  

In schooljaar 2025-2026 waren er op basis van de Vlaamse projectoproep 2 instapmomenten: september 2025 en januari 2026. 

In totaal zetten momenteel 26 Gentse kleuterscholen van de verschillende onderwijsnetten in op gezonde voeding op school: 

  • Stap1: Van 1 september 25 tem 30 juni 26 stapten de 8 scholen die inzetten op Lekkers op school in op de subsidieoproep. Deze 8 scholen zetten in op gratis warme maaltijden, kortingen op warme maaltijden of verrijking.  
  • Stap2: Van 1 januari 26 tem 30 juni 26 stapten 18 nieuwe kleuterscholen in. Zij zetten in op verrijking, zoals gezonde aanvulling bij de brooddoos, gezonde tussendoortjes of een gezond ontbijt. Deze kleuterscholen zijn allen scholen die meer dan 50% leerlingen met sociale toeslag bij het groeipakket krijgen en die reeds een aanbod rond gezonde voeding op school hebben via Brooddoosnodig of Oog voor lekkers.  

In totaal worden nu 1993 kleuters bereikt, dat is 20% van alle Gentse kleuters. Het gaat om 769 kleuters in stap 1 en 1224 kleuters in stap 2.  

U vroeg ook hoeveel kwetsbare kleuters al bereikt werden. Voor het bepalen van kwetsbaarheid wordt de indicator ‘sociale toeslag bij het groeipakket’ gebruikt. De sociale toeslag binnen het Vlaamse Groeipakket (VUTG) is een maandelijkse, inkomensafhankelijke extra tegemoetkoming voor gezinnen met een lager inkomen. Stad Gent werkt hiervoor samen met het Agentschap Uitbetaling Groeipakket (VUTG). Van de 1993 kleuters in de 26 kleuterscholen die nu deelnemen, heeft 66% recht op een sociale toeslag bij het groeipakket.  

Graag duiden we ook de financiële omkadering van dit project. De Vlaamse subsidie in schooljaar 25-26 bedroeg in totaal 146.205,65 euro. Daar tegenover staat een cofinanciering vanuit Gent van 109.658,00 euro. 

Ondertussen zetten we belangrijke stappen richting volgend schooljaar.   

Op dinsdag 7 april lanceerde het Departement Zorg van de Vlaamse overheid hun projectoproep Gezonde voeding op school voor de termijn van 2026-2030 (voor 4 schooljaren). Daarbij werd het lokaal aandeel aan cofinanciering aangepast. Er wordt nog steeds een inzet van 170 euro per leerling verwacht, maar de Vlaamse subsidie bedraagt nu 136 euro per leerling en het lokaal aandeel 34 euro per leerling.  

Deze nieuwe gegevens werden nog verwerkt in het subsidiereglement dat op de gemeenteraad van april wordt voorgelegd ter goedkeuring. Scholen zullen van 1 mei tot en met 11 mei kunnen intekenen voor de subsidie gezonde voeding op school.  

Op 15 mei dienen we vanuit de stad een uitbreiding van de projectaanvraag in bij Vlaanderen op basis van de input van de scholen op het subsidiereglement.   In juni en juli zal de beslissing ter goedkeuring van de subsidies in het kader van het subsidiereglement voorgelegd worden aan het college van burgemeester en schepenen.


Pleegzorg

23/03/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Evita Willaert

De vraag →

Je wieg mag nooit je toekomst bepalen. Elk kind heeft recht op een warme thuis en een eerlijke start. Dat gaat over gelijke kansen en solidariteit. Dat is basis. 

Wanneer kinderen niet thuis kunnen wonen, zijn ze bijzonder kwetsbaar. Ze zoeken houvast en stabiliteit. Een pleeggezin kan hen dit nieuwe thuis bieden. Liefst zo dicht mogelijk bij hun eigen school, vrienden en vertrouwde omgeving. De stad Gent moet er zijn om kwetsbare kinderen te beschermen en pleeggezinnen voluit te steunen. Niet om het aan het toeval over te laten. Kinderen zijn geen dossiers die we verplaatsen. 

Vandaag zien we dat de stap naar pleegzorg voor veel inwoners nog groot is. Mensen weten niet waar te beginnen of zijn bang voor administratie. Tegelijkertijd zijn er te weinig opvangplaatsen beschikbaar. Pleeggezinnen staan onder druk. Dat zorgt voor gemiste kansen – voor kinderen die nood hebben aan een warme thuis én voor gezinnen die willen helpen maar ondersteuning missen. Gent mag niet aan de zijlijn blijven staan, maar moet een actieve rol opnemen. Dat deed ze ook door zich in 2019 te engageren als Pleegzorggemeente en samen te werken met Pleegzorg Vlaanderen. Door pleegzorg zichtbaar te maken, duidelijk te communiceren en gastvrije gezinnen de weg te wijzen. Zo worden drempels weggenomen voor wie wil helpen en krijgen kinderen meer kansen in hun vertrouwde omgeving. Dit is geen symbolisch label, maar een praktische en haalbare stap om zorg dichter bij huis te brengen. 

  1. In welke mate is de stad nog actief als Pleegzorggemeente?
  2. Ziet het college de mogelijkheid om samen een actieplan op te stellen dat past binnen de mogelijkheden van onze gemeente, om pleegzorg op een laagdrempelige manier bekend te maken?
  3. Is het bestuur bereid om informatiemateriaal (zoals brochures en posters) zichtbaar beschikbaar te stellen in openbare gebouwen zoals het [stadhuis/gemeentehuis], de bib en wachtzalen?
  4. Hoe zal de stad Gent zorgen voor actieve communicatie (via website, sociale media of het gemeentemagazine) zodat inwoners weten dat pleegzorg bestaat en waar ze terechtkunnen?
  5. Hoe ondersteunt het bestuur momenteel onze huidige pleeggezinnen?
Het antwoord →

Elk kind verdient het om in een veilige, warme omgeving op te groeien. Pleeggezinnen nemen hierin een bijzonder belangrijke rol op, zowel breed maatschappelijk als voor individuele kinderen die wegens diverse redenen nood hebben aan een tijdelijke veilige haven. 

In welke mate is de stad actief als pleegzorggemeente? 

Gent sinds 5 juli 2019 officieel Pleegzorggemeente. Dat label ontving de stad uit handen van Johan Van der Sypt, toenmalig directeur Pleegzorg Oost-Vlaanderen. Hij bedankte de Stad Gent voor de erkenning en de ondersteuning van pleegzorg en stelde dat Gent een belangrijke gemeente is, ‘in pleegzorgland’: zo’n 10% van de Vlaamse pleeggezinnen woont in Gent.    

Stad Gent helpt sindsdien samen met haar partners actief mee aan het bekendmaken van pleegzorg. Het label krijgt ook een plaats in het stadskantoor aan het Woodrow Wilsonplein. Als stad met het label ‘Pleegzorggemeente’ en als partner in het proefproject ‘Eén van ons’ beschouwen we het als onze opdracht om alle betrokkenen te ondersteunen en erkenning te geven, een netwerkfunctie op te nemen en het belang van pleegzorg uit te dragen via verschillende communicatiekanalen. Daarnaast is er ook een samenwerking rond de opvang en begeleiding van niet-begeleide anderstalige nieuwkomers, met een pleeg- en buddywerking, zodat er ook voor deze jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie een veilige context kan geboden worden. 

Eind 2024 telde Gent 320 pleeggezinnen, 370 pleegkinderen en 26 pleeggasten (volwassenen met een handicap of psychiatrische problematiek). 

Ziet het college de mogelijkheid om samen een actieplan op te stellen dat past binnen de mogelijkheden van onze gemeente, om pleegzorg op een laagdrempelige manier bekend te maken? 

De stad Gent treedt vandaag op als ondersteuner en partner van Pleegzorg Vlaanderen, een organisatie die werkt met steun van het Vlaams agentschap Opgroeien en die provinciaal georganiseerd is.  

Vanuit dat partnerschap ondersteunt de stad de zichtbaarheid en promotie van pleegzorg. We doen dit door middel van bekendmaking via diverse communicatiekanalen, alsook door activiteiten te stimuleren tijdens de Week van de Pleegzorg, samen met partners zoals het Huis van het Kind.  

We ondersteunen ook actief de communicatiecampagnes van Pleegzorg Vlaanderen, zoals bijvoorbeeld de grote campagne ‘Pleegzorg, een kunst’, die totems plaatste op plekken met veel passage, vb in musea. De kleurrijke campagne, getekend door illustrator Chrostin, legde de nadruk op de grote variatie van pleeggezinnen.  

Verder moedigen we handelaars en netwerken aan om affiches en folders te verspreiden.   

Is het bestuur bereid om informatiemateriaal (zoals brochures en posters) zichtbaar beschikbaar te stellen in openbare gebouwen zoals het [stadhuis/gemeentehuis], de bib en wachtzalen? 

De stad Gent stimuleert de verspreiding van affiches en folders via eigen kanalen, lokale handelaars en zelfstandigen, alsook via partners zoals het Huis van het Kind.  

Hoe zal de stad Gent zorgen voor actieve communicatie (via website, sociale media of het gemeentemagazine) zodat inwoners weten dat pleegzorg bestaat en waar ze terechtkunnen? 

De stad Gent voorziet de bekendmaking van pleegzorg via de communicatiekanalen van de Stad Gent en van communicatie over activiteiten tijdens de week van de Pleegzorg via Huis van het Kind.   

Hoe ondersteunt het bestuur momenteel onze huidige pleeggezinnen? 

De stad Gent ondersteunt pleeggezinnen op verschillende manieren.  

Zo is er de automatische toekenning van een korting van 90% op buitenschoolse opvang. Daarnaast worden de pleeggezinnen op geregelde tijdstippen ontvangen om hen te bedanken en erkenning te geven aan hun belangrijke maatschappelijke rol.   De stad zet zich ook in als partner van het project ‘Eén van ons’. Dit project zet in op de ontwikkeling van een lokaal vangnet van geëngageerde ouders in Gentse scholen. Op die manier kunnen kinderen in nood tijdelijk bij een ander gezin uit het schoolnetwerk terecht, waardoor hun schoolcontext stabiel blijft. Dit project startte in februari 2025 met 11 scholen van de Connected-groep en werd al uitgebreid naar 28 scholen. We blijven dit project als partner mee ondersteunen. 


Herstelbedden daklozen in het Leeuwenhof te Drongen

20/03/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Astrid De Bruycker

De vraag →

De herstelvoorziening  Het Leeuwenhof in Drongen biedt 16 kamers met basisfaciliteiten (bureau, zitruimte, tv) en is gericht op herstel na een ziekenhuisopname, specifiek voor daklozen die zorg nodig hebben.
Het Gentse OCMW werkt sinds eind april 2023 samen met vzw Presbyterium Gandae om vijf herstelbedden te voorzien in het Leeuwenhof in Drongen.
Dit initiatief biedt daklozen die na een ziekenhuisopname nog moeten herstellen een plek om op adem te komen, begeleiding te krijgen en stappen te zetten richting een stabieler leven.

  1. Hoeveel personen hebben sinds de opstart in april 2023 gebruik gemaakt van de herstelbedden in het Leeuwenhof, en wat is de gemiddelde verblijfsduur?
  2. Hoeveel van deze personen zijn na hun verblijf doorgestroomd naar een meer stabiele woonsituatie (semi-regulier of regulier) en wordt dit systematisch opgevolgd?
  3. Welke structurele samenwerking bestaat er tussen de Gentse ziekenhuizen, het OCMW en de betrokken vzw’s om te vermijden dat daklozen na ontslag rechtstreeks terugkeren naar de straat?
Het antwoord →
  1. Hoeveel personen hebben sinds de opstart in april 2023 gebruik gemaakt van de herstelbedden in het Leeuwenhof, en wat is de gemiddelde verblijfsduur?

De Stad Gent zet vanuit het geïntegreerd plan voor het beëindigen van dakloosheid (het ROOF-actieplan) in op drie pijlers: preventie van dakloosheid, opvang en huisvesting met begeleiding. Het Opvang & Oriëntatie centrum “Leeuwenhof”, in samenwerking met Presbyterium Ganda, is een van de opvangvoorzieningen.  

Op de site in Drongen worden 17 mensen met complexe zorgnoden en een geschiedenis van dakloosheid opgevangen en begeleid. Sinds 1 juni 2023 is er ook een opvangmogelijkheid voor vijf dakloze personen die moeten herstellen na een medische ingreep/ziekte.  

Er verbleven in totaal 61 mensen in het herstelverblijf sinds de start in juni 2023. 

De gemiddelde verblijfstermijn bedroeg 89 dagen. 

  •  Hoeveel van deze personen zijn na hun verblijf doorgestroomd naar een meer stabiele woonsituatie (semi-regulier of regulier) en wordt dit systematisch opgevolgd?

De belangrijkste doelstelling tijdens het verblijf is een verder medisch herstel. Daarom heeft elke bewoner een begeleidingsteam, bestaande uit verschillende zorgverleners en aangestuurd door een ‘zorgregisseur’. 

Bijkomend wordt er gezocht naar een structurelere oplossing voor het woonprobleem. Voor een minderheid van de bewoners lukt het om een oplossing te vinden. In het herstelverblijf kunnen ook mensen zonder wettig verblijf terecht. Een structurele oplossing kan voor hen ook liggen in het bekomen van een verblijfsrecht of terugkeer/doormigratie. 

In de laatste tabel verwijzen we naar het aantal personen dat ofwel een structurele woonoplossing heeft gevonden, ofwel kan doorstromen naar een zorgvoorziening waar permanent gewoond kan worden (assistentiewoning, woonzorgcentrum of initiatief van beschut wonen) of een opvangvoorziening van waaruit perspectief kan geboden worden naar een structurele oplossing (bijvoorbeeld tijdelijke doorstroom naar O&O Leeuwenhof, van waaruit men aan een structurele woonoplossing werkt). 

Periode # cliënten # cliënten met woon(zorg)oplossing 
juni-dec 2023 12 4 
2024 18 6 
2025 24 6 
jan-maart 2026 7 2   
  • Welke structurele samenwerking bestaat er tussen de Gentse ziekenhuizen, het OCMW en de betrokken vzw’s om te vermijden dat daklozen na ontslag rechtstreeks terugkeren naar de straat?

Elke bewoner heeft een begeleidingsteam onder leiding van een “zorgregisseur”. Een huisarts en andere zorgverstrekkers zijn bij bewoners van het herstelverblijf deel van hun begeleidingsteam. De focus ligt op een verder medisch herstel. Er wordt daarvoor maximaal ingezet op aansluiting bij de reguliere zorg.  

Bijkomend wordt er gezocht naar een structurelere oplossing voor het woonprobleem. Het begeleidingsteam rond de cliënt gebruikt de tijd in het herstelverblijf om mogelijke oplossingen voor het woonprobleem te verkennen (welke aard van wonen is gepast voor de cliënt?), drempels naar een oplossing weg te werken (bijvoorbeeld zorgen voor een inkomen en in orde brengen van documenten), installeren van de nodige zorg die nodig zal zijn in de toekomst (bijvoorbeeld huishoudhulp en verpleging) en de bewoner te helpen met de moeilijke zoektocht naar een aangepaste en betaalbare woning. 


Groepswerkingen Pannestraat in kader van winterplan

20/03/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Astrid De Bruycker

De vraag →

Het inloopcentrum Pannestraat van CAW Oost-Vlaanderen biedt een laagdrempelige ontmoetingsplaats voor mensen in kwetsbare situaties.
Daarnaast wordt in het gebouw sinds het najaar van 2025 een groepsaanbod georganiseerd, gericht op daklozen. 

  1. Hoeveel en welke groepswerkingen hebben er de voorbije maanden plaatsgevonden?
  2. Hoeveel unieke deelnemers telden elk van deze groepswerkingen? 
  3. Met welke partners werkte de stad/het OCMW hiervoor samen? 
  4. Hoe worden de groepswerkingen geëvalueerd? Hoe zou de schepen het resultaat van deze werkvorm omschrijven?
Het antwoord →

We schetsen eerst de aanleiding voor de oprichting van groepssessies in inloopcentrum De Pannestraat. Sinds najaar 2024 merken we een verhoogde instroom van erkend vluchtelingen. Het gaat om mensen die vrij snel een positief antwoord kregen op hun verzoek tot internationale bescherming, bijvoorbeeld Eritrese vluchtelingen die het totalitaire regime in hun thuisland ontvluchten. Ze hebben, na het verlaten van de opvang, onvoldoende tijd en middelen om huisvesting te vinden, waardoor we meer dak- en thuisloosheid zagen. 

Midden 2025 zijn we ondermeer omwille van deze vaststellingen gestart met de uitwerking van een ‘versterkt winterplan’, dat in het najaar van 2025 in voege ging. Bedoeling was om zoveel mogelijk een antwoord te bieden op de acute dakloosheid van, onder meer, erkend vluchtelingen. Het plan omvat verschillende pijlers:  

  • Een coördinator leidt alles in goede banen en werkt structurele oplossingen uit. 
  • We zorgen tijdelijk voor meer opvang. Het gaat om degelijke, kwalitatieve opvang waar mensen twee weken kunnen verblijven, waardoor ze meer mentale ruimte hebben om in te zetten op andere levensdomeinen. Hieraan is begeleiding gekoppeld, om het traject uit dakloosheid vorm te geven. 
  • We breiden het Project Leegstand uit met 20 extra doorgangswoningen, goed voor 60 plaatsen. Ook aan dit verblijf van 6 maanden is begeleiding gekoppeld. 
  • We bieden groepssessies aan en zetten hierbij sterk in op taallessen, mentaal welzijn, digicoaching en huisvesting zoeken. 

Het is over die laatste maatregel dat voorliggende vraag gaat. We merken een zeer groot engagement tot inburgering en het aanleren van het Nederlands bij de groep van erkend vluchtelingen. Met deze groepswerkingen bieden we een laagdrempelig aanbod met impact op tal van levensdomeinen: huisvesting, welzijn, werk, communicatie, computervaardigheden,… 

Op 19 november 2025 gingen de groepswerkingen van start. Het aanbod richt zich naar alle erkend vluchtelingen en vormt een opstap naar de start van het inburgeringstraject (NT2). Er is een open en gesloten aanbod. Bij het open aanbod worden de unieke deelnemers per sessie niet opgenomen. We geven dan wel het bereik mee per sessie. 

  1. Hoeveel en welke groepswerkingen hebben er de voorbije maanden plaatsgevonden?
  2. Hoeveel unieke deelnemers telden elk van deze groepswerkingen?
  3. Met welke partners werkte de stad/het OCMW hiervoor samen?
    Partners 
Taalbad 0.0 voor personen die geen Nederlands, noch contacttaal kunnen – ook analfabetisme aanwezig  + doorschuif mogelijk naar een volgende groep vanaf niveau A.1. (Conversatietafel bij Amal) Van nov-jan: 1x/week Van nov-jan: 1 groep en sinds feb 2 groepen van +/- 15 personen/groep  Vluchtelingenwerk Vlaanderen   Amal  CAW Oost-Vlaanderen 
Laagdrempelige doe-activiteiten, tegelijk informele oefenkans Nederlands  Aparte vrouwenwerking     Gemengde groep (m/v/x)          Vluchtelingenwerk Vlaanderen, OCMW Gent     Amal   Dienst Ontmoeten & Verbinden 
Infosessie huisvesting zoeken en digicoaching  + individueel opvolggesprek ikv huisvesting    Aanmelding Centraal inschrijvingsregister sociaal wonen (CIR) bij wens om op langere termijn in Gent te blijven    Digicoaching (mailbox aanmaken, itsme installeren, …) Tweewekelijks sinds opstart Gemiddeld 15 personen/infosessie OCMW Gent  Dienst wonen (Woonwijzer)  Ateljee vzw (digicoaching)   CAW Oost-Vlaanderen 
Psychologische hulp  Mind-Spring (traject van 6 weken) via CAW  Groepsprogramma rond mentaal welzijn in het Nederlands en Tigrinya. Rond alle aspecten van mentaal welzijn met bijzondere aandacht voor: traumatische gebeurtenissen, migratie en veerkracht.           CAW Oost-Vlaanderen  Privé psycholoog ism Erigent & Amal 
  • Hoe worden de groepswerkingen geëvalueerd? Hoe zou de schepen het resultaat van deze werkvorm omschrijven? 

De nood aan een dergelijke werking was groot. Zodra we van start gingen met de sessies was zo goed als elke sessie meteen volzet. We zien een heel groot engagement bij de deelnemers. Ze willen vooruit in het leven. Door deze gemotiveerde groep een opstap te bieden, krijgen ze kansen op verschillende levensdomeinen en vermijden we een neerwaartse spiraal door langdurige dakloosheid. Deze groepswerkingen vormen, samen met de woonbegeleiding en de maatschappelijke begeleiding die we aanbieden bij de opvang- en woonvormen, daarom een essentieel deel van het versterkt winterplan.  


Problematiek Bijgaardepark

13/03/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Bram Van Braeckevelt

De vraag →

Het Bijgaardepark is een belangrijke groene ontmoetingsplek in Sint-Amandsberg. Het park combineert natuur, speelzones en erfgoed, onder meer via het behoud van de oorspronkelijke spantstructuur van de oude fabriek. De nominatie voor de Publieksprijs Publieke Ruimte 2025 benadrukt deze waarde.

Tegelijk stellen we vast dat de toegankelijkheid en het veiligheidsgevoel in het park verbetering vragen.

Tijdens regenweer is de Sporewegel, die toegang biedt tot het wijkgezondheidscentrum, moeilijk begaanbaar door plassen en drassige ondergrond. Dit vormt een drempel voor personen met beperkte mobiliteit, ouders met kinderwagens en ouderen met een rollator. Toegang tot gezondheidszorg mag niet afhankelijk zijn van weersomstandigheden.

Daarnaast geven verschillende buurtbewoners aan dat zij het park ’s nachts mijden door de beperkte verlichting.

  1. Is het stadsbestuur op de hoogte van de toegankelijkheidsproblemen ter hoogte van de Sporewegel?
  2. Zijn er plannen om dit pad structureel te verharden of te heraanleggen met waterdoorlatende en rolstoeltoegankelijke materialen? 
  3. Wordt bij (her)aanleg van parken standaard rekening gehouden met integrale toegankelijkheid, ook in natte weersomstandigheden?
  4. Is er een evaluatie gebeurd van de huidige verlichting in het park?
  5. Wordt onderzocht of aangepaste of uitgebreidere verlichting kan bijdragen aan een verhoogd veiligheidsgevoel tijdens de avond en nacht?
Het antwoord →

1. Is het stadsbestuur op de hoogte van de toegankelijkheidsproblemen ter hoogte van de Sporewegel?

De Groendienst is op de hoogte van de plasvorming tijdens nat weer op de Sporewegel. De uitbreiding van het park, inclusief de omgeving van het WGC en de co-housing, werd pas eind 2025 definitief opgeleverd; in de periode tussen voorlopige en definitieve oplevering is duidelijk geworden dat de kwaliteit van de huidige verhardingen op de Sporewegel niet optimaal is voor het aantal en de variëteit aan gebruikers. Door de combinatie van materialen op dit tracé, blijft het water op bepaalde plaatsen staan op de paden bij nat weer. 

 2. Zijn er plannen om dit pad structureel te verharden of te heraanleggen met waterdoorlatende en rolstoeltoegankelijke materialen? 

De Groendienst plant om in 2027/2028 de noodzakelijke verbeteringswerken en vernieuwingen uit te voeren aan de paden in het Bijgaardepark. De Sporewegel zit mee in de scope van deze vernieuwing van de padenstructuur.

3. Wordt bij (her)aanleg van parken standaard rekening gehouden met integrale toegankelijkheid, ook in natte weersomstandigheden?

Bij de heraanleg van openbare ruimtes wordt maximaal rekening gehouden met integrale toegankelijkheid, voor groenzones wordt de materiaalkeuze afgewogen in relatie tot gebruik, waarden van de groenzone, toegankelijkheid. Dit wil niet zeggen dat alle paden een volle verharding krijgen. Waar mogelijk kiezen we voor een integraal toegankelijke waterdoorlatende halfverharding. Nieuwe parkontwerpen worden besproken op het IKZ-overleg waar ook de toegankelijkheidsambtenaren advies geven. De uitbreiding van het Bijgaardepark en de bouw van de co-housing, op terreinen van de voormalige Malmarsite, werd geïnitieerd en opgevolgd door SoGent. De stadsdiensten waren betrokken bij het voortraject en de uitvoering van de werken. Specifiek in het Bijgaardepark is er een volledig nieuwe invulling (bewoning in de co-housing én WGC) geënt op een bestaande park-infrastructuur. Enkel het pad naar de Nijverheidsstraat zat in de scope van de opdracht van de parkuitbreiding om te vernieuwen, omdat die als brandweertoegang fungeerde tot de nieuwe woonontwikkeling

4. Is er een evaluatie gebeurd van de huidige verlichting in het park?

De bestaande verlichting in het Bijgaardepark werd recent grondig geëvalueerd in overleg met de Groendienst, een vleermuisexpert, de bewoners van de cohousing, de coördinator van het wijkgezondheidscentrum en het kabinet van Schepen Vandenbroucke. Hierin werd nagegaan of en waar bijkomende verlichting wenselijk zou zijn.

 5. Wordt onderzocht of aangepaste of uitgebreidere verlichting kan bijdragen aan een verhoogd veiligheidsgevoel tijdens de avond en nacht?

Uit de verschillende overlegmomenten tijdens de evaluatie blijkt dat extra verlichting in het park zelf niet mogelijk is. Het Bijgaardepark is een erkend leefgebied voor verschillende vleermuissoorten, waarvoor bindende natuurvoorwaarden gelden. Bijkomende lichtbronnen zouden het uitvlieg- en foerageergedrag van deze beschermde soorten verstoren. De stad is wettelijk verplicht deze voorwaarden te respecteren, waardoor extra verlichting uitgesloten is. Hoewel bijkomende verlichting in het park niet mogelijk is, werden alternatieven die bijdragen aan een verhoogd veiligheidsgevoel wel onderzocht. Op vlak van verlichting werd een oplossing voorgesteld ter hoogte van de trap met laag-geplaatste wandarmaturen op de bestaande keermuur. Deze zorgvuldig gekozen verlichting heeft geen impact op het uitvliegen van de vleermuizen. Door deze trap langs de Sporewegel gericht uit te lichten verminderen we het risico op struikelen. Dit is de enige locatie waar verlichting kan worden toegevoegd zonder de geldende natuurvoorwaarden te schenden. Fluvius verwerkt deze oplossing nu in een ontwerp.


Handypark in Gent (opvolgvragen)

13/03/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →
  1. Wanneer staat de uitrol bij het HandyPark platform gepland?
  2. Hoe zal het gemeentebestuur burgers informeren over het bestaan van de app? Worden er infodagen georganiseerd om burgers te helpen bij het installeren van de app?
  3. Zal het gemeentepersoneel geïnformeerd worden over het bestaan en het gebruik van de app?
  4. Zullen onze vrijwilligers, die vaker in contact komen met personen met een handicap, een vorming krijgen over het gebruik van de app? Hoe gaan jullie dit organiseren?
  5. Hoe zorgen we ervoor dat burgers duidelijk geïnformeerd worden over de combinatie van digitale registratie en de blijvende noodzaak om de fysieke parkeerkaart zichtbaar achter de voorruit te leggen?
  6. Wat zijn de specifieke lokale parkeerregels voor houders van een parkeerkaart voor personen met een handicap in onze gemeente (bijvoorbeeld in blauwe zones, Shop&Go plaatsen, op voorbehouden plaatsen), en hoe verhouden deze zich tot de HandyPark registratie?
Het antwoord →

Geacht raadslid

Hieronder bezorg ik u het antwoord van schepen Vandenbroucke op uw hogervermelde schriftelijke vraag:

 1/ Wanneer staat de uitrol bij het HandyPark platform gepland?
  De koppeling met Handypark is gepland voor juni 2026. Op voorwaarde dat de nodige aanpassingen in de handhavingssoftware uitgevoerd zijn. Op dit moment ondervinden we technische problemen tussen onze systemen en de handhavingssoftware. Er zijn aanpassingen nodig bij de leverancier van de handhavingssoftware.
 
  2/ Hoe zal het gemeentebestuur burgers informeren over het bestaan van de app? Worden er infodagen georganiseerd om burgers te helpen bij het installeren van de app?
  Er worden geen algemene infodagen georganiseerd voor alle houders van een parkeerkaart voor personen met een handicap. Wel voorzien we de volgende ondersteuning:

  • Hulp bij registratie en eerste aanmelding zonder afspraak bij Gentinfo en de Digipunten.
  • Hulp op afspraak bij het Mobiliteitsbedrijf.
  • Bij problemen kan via Gentinfo meestal snel een afspraak bij het Mobiliteitsbedrijf gemaakt worden.
  • Na de uitrol komt er een ruime overgangsperiode. In deze periode krijgen niet-geregistreerde nummerplaten geen retributie. Wel laten we een nepretributie achter op voertuigen met een fysieke parkeerkaart die nog niet in Handypark geregistreerd zijn. Deze kaart legt uit wat Handypark is en hoe men zich kan registreren.
  • Er komt een algemene flyer bij Gentinfo en tijdens de zitdagen van de FOD Sociale Zekerheid in het stadskantoor.
  • De organisaties van de stedelijke adviesraad voor personen met een handicap[OS2]  hebben al een communicatiekit ontvangen om hun achterban te informeren.
  • Er volgt ook een algemene communicatiecampagne.

3/ Zal het gemeentepersoneel geïnformeerd worden over het bestaan en het gebruik van de app?
  Ja, dit is reeds gebeurd en de opleiding zal op regelmatige tijdstippen herhaald worden.
  
 4/ Zullen onze vrijwilligers, die vaker in contact komen met personen met een handicap, een vorming krijgen over het gebruik van de app? Hoe gaan jullie dit organiseren?
  
  De afspraak is dat vrijwilligers van de Digipunten geïnformeerd zullen worden door de collega’s die deze begeleiden en organiseren.
  
 5/ Hoe zorgen we ervoor dat burgers duidelijk geïnformeerd worden over de combinatie van digitale registratie en de blijvende noodzaak om de fysieke parkeerkaart zichtbaar achter de voorruit te leggen?
  
  Via de algemene communicatiecampagne, de nepretributieflyer en de algemene flyers. Verder ook via onze website en uiteraard zal ons annulatiebeleid aangepast worden.
  Tenslotte zal er een uitgebreide overgangsperiode zijn waarbij de registratie van handypark niet verplicht is. Bij niet-geregistreerde nummerplaten zullen wij een informatieflyer (of anders genoemd: een nepretributie) achterlaten.
  
 6/ Wat zijn de specifieke lokale parkeerregels voor houders van een parkeerkaart voor personen met een handicap in onze gemeente (bijvoorbeeld in blauwe zones, Shop&Go plaatsen, op voorbehouden plaatsen), en hoe verhouden deze zich tot de HandyPark registratie?
  
  Handypark verandert niets aan de huidige parkeerregels voor personen met een handicap. De regels kan u hier terugvinden: https://stad.gent/nl/mobiliteit-openbare-werken/parkeren/parkeren-voor-minder-mobiele-personen
  Op termijn moet je enkel je nummerplaat registreren in Handypark om gratis te kunnen parkeren op betalende parkeerplaatsen. 
  Let op: voorbehouden parkeerplaatsen en blauwe zones vallen niet onder Handypark.


Hotelopvang voor daklozen

11/03/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Astrid De Bruycker

De vraag →

Ieder jaar vanaf midden november tot eind maart start het winterplan voor daklozen. 

Gezien de druk op de reguliere nachtopvang te groot werd, werd er, net als eerdere jaren, hotelkamers ingeschakeld. Hotelopvang is weliswaar nog altijd opvang, maar toch iets minder stresserend en iets menselijker dan de reguliere nachtopvang.

Dit biedt ook het voordeel dat de mensen er langer kunnen blijven, ook overdag. Ze moeten niet telkens de straat weer op. Dit biedt hen rust. 

  1. Hoe evalueert de schepen de afgelopen periode ? 
  2. Zal de schepen in de toekomst opnieuw hotelkamers aanbieden voor de opvang van daklozen ?     
Het antwoord →

Collega Baert, 

Bedankt voor uw vraag. Voor ik op de evaluatie van de hotelopvang in ga, wil ik hier – misschien tot vervelenstoe ?? – nog eens dit benadrukken: 

Ik wil een beleid voeren waarbij ik ga naar structurele oplossingen. Nachtopvang of hotelopvang aanbieden, doen we omdat het nodig is. Om als tussenstap te fungeren of om snel te kunnen schakelen – zoals afgelopen winter het geval was. We zagen een grote instroom van erkend vluchtelingen, mensen met een verblijfsstatuut, die klaar staan om deel te nemen aan de samenleving, maar dit onmogelijk kunnen doen vanuit dakloosheid. 

Dan nemen wij onze verantwoordelijkheid.  

Afgelopen winter hebben we een versterkt winterplan opgemaakt. Samen met andere maatregelen zoals de heroriëntering van een inloopcentrum en het inzetten van doorgangswoningen, hebben we opnieuw hotelopvang voorzien. 

Dat is opvang die er komt boven op de reguliere nachtopvang, die het hele jaar door ter beschikking is. 

De resultaten van die hotelopvang zijn opvallend. We hebben iets meer dan vier wintermaanden opvang voorzien voor 30 mensen in een hotel. Het verschil met de klassieke nachtopvang is groot: mensen konden er twee weken blijven, dag en nacht. Ze moesten dus niet elke ochtend opnieuw de straat op. 

Die opvang richtte zich bewust op de veelgebruikers van de nachtopvang. Dit zijn mensen in een zeer kwetsbare situatie, vaak al lange tijd dakloos. Door hen even uit die constante overlevingsmodus te halen, kregen ze de kans om op adem te komen. Tegelijk zorgde dit ervoor dat de reguliere nachtopvang ontlast werd en beschikbaar bleef voor wie die slechts af en toe nodig heeft. 

Die langere en stabielere opvang maakte echt een verschil. We zien dat mensen tot rust komen en opnieuw stappen zetten. Normaal is het bijzonder moeilijk om vanuit nachtopvang een traject richting duurzame huisvesting op te bouwen, omdat een stabiele basis ontbreekt. Hier zagen we dat net die extra stabiliteit wél beweging mogelijk maakt. 

De cijfers tonen dat ook. We hebben twee evaluaties georganiseerd: als de hotelopvang een maand bezig was en één op het einde.  [eind januari en eind maart] 

Er zijn stappen gezet op het vlak van wonen. 

Twee van de dertig mensen vonden intussen een structurele woonoplossing. Dat lijkt misschien niet veel, maar voor deze doelgroep — mensen die vaak al jaren dakloos zijn — zijn dat echt opmerkelijke resultaten. Daarnaast stroomde een gezin door naar langdurige opvang met begeleiding, en konden twee mensen terecht bij familie. 

Maar misschien nog belangrijker: iederéén zette stappen vooruit.  

Mensen hadden opnieuw meer vertrouwen, zochten vaker contact met hulpverlening en kwamen weer naar afspraken. Velen werden aangemeld voor vervolgtrajecten zoals CAW-opvang, sociale woningen of doorgangswoningen. 

We zagen ook vooruitgang op andere domeinen. Sommigen gingen actief op zoek naar werk, en één persoon vond zelfs een job. Administratie en financiën werden opnieuw opgenomen. En ook op vlak van gezondheid werden stappen gezet. Er werden meer doktersbezoeken ingepland en medische onderzoeken. 

We merken ook dat mensen minder verdovende middelen gebruiken, minder frustratie en stress ervaren, en meer ruimte voelen om vooruit te kijken. Voor mij, als schepen die ook bevoegd is voor gezondheid, is dat een bijzonder belangrijke vaststelling. 

Ook voor de hulpverleners is dit een sterk verhaal.  

De stabielere context zorgt voor betere samenwerking, meer diepgang in gesprekken en een grotere betrokkenheid van cliënten. Tegelijk blijft hun autonomie behouden: er zijn minder regels, ze hebben minder het gevoel in “hulpverlening” te zitten. En ze ervaren meer privacy. Dat zorgt dat hun eigenwaarde versterkt. Van daaruit zetten ze opnieuw stappen vooruit — en daar mogen we echt trots op zijn.   

Dat alles bevestigt voor mij één ding: we moeten blijven inzetten op structurele oplossingen. Maar zolang opvang nodig is, moeten we die zo kwalitatief mogelijk organiseren. De hotelopvang toont dat meer rust, privacy en tijd leiden tot echte vooruitgang


Toegankelijkheid Kapel Petit

04/03/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Bram Van Braeckevelt

De vraag →

In het hart van Drongen leeft een bijzondere plek – Kapel Petit, een culturele ontmoetingsplaats in de voormalige Sint-Jozefskapel, ook wel gekend als de Kapel van Pater Petit.

Wat begon als een klein initiatief is nu uitgegroeid tot een bruisend trefpunt waar kunst, cultuur, duurzaamheid en verbondenheid centraal staan.

Kapel Petit is een initiatief van vrijwillige buurtbewoners die samen de kapel nieuw leven inblazen – uit liefde voor de buurt en voor elkaar. De trap van de kapel is echter aan herstelling toe. 

De toegangstrap maakt functioneel en historisch onlosmakelijk deel uit van de kapel. De trap dient uitsluitend om de kapel te bereiken en heeft geen andere ontsluitende functie binnen het openbaar domein. Zonder deze trap is de kapel niet toegankelijk. Hoewel het kadaster de trap (foutief) aanduidt als stadseigendom, volgt de stad die interpretatie niet. 

Voor structurele herstellingen geldt het principe dat deze ten laste zijn van de eigenaar van het gebouw waarvoor de infrastructuur exclusief dient, in dit geval de kloosterorde die eigenaar is van de kapel. Dat maakt dat de stad niet kan instaan voor de herstellingskosten van de trap.

De vzw wil de kapel beter toegankelijk te maken. 

  • Bestaan er binnen de bestaande subsidieregelingen van de stad Gent mogelijkheden om de kapel toegankelijk te maken, rekening houdend met erfgoed- en omgevingsaspecten.
Het antwoord →

Beste Veerle

Bedankt voor je vraag. Toegankelijkheid is een absolute topprioriteit voor dit college. We kijken hiervoor zowel naar (stads)gebouwen, mobiliteit, huisvesting, taal, … 

Gezien de stad in dit dossier geen eigenaar is, kan ze helaas in deze niet tegemoetkomen in de eventuele kosten. Vanuit Gelijke Kansen bestaan er geen aparte subsidiekanalen die hiervoor aangewend kunnen worden. Wat we wel doen – conform de recente aandacht voor toegankelijke horeca – is gratis advies op maat aanbieden door onze toegankelijkheidsambtenaren. Dit gebeurde al eens in 2022, maar kan opnieuw overwogen worden.


Toegankelijkheid en netheid Dendermondsesteenweg

02/03/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Sofie Bracke

De vraag →

De Dendermondsesteenweg is een drukke en belangrijke invalsas van de stad, met veel bewoners, handelaars en passage. Het is dan ook belangrijk dat ze net, veilig en toegankelijk blijft.

Als buurtbewoners merken we namelijk dat er op verschillende plekken problemen zijn met enerzijds sluikstorten en zwerfvuil. Anderzijds zorgen ook hinderlijk geplaatste voertuigen, terrassen die uitdeinen of paletten en ander materiaal op het openbaar domein voor frustratie. Het maakt de straat minder aangenaam en kan de doorgang voor voetgangers, rolstoelgebruikers of kinderwagens bemoeilijken. We stellen dan ook graag volgende vragen om na te gaan hoe we ervoor zorgen dat de Dendermondsesteenweg een propere, veilige en toegankelijke straat blijft voor iedereen die er woont, werkt of langskomt.

  • Sluikstorten en zwerfvuil: 
    • Hoe evolueert de steenweg op de netheidsbarometer de voorbije 10 jaar? 
    • Welke maatregelen neemt de stad tegen sluikstorten en zwerfvuil op de Dendermondsesteenweg?
  • Hinderlijk geplaatste voertuigen en andere objecten zoals uitdijende terrassen, paletten, uitstallingen e.a. (zie foto’s): 
    • Is dit fenomeen bekend? Hoeveel klachten zijn er daarover de voorbije twee jaar binnengekomen? Hoeveel boetes uitgeschreven? 
    • Indien handelaars graag iets uitstallen voor hun zaak, dient dit vergund te worden?
  • Handhaving en inzetten op leefbaarheid: 
    • Worden er gerichte controles uitgevoerd in deze buurt? Zal het aantal controles worden verhoogd indien blijkt dat het aantal klachten de laatste jaren toegenomen is?
    • Zijn er andere acties in het kader van leefbaarheid die kunnen plaatsvinden in de buurt? Overweegt de stad specifieke sensibiliseringsactie(s)of buurtgerichte acties in deze wijk?
    • Hoe garandeert het stadsbestuur dat de Dendermondsesteenweg een nette, veilige en toegankelijke straat blijft voor bewoners, handelaars en voetgangers, gezien de zichtbare problemen met foutparkeren en afval?
Het antwoord →
  • Sluikstorten en zwerfvuil

De stedelijke netheidsbarometer wordt gebruikt om een algemeen beeld te krijgen van de netheid in de stad. Deze meting gebeurt op basis van een steekproef van 65 straten verspreid over Gent. Niet alle straten worden dus afzonderlijk gemeten.

Daardoor zijn de resultaten van de netheidsbarometer enkel beschikbaar op geaggregeerd niveau en niet per individuele straat. Bovendien maakt de Dendermondsesteenweg niet noodzakelijk structureel deel uit van de steekproefstraten.

De netheidsbarometer geeft dus vooral een algemeen beeld van de netheidsevolutie in Gent, eerder dan een straat-specifieke evolutie over meerdere jaren.

De stad zet op de Dendermondsesteenweg en in de ruimere wijk Dampoort in op een combinatie van reiniging, handhaving en sensibilisering.

Reiniging

De straat wordt intensief onderhouden door IVAGO:

  • afvalkorven worden vier keer per week geledigd;
  • manueel vegen gebeurt twee keer per week;
  • machinaal vegen gebeurt dagelijks, ook in het weekend (7 dagen op 7).

Hiermee wordt structureel ingezet op het beperken van zwerfvuil voor deze drukke invalsweg.

Handhaving en toezicht

De wijk Dampoort is voor de gemeenschapswachten een prioritaire wijk. Concreet betekent dit dat er minstens vier patrouilles per week plaatsvinden, aangevuld met gerichte rondes van gemeenschapswachten-vaststellers en specifieke sluikstortrondes.

Ook de politie besteedt aandacht aan de problematiek van sluikstorten en zwerfvuil in de wijk. Alle wijkdiensten, waaronder het commissariaat van Sint-Amandsberg, zetten jaarlijks extra in op deze problematiek tijdens twee specifieke actiemomenten:

  • in maart, in het kader van de Gentsche Gruute Kuis;
  • in oktober, tijdens de Handhavingsweek van Mooimakers.

Tijdens deze periodes worden met het wijkzorgteam van het commissariaat, al dan niet in samenwerking met andere partners zoals IVAGO, gerichte acties georganiseerd rond sluikstort en zwerfvuil. De Dendermondsesteenweg wordt daarbij systematisch meegenomen als controlelocatie.

Daarnaast is er ook binnen de reguliere wijkwerking aandacht voor deze problematiek. De buurtinspecteur en het wijkzorgteam volgen meldingen op, spreken overtreders aan en treden waar nodig handhavend op.

De politie stelt daarbij vast dat het achterlaten van kleiner zwerfvuil zoals blikjes of verpakkingen eerder afneemt, maar dat er een opkomende trend is waarbij volle vuilniszakken worden achtergelaten, vaak rond de bomen tussen de parkeerplaatsen. Dit kan een aanzuigeffect creëren voor bijkomend afval, waardoor hier extra op wordt gehandhaafd.

Sensibilisering

Gemeenschapswachten voeren daarnaast ook sensibiliserende acties uit tijdens patrouilles. Wanneer zij foutief aangeboden afval vaststellen, spreken zij bewoners aan of laten een kaartje achter met uitleg over de correcte aanbiedregels. In de wijk Dampoort leidde dit bijvoorbeeld tot 147 sensibiliserende contacten in 2024 en 359 in 2025.

  • Hinderlijk innames openbaar domein:

Bij de bevoegde diensten zoals de Dienst Inname Publieke Ruimte (IPR) en het Ondersteuningspunt Ondernemers Gent (OOG) kon men hierover geen klachten terugvinden. Op het kabinet is er één gekende klacht. Er zijn geen boetes uitgeschreven door de controleurs van IPR.

Uitstallingen moeten vergund worden.

  • Handhaving en leefbaarheid:

In de wijk Dampoort, en dus ook op en rond de Dendermondsesteenweg, worden reeds gerichte controles en patrouilles uitgevoerd door verschillende diensten. De gemeenschapswachten plannen er minstens vier patrouilles per week, aangevuld met specifieke rondes van gemeenschapswachten-vaststellers en gerichte sluikstortrondes. Ook de politie besteedt binnen haar wijkwerking aandacht aan de problematiek van sluikstorten, foutief aangeboden afval en hinder op het openbaar domein.

Daarnaast worden er op bepaalde momenten gerichte acties georganiseerd, bijvoorbeeld tijdens stedelijke of bovenlokale campagnes rond netheid, waarbij extra controles en sensibiliseringsacties plaatsvinden.

Binnen het team Regie Netheid wordt de situatie bovendien continu opgevolgd op basis van beschikbare data, zoals meldingen, vaststellingen op het terrein en signalen van bewoners of handelaars. Wanneer uit deze monitoring blijkt dat de problematiek in een bepaalde buurt of straat toeneemt of onvoldoende verbetert, kan er extra inzet worden voorzien, bijvoorbeeld door bijkomende sensibiliseringsacties, gerichte controles of versterkte samenwerking met partners zoals IVAGO, gemeenschapswachten en politie.

Netheid is een absolute prioriteit. De stad blijft daarom inzetten op een gerichte en data-gedreven aanpak, waarbij middelen en acties zoveel mogelijk worden afgestemd op de plekken waar de nood het hoogst is. Ook voor de Dendermondsesteenweg blijft de stad de situatie nauwgezet opvolgen en waar nodig bijkomende acties overwegen.

De stad zet in deze buurt reeds in op verschillende acties die bijdragen aan de leefbaarheid. Naast de structurele reiniging en handhaving worden ook sensibiliserings- en buurtgerichte acties georganiseerd.

Zo sluiten gemeenschapswachten en gemeenschapswachten-vaststellers regelmatig aan bij netheidsacties in de wijk, waarbij bewoners rechtstreeks worden aangesproken over correct afvalgedrag en meldingsmogelijkheden. In 2025 werd bijvoorbeeld een gerichte sensibiliseringsactie georganiseerd in verschillende straten in de buurt, waarbij 73 bewoners werden aangesproken.

Daarnaast zetten gemeenschapswachten tijdens hun reguliere patrouilles ook in op sensibilisering rond foutief aangeboden huishoudelijk afval. Wanneer overtredingen worden vastgesteld, spreken zij bewoners aan of laten zij een informatiekaart achter met uitleg over de correcte aanbiedregels.

Vanuit Regie Netheid werden in het verleden eveneens gerichte netheidsacties op en rond de Dendermondsesteenweg georganiseerd, waarbij onder meer handelaars werden aangesproken, bewoners geïnformeerd werden over meldingsmogelijkheden en peukenbakjes werden verdeeld. Ook werden huisbezoeken uitgevoerd om beter inzicht te krijgen in de lokale problematiek.

De stad blijft dergelijke buurtgerichte sensibiliseringsacties waar mogelijk ondersteunen, onder meer in samenwerking met lokale partners en diensten

Ook de politie neemt in dit kader deel aan gerichte sensibiliserings- en handhavingsacties, bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse actieweken rond netheid. Daarbij worden bewoners aangesproken, controles uitgevoerd en overtredingen waar nodig vastgesteld.

De stad zet op de Dendermondsesteenweg en in de ruimere wijk Dampoort in op een integrale aanpak waarbij verschillende stedelijke diensten samenwerken rond netheid, handhaving en leefbaarheid.

Voor wat betreft netheid gebeurt er een intensief onderhoud door IVAGO met frequente lediging van afvalkorven, manueel vegen en dagelijkse machinale reiniging. Daarnaast wordt via patrouilles van gemeenschapswachten en gemeenschapswachten-vaststellers ingezet op toezicht, handhaving en sensibilisering rond afval en sluikstort.

De wijk Dampoort is voor de gemeenschapswachten een prioritaire wijk, met meerdere patrouilles per week en gerichte acties zoals sluikstortrondes en sensibiliseringsacties.

Ook de politie draagt bij aan deze aanpak via de wijkwerking van het commissariaat Sint-Amandsberg. De buurtinspecteur en het wijkzorgteam volgen signalen van bewoners op en treden op tegen overtredingen waar nodig.

Ook handelszaken die de publieke ruimte innemen zonder de regels te respecteren, worden tijdens de wijkwerking aangesproken. In veel gevallen wordt de situatie onmiddellijk rechtgezet, al blijkt dat dit soms later opnieuw voorkomt.

Door deze combinatie van onderhoud, toezicht, handhaving en sensibilisering blijft de stad inzetten op een nette, veilige en toegankelijke Dendermondsesteenweg voor bewoners, handelaars en bezoekers. We proberen in de komende jaren ook door te werken in een eenheid van commando een nog efficiëntere dienstverlening te voorzien.

Voor wat betreft hinderlijke innames van het openbaar domein, bereidt IPR momenteel een actie voor samen met andere bevoegde diensten.

Vanuit Dienst Economie zal ook een communicatie verstuurd worden aan verkooppunten die eetwaren of dranken verkopen die zich lenen voor consumptie ter plaatse, om die zaken te wijzen op de verplichting om enerzijds een afvalkorf te voorzien en anderzijds de openbare omgeving in een straal van 10 meter net te houden. De dienst is op een andere locatie momenteel aan het testen welke aanpak en communicatie het beste werken.


Ontwikkeling S-gebouw

27/02/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

De omgeving rond het Sint-Pietersstation wordt vernieuwd. Zo zal er aan een nieuw plein, het Koningin Mathildeplein, aan de zuidzijde van het Sint-Pietersstation ook een nieuw gebouw ontwikkeld worden. Het S-gebouw.

Het S-vormige gebouw krijgt een gemengde invulling en zal ruimte bieden aan budgethuurwoningen, een hotel en een collectieve binnentuin.  Het projectgebied omvat de volledige noordelijke helft van het woonblok gelegen tussen (in klokwijzerzin, vertrekkende in het noorden) Sint-Denijslaan/Kon. Mathildeplein, Ganzendries, Reigerstraat en Voskenslaan.

  • De ontsluiting van de ondergrondse parking zal via de Ganzendries gebeuren. Waarom is er voor deze optie gekozen in plaats van de Voskenslaan die volgens het RUP en de wegencategorisering logischer lijkt?
  • Hoe beoordeelt de stad het feit dat voor het hotel slechts drie autoparkeerplaatsen worden voorzien?
  • Wat is de visie van de schepen op de verhouding hotel vs. wooneenheden?
Het antwoord →

De ontsluiting van de ondergrondse parking zal via de Ganzendries gebeuren. Waarom is er voor deze optie gekozen in plaats van de Voskenslaan die volgens het RUP en de wegencategorisering logischer lijkt?  

De keuze voor een ontsluiting via de Ganzendries is gebaseerd op een mobiliteitsanalyse die werd uitgevoerd in het kader van de verkavelingsaanvraag voor het project S-gebouw en het Koningin Mathildeplein. 

Uit de analyse blijkt dat een ontsluiting via de Ganzendries de meest veilige en wenselijke oplossing is. Een belangrijke reden daarvoor is dat een ontsluiting via de Voskenslaan zou interfereren met belangrijke voetgangersstromen van en naar het station Gent-Sint-Pieters. De mobiliteitsstudie wijst er expliciet op dat dergelijke kruisingen met intensieve voetgangersbewegingen een aandachtspunt vormen voor de verkeersveiligheid. Door de in- en uitrit in de Ganzendries te situeren wordt dit conflict grotendeels vermeden.  

Daarnaast bepaalt het geldende RUP dat de toegang tot de parking indicatief is aangeduid. Het plan laat expliciet toe dat de ontsluiting gebeurt via de Voskenslaan en/of via de Ganzendries. Het RUP legt dus geen verplichte locatie op voor de in- en uitrit en spreekt ook geen voorkeur uit. De gekozen oplossing is daarom volledig in overeenstemming met de verordenende bepalingen van het plan. 

Ook vanuit de wegencategorisering vormt deze keuze geen probleem. Zowel de Voskenslaan als de Ganzendries zijn lokale wegen en maken geen deel uit van het hoofdwegennet of het dragend wegennet. Hun functie bestaat hoofdzakelijk uit lokale ontsluiting en erftoegang. Een parkingtoegang via de Ganzendries, voor een parking die zich nagenoeg hoofdzakelijk toespitst op parkeerplaatsen voor toekomstige bewoners, is dus verenigbaar met de rol die deze weg binnen het mobiliteitsnetwerk vervult. 

Ten slotte is de verwachte verkeersgeneratie van het project beperkt. Volgens de mobiliteitsstudie zal het project ongeveer 128 autobewegingen per dag genereren (inclusief inkomend en uitgaand verkeer). Tijdens de ochtendspits worden 7 inkomende en 16 uitgaande bewegingen verwacht; tijdens de avondspits 16 inkomende en 9 uitgaande bewegingen. Deze cijfers liggen ruim onder de indicatieve ondergrens van 50 autobewegingen per uur, waardoor een mobiliteitstoets niet vereist is. De impact op het lokale verkeerssysteem blijft dus beperkt. 

Hoe beoordeelt de stad het feit dat voor het hotel slechts drie autoparkeerplaatsen worden voorzien?  

Het project ligt op zeer korte afstand van het station Gent-Sint-Pieters, een belangrijk knooppunt voor trein, tram, bus en fietsverkeer. Het hotel richt zich daarom in de eerste plaats op reizigers die gebruikmaken van het openbaar vervoer of andere duurzame vervoersmiddelen. De – voor dit project opgemaakte – mobiliteitsstudie benadrukt dat de projectsite uitzonderlijk goed bereikbaar is met duurzame vervoersmodi en goed bereikbaar is zonder gebruik van de auto. 

Het voorziene parkeeraanbod werd vooraf besproken met de bevoegde stedelijke diensten en is afgestemd op de geldende richtlijnen. De  mobiliteitsstudie bevestigt dat het verantwoord is om het parkeeraanbod grotendeels te beperken tot de behoefte van de toekomstige bewoners. Voor personeel en bezoekers van het hotel wordt geen aanbodbeleid gevoerd, met als doel het autogebruik actief te ontmoedigen. 

Hotelgasten volgen in de praktijk het bestaande parkeerregime in de omgeving. Het project ligt in de gele parkeerzone, waar niet-bewoners maximaal vijf uur kunnen parkeren. Langparkeren op straat is dus geen structurele optie. Voor wie toch met de wagen komt, wordt verwezen naar de ondergrondse parking van het station Gent-Sint-Pieters, op ongeveer 250 meter van het projectgebied. 

De hoteluitbater en private partner engageren zich bovendien om dit mobiliteitsbeleid actief te ondersteunen. Via communicatiekanalen zoals de hotelwebsite en reserveringsinformatie zullen gasten vooraf worden geïnformeerd over de beperkte parkeermogelijkheden en de beschikbare alternatieven. Daarbij zal expliciet worden gewezen op de beperkte capaciteit van straatparkeren en de tarieven voor langparkeren in de omgeving.  

Wat is de visie van de schepen op de verhouding hotel vs. wooneenheden?  

De programmatische invulling van het project is volledig in overeenstemming met het geldende RUP. Dit RUP schrijft voor dat in het gebied een mix van stedelijke functies wordt gerealiseerd, waaronder wonen, handel, horeca, kantoren en voorzieningen. Daarnaast legt het RUP ook op dat minstens 50% van de bruto vloeroppervlakte moet worden ingevuld met een woonfunctie en dat de gelijkgrondse verdieping een stedelijke plint moet vormen met functies die de levendigheid en uitstraling van het plein versterken. 

Het huidige programma sluit hier volledig bij aan. 51% van de totale bruto vloeroppervlakte van het gebouw wordt volledig ingezet op wonen, in het bijzonder op betaalbaar wonen. Er komen 65 budgethuurwoningen die via Huuringent zullen worden verhuurd aan huurprijzen die minstens 15% onder de marktprijs liggen. Daarboven wordt 5% van het gebouw ingezet voor buurtvoorzieningen. Er komt hier immers een plek voor de Fietsambassade en een loket burgerzaken van de Stad. Het overige percentage wordt ingevuld door horeca, dat meteen zorgt voor levendigheid op het plein. Een hotel in de onmiddellijke stationsomgeving kan hierin een belangrijke rol spelen, omdat het activiteiten en bezoekers aantrekt en zo bijdraagt aan de dynamiek van het Koningin Mathildeplein. 

Het S-gebouw wordt ontwikkeld via een publiek-private samenwerking tussen sogent en een private partner. Daarbij speelt ook de financiële haalbaarheid van het project een rol. Sogent heeft voor dit project immers?heel wat kosten moeten maken om de gronden?en panden?te kunnen aankopen?om dit gebouw en nieuwe plein?te kunnen laten realiseren. Om die kosten te dekken, moeten hierin inkomsten tegenover staan.?In het PPS-model moet een evenwicht worden gevonden tussen publieke doelstellingen – zoals betaalbaar wonen en publieke voorzieningen – en private investeringen die het project financieel mogelijk maken.  

Nog ter info: De huidige aanvraag heeft betrekking op de verkaveling en niet op de concrete uitwerking van gebouwen of functies op detailniveau. In deze fase worden de bestemmingen en ruimtelijke contouren vastgelegd; de precieze invulling van het bouwprogramma wordt pas in een latere vergunningsfase behandeld. 


Parkeer en Zorg (P+Z)

19/02/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

In Gent kan men als zorgverlener een parkeervergunning voor zorgverstrekkers, mantelzorgers of erkende zorgorganisaties aanvragen via het e-loket. Met deze parkeervergunning mag men het voertuig parkeren op het volledige grondgebied van Gent, in zones met betalend parkeren, blauwe zones en op plaatsen voorbehouden voor houders van een parkeervergunning.

Voor artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners aan huis is het echter niet altijd makkelijk om een parkeerplaats dicht bij de woning van hun patiënt te vinden. Daarom hebben verschillende steden en gemeenten een reglement voor Parkeer en Zorg P+Z uitgewerkt. Met een sticker kunnen bewoners aangeven dat zorgverleners mogen parkeren voor hun oprit of garage. Zorgverleners mogen tijdens huisbezoeken gratis gebruikmaken van de zorgparkeerplaats. Ze moeten wel een speciale parkeerkaart achter hun voorruit plaatsen, waarop een mobiel nummer staat. Zo kunnen ze altijd opgebeld worden om de auto te verplaatsen als dat nodig is. In Gent werd dit concept goedgekeurd in de gemeenteraad van 23 juni 2014.

  • Wordt het systeem van Parkeer en Zorg-plaatsen met sticker vandaag nog gebruikt en aangevraagd in Gent?
  • Hoeveel Parkeer en Zorg plaatsen zijn momenteel geregistreerd in Gent?
  • Wordt dit systeem actief gepromoot bij bewoners en zorgverleners?
  • Plant de schepen een evaluatie van het huidige systeem van zorgparkeren?
Het antwoord →

In afwachting


LEIF

19/02/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Astrid De Bruycker

De vraag →

Praten over het levenseinde is niet evident. Maar voor veel mensen geeft het net rust om op tijd na te denken over hun wensen en die ook vast te leggen. Tegelijk hoor je vaak dat mensen niet goed weten waar ze moeten beginnen. Ze botsen op veel informatie, maar missen soms duidelijke, toegankelijke begeleiding. Zeker voor personen in kwetsbare situaties, kan dat een drempel zijn.

Organisaties zoals LEIF (LevensEinde InformatieForum) ondersteunen burgers bij vragen rond het levenseinde en bij het vastleggen van hun wensen via het LEIFplan. Zo’n LEIFplan bevat informatie en formulieren waarmee mensen vooraf kunnen vastleggen welke medische beslissingen zij wensen of niet wensen, bijvoorbeeld rond euthanasie, orgaandonatie en behandelbeperkingen, voor het geval zij later niet meer wilsbekwaam zouden zijn.

  • Waar kunnen Gentenaars met vragen over het levenseinde terecht? Bestaat er een duidelijk aanspreekpunt voor Gentenaars die vragen hebben over levenseindewensen en administratieve procedures die hierbij horen?
  • Ziet u mogelijkheden om hier verder op in te zetten of dit breder te trekken? Bijvoorbeeld door op meer plekken informatie te voorzien of infosessies te organiseren met LEIF of andere partners?
Het antwoord →

Beste raadslid Baert, 

Spreken over het levenseinde is moeilijk maar belangrijk. En plek hebben waar je naartoe kan gaan met al je vragen, ondersteuning en ook administratieve steun is enorm belangrijk. 

Rond het thema zetten we ons binnen onze LDC’s op verschillende manieren in. 

  • Binnen onze LDC’s zijn er heel wat psychologen werkzaam. Zij hebben extra aandacht voor dit thema. Ze zijn bereikbaar voor alle Gentse ouderen én ook voor hun mantelzorgers. Ze vangen heel wat vragen op die er leven over dit thema. Vaak kunnen mensen niet meteen met al hun zorgen en vragen terecht bij hun rechtstreekse naasten. Onze psychologen zijn dan hun eerste aanspreekpunt om mee richting te geven aan hun wensen rond het levenseinde. De psychologen zullen ook ondersteunen in het zoeken van de correcte info, de juiste documenten, … ze doen dit regelmatig in samenwerking met LEIF. 

Daarnaast ondersteunen ze ook het team van medewerkers van de LDC’s. Zij zijn vaak het eerste aanspreekpunt en krijgen handvaten aangeboden over hoe om te gaan met ouderen die vragen hebben. 

  • Daarnaast werken we al jaren structureel samen met LEIF binnen onze LDC’s.  
  • LEIF houdt zitdagen in onze LDC’s en voorziet voordrachten. 
  • Maandelijks is er een vaste zitdag in LDC de Horizon. 
  • In de overige LDC’s is er beurtelings en op maandelijkse basis een zitdag en een voordracht. Op deze manier wordt de informatie en ondersteuning dichter bij de burger gebracht. 

Dit aanbod hebben we al jaren binnen onze LDC’s maar we hebben niet stil gezeten. Na overleg met schepen Nalli vanuit zijn bevoegdheid burgerzaken en publiekszaken, ben ik blij dat we hier kunnen meedelen dat hij wil onderzoeken of er een mogelijkheid is om ook daar een samenwerking op te zetten met LEIF, bijvoorbeeld via een zitdag in het stadskantoor.  

Deze piste lijkt ons enorm waardevol om te onderzoeken.  

Bij Burgerzaken kunnen burgers immers hun wilsverklaringen laten registreren, zoals de aanvraag rond euthanasie, de laatste wilsbeschikking of orgaandonatie.  

Als een LEIF-consulent de burger begeleidt in het invullen van de documenten en die kan meteen ter plekke ook een registratie bij Burgerzaken doen in het Stadskantoor, is dat een waardevolle aanvulling van een partner van de Stad op het bestaande aanbod op deze centrale locatie. 

Bedankt schepen Nalli om mee de schouders hier onder te zetten om de uitbreidingsmogelijkheden te bekijken.  


Situatie station Gent Dampoort

05/02/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Station Gent-Dampoort is met meer dan 6000 reizigers op een gemiddelde weekdag, met meer dan 3400 reizigers op zaterdag en ook nog meer dan 3000 reizigers op zondag, het 4e belangrijkste station van Oost-Vlaanderen (na Gent-Sint-Pieters, Denderleeuw en Sint-Niklaas). Jaarrond passeren hier een slordige 1,75 miljoen reizigers. Dit is toch een 20% meer dan pakweg 12 jaar geleden, toen we de unieke ‘5-voor-8’-piekuurtrein naar Brussel een eerste maal moesten ‘redden’. Een andere strijd die succesvol werd gevoerd was die voor de roltrap, die werd vernieuwd. Ook de stationsklok werd gered. Fietsenstallingen werden uitgebreid, gemoderniseerd en met camera’s beveiligd. De Fietsambassade heeft ook een beter onderkomen gekregen. 

Op dit moment worden ook de loketten verbouwd. 

Maar naast fysieke verbeteringen is voor een dgl. station de dienstverlening ook nog steeds belangrijk.  Dat kan gaan over klassieke loketuren, maar ook herkenbare ‘aanwezigheid’ van personeel, van ‘de NMBS’, als aanspreekpunt, of als ‘veilig contact’, of inderdaad gewoon er terecht kunnen met je vragen of om een ticket te kopen voor personen die niet vertrouwd zijn met automaten. En daar durft het schoentje wel meer en meer wringen. We zien nu een verdere achteruitgang in openingsuren van de loketten (bv in weekend enkel nog van 8.30 tot 13.45, maar niets meer tijdens de werken, zo blijkt). Bovendien wordt de wachtzaal gesloten van zodra loketten gesloten zijn, dus wachtende reizigers (of havenarbeiders ‘s morgensvroeg) staan letterlijk in de kou. Ook zijn er geen toiletten beschikbaar buiten de ‘gewone’ werkuren. Daarnaast zorgt de leegstand van het winkelpand in het station voor een verloederde indruk en trekt dit zwerfvuil aan. In combinatie met beperkte aanwezigheid van personeel leidt dit soms ook tot openbaar drankmisbruik, wat het comfort en veiligheidsgevoel van reizigers verder onder druk zet. 

Kortom de afwezigheid van personeel, de leegstand en de verminderde dienstverlening zorgt voor zeer onaangename situaties voor reizigers. Wij stellen dan ook graag volgende vragen:

  1. Is deze situatie en evolutie u bekend? Graag even duiden (eventueel klachtenmeldingen?). 
  2. Werden er vanuit de stad Gent al initiatieven genomen de laatste 2 jaar om dit aan te kaarten en zal de stad bijkomende stappen ondernemen om dit op te nemen met de NMBS? Zeker ook met de recente ontwikkelingen en het ontbreken van personeel de voorbije weken. 
  3. Wanneer zullen de werken aan de loketten beëindigd zijn, en zal er dan terug de mogelijkheid zijn om ook na het sluiten van de loketuren de verwarmde wachtzaal te gebruiken (bv. ook voor de havenarbeiders die om 5.00/5.30 het busje nemen naar de haven)? Graag kort duiden.
  4. Zijn er u plannen bekend om de aanwezigheid of dienstverlening te verhogen in dit station, en de leegstand van het horeca/winkelpand weg te werken? Kan er ook nagegaan worden of de toiletten beschikbaar gesteld kunnen worden op zondagen? Graag duiden. 
  5. In de toekomst zal er met de Dampoorttunnel en met de doortrekking van de tram ikv Gent Spoort veel wijzigen aan deze omgeving. Op welke termijn zijn deze zware infrastructurele ingrepen gepland nu het RUP Dampoort werd goedgekeurd? 
Het antwoord →

Collega’s Baert en Taeldeman, 

Dank voor jullie vragen. Er zijn bij mijn diensten geen klachten binnen gekomen over de situatie aan het station Gent-Dampoort. Wellicht omdat de mensen weten dat de NMBS hiervoor verantwoordelijk is. 

Desalniettemin erken ik dat de situatie in en rond het station Gent-Dampoort totaal niet spoort met wat je zou mogen verwachten van een treinstation waar dagelijks meer dan 6000 mensen de trein nemen. Dat is evenveel als in Vilvoorde, een stad van bijna 50.000 inwoners. 

Op dit moment zijn er werken aan de loketten bezig. Het personeel dat normaal de loketten bedient, wordt momenteel ingezet als stewards bij de loketautomaten om ervoor te zorgen dat iedereen toch nog aan een ticket geraakt.  

Navraag bij de NMBS leert ons dat het loket op 1 april terug zal openen en is de normale dienstverlening terug van kracht. De openingsuren van het loket zijn op weekdagen van 07u00 tot 18u00 en in het weekend van 09u00 tot 13u00. De wachtzaal zal vanaf dan ook terug het normale regime volgen en open zijn op weekdagen van 04u20 tot 22u00 en in het weekend van 05u45 tot 22u00. 

Verder kan ik meegeven dat er op dit moment geen plannen zijn voor een verhoging van de dienstverlening in het station Gent-Dampoort. Er wordt wel een marktconsultatie uitgeschreven voor een nieuwe uitbater voor de concessieruimte aan de ingang van het station.  

De toiletten zullen in de toekomst ook niet open zijn op zondag, zo meldt men mij, maar de NMBS gaat in het vierde kwartaal van dit jaar wel twee WC-units bijplaatsen ter hoogte van de bureaucontainers van het Fietspunt die 24h/24h en 7d/7d toegankelijk zullen zijn. 

Met Gentspoort staat inderdaad een totale heraanleg van de Dampoort op de planning, inclusief de stationsomgeving. Ik kan daar nog geen timing op plakken, behalve dat dat ten vroegste in 2029 zal zijn.  


Weesfietsenbeleid aan het Sint-Pietersstation

04/02/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Het GMF heeft opnieuw een fietsentelling gedaan aan het Sint-Pietersstation. Geen grote verrassing: de fietsenstallingen zitten daar structureel volledig vol. De grote hoeveelheid fietsen op en rond het Maria Hendrikaplein blijft het straatbeeld bepalen en zorgt geregeld voor hinder en beperkte toegankelijkheid, met fietsen die op voetpaden, naast rekken of in doorgangspaden worden achtergelaten. Ook in de ondergrondse fietsenstalling zijn er veel fietsen die er voor een zeer lange periode blijven staan of die er gedumpt worden. Dit is voor reizigers die snel hun fiets kwijt willen om hun volgende trein te halen een grote frustratie.

Gelukkig worden er stappen ondernomen. Zo heeft de fietsambassade een gerichte actie opgezet in het kader van het weesfietsenbeleid. Daarbij werden labels aangebracht en werden ook effectief fietsen opgehaald, met als doel het plein opnieuw wat vrijer en overzichtelijker te maken. Ik had begrepen dat midden februari ook de ondergrondse fietsenstalling aangepakt zal

  • Hoeveel fietsen zijn er opgehaald door de fietsambassade?
  • Zal deze actie in de (nabije) toekomst herhaald worden aan het Sint-Pietersstation?
Het antwoord →

Dankjewel voor de vragen over de fietsparkeerplaatsen aan Gent-Sint-Pieters. Ik wil eerst benadrukken dat de stad samen met NMBS en de andere partners erkent dat de fietsparkeerdruk aan het station zeer hoog blijft en dat dit een blijvend aandachtspunt is.

Wat de uitbreidingsmogelijkheden betreft: momenteel is er beslist dat er op het einde van de werken 18.500 fietsparkeerplaatsen zullen zijn. Zoals je zelf ook aangeeft: dat is een forse stijging tegenover wat oorspronkelijk voorzien was. Tegelijk zien we   ook vanuit de stad dat het risico dat dit aantal op langere termijn mogelijk te weinig kan zijn  door het stijgend aantal fietsers en treinreizigers. Daarom is de stad hierover al in gesprek gegaan met de NMBS.

Er werd daarbij expliciet gekeken naar de piste om bijkomende fietsparkeerplaatsen onder te brengen in de NMBS-autoparking. De NMBS geeft echter aan dat die parking volgens recente tellingen een gemiddelde bezettingsgraad heeft tussen 70 en 80 procent. Op piekmomenten stijgt die boven de 90%. Dus van onderbenutting is eigenlijk geen sprake. Vandaag ziet NMBS daarom geen ruimte om een groter deel van de autoparking structureel om te vormen tot fietsenstalling.  

Er moet ook rekening gehouden worden met toekomstige ontwikkelingen langs de Koningin Fabiolalaan, die eveneens parkeerbehoefte zullen genereren. Er wordt ook naar die parking gekeken voor park&ride-faciliteiten die bereikbaar zijn via de achterzijde van het station, zoals we in de vorige commissie MASSE bespraken.

De NMBS is wel bereid om een gedeeltelijke herbestemming als fietsenstalling te overwegen wanneer de bezetting terug structureel zou dalen, maar dat lijkt op korte termijn zeker niet het geval te zijn.

Tegelijk zijn er twee redenen om aan te nemen dat de groei van het aantal gestalde fietsen de komende jaren mogelijk iets minder steil zal verlopen.  Ten eerste zien we een sterke groei van het gebruik van deelfietsen, met de stationsomgeving als één van de drukste hubs. Door de komende jaren nog extra deelzones te voorzien, kan de druk op klassieke fietsparkeerplaatsen deels worden afgeremd.  

Maar ten tweede: – en daarmee beantwoord ik meteen ook de vraag van Veerle Baert over het weesfietsenbeleid aan het Sint-Pietersstation:  sinds januari van dit jaar is de Fietsambassade verantwoordelijk voor het fietsbeheer in de stationsomgeving. In het verleden bleef dat beheer te beperkt, waardoor weesfietsen en wrakken langdurig plaatsen innamen. De Fietsambassade zal minstens 3 keer per jaar een weesfietsactie voorzien in alle stallingen rond het station. Ze zijn daar ook meteen aan begonnen: in januari heeft de Fietsambassade al een 500-tal fietswrakken weggehaald uit de omgeving van Gent-Sint-Pieters. Het effectieve verwijderen van weesfietsen, daar is men sinds gisteren mee begonnen, daar kan ik dus nog geen cijfers over meegeven.

Dan de tijdelijke dip tijdens de werken. Oorspronkelijk was voorzien dat de fietsparkeercapaciteit vanaf september 2026 tijdelijk zou dalen door de werken op het Koningin Mathildeplein. Intussen is duidelijk dat deze dip zal opschuiven in de tijd, omdat de start van de bouw van het S-gebouw nog niet vastligt.  

Er is momenteel geen bijkomende tijdelijke oplossing om die dip volledig te compenseren, maar ze zal wel korter duren dan aanvankelijk gepland, omdat ondertussen andere onderdelen van het station en de fietsenparkings verder afgewerkt worden.

Wat de toegankelijkheid van de ondergrondse fietsenstallingen betreft: het klopt dat de stallingen aan de oost- en westzijde van het Koningin Mathildeplein vandaag enkel via trappen met fietsgeulen bereikbaar zijn, en dat dit niet voor alle fietsers comfortabel of veilig is. In de definitieve toestand blijven die trappen behouden, maar de toegankelijkheid zal de komende jaren wel aanzienlijk verbeteren.

Aan de westzijde zal de fietsenparking op -1 gekoppeld worden aan de parking onder het busstation en het VAC, waardoor ze bereikbaar wordt via de bestaande hellende vlakken. Daarnaast komt er in de huidige tramtunnel een nieuwe fietshelling die een rechtstreekse verbinding zal maken tussen de Sint-Denijslaan en Voskenslaan en de fietsenparking. Die ingreep is voorzien op langere termijn, ten vroegste rond 2031-2032.

Aan de oostzijde zal de fietsenparking tegen eind 2028 toegankelijk worden via een luie trap met een vlakke helling die aansluit op de Cloquetgang. Dat zorgt voor een duidelijk betere toegankelijkheid, ook voor zwaardere en buitenmaatse fietsen.

Samen met NMBS blijft de stad deze situatie nauw opvolgen, met als doel de bestaande capaciteit zo efficiënt mogelijk te benutten en de toegankelijkheid en leefbaarheid rond het station verder te verbeteren.


Alcoholbeleid in de woonzorgcentra en lokale dienstencentra

27/01/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Astrid De Bruycker

De vraag →

In februari 2026 gaat de tiende editie van Tournée Minerale van start. Meer dan 120.000 Belgen namen hier vorig jaar aan deel.

Onlangs volgde ik een interessant webinar bij VVSG over alcoholbeleid in lokale dienstencentra en woonzorgcentra. Het dagelijks alcoholgebruik ligt het hoogst in de oudste leeftijdscategorieën. 14,9% van de 75-plussers en 13,3% van de 65- tot 74-jarigen drinkt dagelijks alcohol.  Naarmate je ouder wordt, wordt de impact van alcohol op je lichaam groter. Daarom hebben oudere volwassenen bij alcoholgebruik met extra risico’s te maken. 

In onze lokale dienstencentra en woonzorgcentra wordt op verschillende momenten alcohol aangeboden of genuttigd, bijvoorbeeld op de kamer, in het cafetaria, bij de maaltijd of tijdens activiteiten. Voor veel mensen draagt dit bij aan gezelligheid en levenskwaliteit. Tegelijk is het belangrijk om hier zorgvuldig mee om te gaan, zeker bij bewoners of bezoekers die kwetsbaarder zijn, bijvoorbeeld omwille van gezondheid of medicatiegebruik. Omdat elk centrum bovendien een eigen werking, doelgroep en context heeft, is een aanpak op maat aangewezen in plaats van één uniform beleid.

  • Hoe wordt vandaag omgegaan met alcoholgebruik in lokale dienstencentra en woonzorgcentra?
  • Welke stappen worden gezet om te komen tot een alcoholbeleid dat afgestemd is op de eigenheid en noden van de verschillende centra?
  • Welke concrete initiatieven worden momenteel genomen in lokale dienstencentra en woonzorgcentra om verantwoord alcoholgebruik te ondersteunen en mogelijke problemen te voorkomen?
Het antwoord →

Beste raadslid Baert, beste Veerle, 

Na “dry january “vorige maand, zijn we nu gestart aan “Tournée Minérale”. Twee initiatieven die ons niet enkel een maand lang aansporen om te genieten van het mooie aanbod van alcoholvrije alternatieven, maar ons ook doen stilstaan bij de impact die alcohol kan hebben. 

De impact op onze gezondheid valt niet te ontkennen en daarom zijn we al enkel jaren bezig met een alcoholbeleid en richtlijnen binnen onze WZC en LDC.  

In 2021 zijn we reeds gestart binnen de LDC’s i.s.m. CGG Adentro (toen nog CGG Eclips) met een traject om tot een alcoholbeleid op maat van onze LDC’s te komen. 

We betrokken daar niet enkel centrumleiders en een psycholoog bij maar ook servicemedewerkers en barvrijwilligers. Hun input en ervaringen waren heel belangrijk maar ook hebben we op die manier een breed draagvlak gecreëerd. 

In 2022 hebben we dan ook plan opgesteld met een duidelijk gedragen visie, regels en afspraken. De doelstelling van dit plan is om een kader én handvaten te bieden om op een verantwoorde manier alcohol te schenken in onze ontmoetingsruimten: 

  • Er werden regels opgesteld rond wanneer wel/niet alcohol serveren. 
  • Er werden afspraken gemaakt met de medewerkers en de vrijwilligers van de bar rond het weigeren van alcohol 
  • Er werden afspraken gemaakt rond het beperken van het aanbod aan alcoholische dranken. Zo kiezen we ervoor om non-alcoholische dranken goedkoper aan te bieden dan alcoholische dranken.  
  • We zetten ook verder stappen in het doorbreken van de heersende beeldvorming dat alcohol er steeds bij hoort om een “gezellige” sfeer te bereiken. 
  • Tijdens recepties worden er steeds ook aantrekkelijke alcoholvrije drankjes aangeboden 
  • In ons aanbod bieden we een divers alcoholvrij assortiment aan dat we actief promoten 
  • We maken doelbewust geen “promo” voor alcoholhoudende dranken (geen bierkaartjes meer, geen “bier” van de maand…) 
  • We zetten in op het informeren & sensibiliseren van medewerkers, vrijwilligers en burgers rond de effecten van alcohol op de gezondheid 
  • Bezoekers die ons qua alcoholgebruik zorgen baren spreken we aan en we bekijken samen welke mogelijkheden hier zijn naar ondersteuning. 

Elk LDC is hier verder mee aan de slag gegaan om dit met de vrijwilligers en de servicemedewerkers te vertalen naar het eigen LDC. 

Voor de woonzorgcentra:   

Onze visie blijft dat het woonzorgcentrum de thuis is van de bewoners, waar maximale autonomie en keuzevrijheid centraal staan. Uiteraard doen we binnen onze WZC ook aan preventie en sensibilisering, maar bewoners die ervoor kiezen om een alcoholisch drankje te nuttigen in de cafetaria, kunnen dit doen.  

Wanneer overmatig gebruik wordt vastgesteld, gaan we in gesprek en bieden we passende ondersteuning. 

Daarnaast voorzien we steeds alcoholvrije alternatieven, zowel in de cafetaria als tijdens activiteiten en deze worden actief gepromoot.  

Bewoners behouden echter inspraak en keuzevrijheid, dit vormt een essentieel uitgangspunt van onze visie. 

Bij een nieuwe opname wordt elke bewoner individueel beoordeeld. Wanneer er sprake is van een alcoholverleden, medicatiegebruik of bijvoorbeeld het syndroom van Korsakov, kan een beperking of verbod op alcohol wel worden opgelegd. Deze beslissing wordt interdisciplinair besproken en vervolgens ook gecommuniceerd aan de barverantwoordelijke van de cafetaria. 

Enkel WZC Zuiderlicht verkoopt geen alcohol in de cafetaria. Zij hebben veel bewoners met een verleden van middelenmisbruik en hebben van bij de start van hun werking er voor gekozen geen aanbod van alchoholische dranken te hebben in hun cafetaria.   

Sommige bewoners kunnen wel alcohol nuttigen maar telkens nadat hier afspraken rond zijn gemaakt.  

Zoals je dus hoort, zetten we sterk in op preventie, bewustwording en gaan we over het thema in gesprek met bezoekers en bewoners, zonder de autonomie van bewoners uit het oog te verliezen. 


Zeer Zorgwekkende Stoffen in producten

26/01/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Hafsa El-Bazioui

De vraag →

Via de app “Scan4Chem” kan een burger bij elk product de producent bevragen of er Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) gebruikt zijn.

  • Weet de Stad of er Zeer Zorgwekkende Stoffen te vinden zijn in de producten die het aankoopt voor de scholen, crèches, medewerkers, stadswinkel enzoverder?
Het antwoord →

Geachte raadslid, 
 
Bedankt voor uw vraag. De Stad neemt haar verantwoordelijkheid voor de gezondheid van kinderen, medewerkers en gebruikers ernstig. 
 
Bij de centrale aankoop van producten door de dienst Aankoop van departement Facility Management voor gebruik door medewerkers en bij bestekken voor werken op onze werkplekken (zoals schoonmaak en herstellingen) wordt er op toegezien dat het gebruik van gevaarlijke stoffen wordt vermeden.  

Inschrijvers op raamcontracten moeten steeds de SDS-fiches bezorgen van de producten die zij zullen aanbieden of gebruiken. Deze fiches worden nagekeken door de interne preventiedienst. Leveranciers en contractanten moeten de SDS-fiches van de producten die zij leveren of gebruiken steeds kunnen voorleggen. 

Waar diensten zelf aankopen doen, geldt dezelfde verantwoordelijkheid. De diensten moeten een inventaris bijhouden van de gevaarlijke producten, de gevaarlijkste producten maximaal vervangen door een minder gevaarlijk alternatief, de gebruikers een gepaste opleiding geven, de nodige preventiemaatregelen toepassen (verluchting, afzuiging, …), de gebruikers voorzien van de nodige beschermingsmiddelen (ademhalingsbescherming, …), voorzien in een geschikte opslag, … Tijdens rondgangen van de interne of externe preventiedienst is er ook aandacht voor het gebruik van gevaarlijke producten. Indien nodig wordt hierover passend advies gegeven.  

Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. 


Aanpak Kunstenaarsstraat en omgeving

23/01/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Enkele maanden geleden verscheen er een artikel over de slechte staat van de kasseien in de Heirniswijk (Bouwmeestersstraat, Beeldhouwersstraat en omgeving Toekomststraat). Bewoners omschreven het er als “Parijs-Roubaix” en stelden voor om “Gent-Roubaix” te organiseren. Een ludieke actie maar voor de bewoners vooral een vervelende situatie: trillingen in de huizen wanneer er wagens passeren, gevaarlijke situaties voor fietsers en onaangename doorgang voor voetgangers. Het is een probleem waar collega Sven Taeldeman vorige legislatuur de bevoegde schepen ook al naar vroeg.

Bijkomend, ontstond er iets verder in de wijk, in de Scheldestraat, recent een zinkgat in het wegdek. Een oorzaak daarvoor zouden verouderde rioleringen zijn.

In het artikel beaamde u dat er verbetering moest komen in de wijk maar er nog geen timing was.

Aangezien we nu enkele maanden verder zijn, had ik graag gepolst naar de status van de Kunstenaarsstraat en omgeving alsook de situatie in de Scheldestraat verder in de buurt:

  1. Is er een timing voorzien voor een heraanleg van de wijk? 
  2. Liggen er al concrete plannen voor? Indien ja, zal er ook een hernieuwing van de riolering plaatsvinden bij een heraanleg van de straten?
  3. Hoe wordt er bepaald welke straten eerst aangepakt moeten worden?
Het antwoord →

Mevrouw Baert,  

De ludieke actie van bewoners van de Kunstenaarswijk is niet op een koude steen gevallen bij mij. Er zijn daar inderdaad kasseienwegen die kunnen wedijveren met de pittigste kasseistroken van Parijs-Roubaix. Anders gezegd : de weg, maar ook de riolering, is er op vele plekken in bijzonder slechte staat.  

Omdat het over een ruimere cluster van straten gaat die van gevel tot gevel helemaal heraangelegd moet worden, inclusief riolering,  kan ik u het heugelijke nieuws melden dat het college  deze cluster in de Kunstenaarswijk geselecteerd heeft de opmaak en uitrol van een tweede wijkkwaliteitsplan, zoals we eerder al voor Sint-Denijs-Westrem hebben beslist en inmiddels ook hebben opgestart.  

Concreet : het gaat over de Scheldestraat, Beeldhouwersstraat, Bouwmeestersstraat, Forelstraat (tussen de Toekomststraat en de R40), Kunstenaarsstraat, Schildersstraat, Nijverheidsstraat en het stuk Wolterslaan tussen de Scheldestraat en de Jan Delvinlaan, 

Ook hier zullen we de bewoners van de wijk vanaf het begin tot finalisering van het project mee aan de tekentafel zetten. Met een geloot burgerpanel en met open ontwerpateliers waarop iedereen welkom is. Het doel is om samen met de bewoners een plan te maken én uit te voeren dat ervoor zorgt dat het openbaar domein een volledige make-over krijgt zodat de wijk aangenamer, veiliger en toegankelijker is voor iedereen die er woont.  

Het wijkkwaliteitsplan zal in twee fases worden uitgevoerd. In een eerste fase worden de Scheldestraat,  de Bouwmeestersstraat, Forelstraat, het gedeelte van de Beeldhouwersstraat tot aan de Toekomstraat en (het stuk van) de Wolterslaan aangepakt. Vervolgens komt dan de heraanleg van de Kunstenaarsstraat, Nijverheidsstraat, Schildersstraat en het tweede deel van de Beeldhouwersstraat.  

Waarom doen we dat?  

Als we al die straten tegelijkertijd aanpakken, wordt de wijk onbereikbaar.  

Voor de vernieuwing van rioleringen is het ook beter stroomafwaarts te starten. Daarnaast is er de parkeerproblematiek die ik goed wil aanpakken. U weet dat de parkeerdruk in de wijk hoog is. In de zone rond de Kunstenaarsstraat is die het hoogst terwijl de straten er het smalst zijn.  Een kwaliteitsvolle heraanleg volgens hedendaagse normen in straten van amper 10 of 11 meter breed is onmogelijk met behoud van alle parkeerplaatsen. Concreet voorbeeld: Bij 10 meter breedte. Er moet 4 meter beschikbaar zijn voor brandweer, 1,62 meter per voetpad en gevelisolatie. Dan is er onvoldoende om aan beide zijden te parkeren te organiseren (min 1,8 meter breedte nodig per zijde). Voor de finalisering van de plannen en heraanleg ervan, wil ik daarom werk maken van compensatie van die parkeerplaatsen elders in de buurt via een oplossing weg van de straat (buurtparking, inschakelijken privaat parkeerareaal van kantoren, winkels, …).  

Wat is de timing? Tegen eind dit jaar moet het burgerpanel geloot zijn en aan de slag kunnen gaan. Na het opmaken van de plannen in 2027/28, het aanvragen en bekomen van de omgevingsvergunning in 2029, moeten de schop tegen 2030 in de grond kunnen. Het gaat over een investering van 7,8 miljoen euro waarvan 2,2 miljoen voorzien is in deze legislatuur. 


Het sneeuw- en ijsvrij maken van voetpaden

22/01/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Astrid De Bruycker

De vraag →

Enkele weken geleden kreeg Gent te maken met een winterprik. Een sneeuwlaagje over Gent is echter niet enkel mooi om naar te kijken of om mee te spelen, het zorgt ook voor heel wat gladheid. Dit vormt voor iedereen, maar zeker ook voor mensen met verminderde mobiliteit, ouderen, zwangere vrouwen…, een grote uitdaging. De wegen en fietspaden worden gestrooid maar de voetpaden dienen door bewoners ijsvrij gemaakt te worden. Onder andere voor ouderen is het echter niet altijd mogelijk om dit zelf te doen.

  1. Wat zijn de mogelijkheden voor mensen die zelf het voetpad niet ijs- en sneeuwvrij kunnen maken zoals oudere mensen? 
  2. Kunnen zij bvb terecht in een LDC in hun buurt?
Het antwoord →

Beste raadslid Baert, 

Bedankt voor uw vraag. Het is een zorg van velen wanneer ons land wakker wordt in een sneeuwlandschap. De strooidiensten stellen altijd alles in het werk om zoveel mogelijk wegen en fietspaden sneeuwvrij te maken en te houden. Maar de voetpaden dienen eigenlijk zoveel mogelijk sneeuwvrij gemaakt te worden door de mensen die er wonen, voor je eigen woning dus. 

Dit is belangrijk voor iedereen want iedereen wil zich vlot kunnen verplaatsen, ook te voet. Maar voor een heel deel van de mensen is dit extra belangrijk. Zeker ouderen hebben meer angst om te vallen en blijven daardoor meer binnen. Ook een effectief valincident heeft vaak grotere gevolgen bij hen. 

Voor iedereen die in staat is het zelf te doen, hoop ik dan ook dat men dit effectief doen. 

Maar wat als je het zelf niet meer kan? Daar gaat uw vraag terecht over. 

We streven als stad naar warme en zorgzame buurten. We merken dat heel wat buren elkaar spontaan helpen. Of het nu gaat over boodschappen doen voor elkaar, helpen met het afval buiten zetten of in deze dus sneeuw ruimen voor de voordeur van iemand anders.  

Maar wanneer de spontane hulp ontbreekt en mensen zoeken naar hulp voor bepaalde zaken dan kunnen ze zeker terecht in één van de vele LDC’s die we hebben in onze stad. We werken daar met de methodiek van “buren voor buren”. Op die manier proberen we vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Niet enkel helpen buren elkaar maar op die manier ontstaan er ook meer spontane contacten tussen de buren onderling. 

We kunnen echter van tevoren niet beloven dat de juiste match wordt gevonden. Al zullen de medewerkers van de LDC’s hier altijd het onderste uit de kan halen. 

Bij deze wil ik dan ook een oproep doen. Want dit prachtig “buren voor buren” initiatief kan enkel werken als mensen aangeven waar ze hulp nodig hebben. Maar bovenal wanneer veel mensen aangeven wel iets te willen en kunnen doen voor mensen in hun buurt. Ben je dus in de mogelijkheid om hierin een rol te spelen? Twijfel niet en neem contact op met een LDC in je buurt. Wat vaak een kleine moeite is voor iemand, kan voor een ander een wereld van verschil maken.  

Als de LDC in hun gekende bestand van buren geen match vinden, dan zoeken ze ook verder samen met de hulpvrager en bekijken zij bvb facebookgroepen van de buurt en onlineplatformen zoals Helpper.  Er zijn dus zeker mogelijkheden om ondersteuning te krijgen bij het sneeuwruimen voor ouderen die het zelf niet meer lukt om dit te doen. Dus twijfel niet om samen met het LDC de mogelijkheden te bekijken. 


Fietsenstallingen Blandijnberg

14/01/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Het nieuwe jaar is aangebroken en naast de feesten en gezelligheid betekent dat voor onze studentenstad ook dat de examens volop bezig zijn. Duizenden studenten vinden hun weg naar bibs, blokplekken, aula’s etc. om samen te studeren of examens of te leggen. De Blandijnberg is een van dé hot spots voor studenten met de boekentoren, de Rozier en Magnel, de brug, het UFO, campus Tweekerken en het Technicum dicht bijeen. Kortom, vrijwel elke student moet wel eens de Blandijnberg op. De meeste studenten verplaatsen zich met de fiets. Dat zorgt ervoor dat op plekken zoals de Blandijnberg studenten regelmatig hun fiets niet kwijt geraken waardoor er vaak verdwaalde fietsen tegen gevels/ naast fietsrekken staan.

  • Kan u nagaan of het aantal fietsenrekken in de buurt van de Blandijnberg verhoogd kan worden?
Het antwoord →

Niemand kan ernaast kijken. De fietsparkeerdruk in de omgeving St-Pietersnieuwstraat/Blandijn is groot en soms is de situatie chaotisch. Bijkomende fietsparkeerplaatsen zijn er absoluut aan de orde. Recente tellingen wijzen namelijk uit dat er op piekmomenten tot 1600 fietsparkeerplaatsen te weinig zijn in de omgeving. 

ik wil parkeren maximaal weg van de straat organiseren zodat ruimte ontstaat voor toegankelijke voetpaden zonder obstakels en plekken voor ontmoeting. Iets wat voor elke Gentenaar, maar zeker ook voor onze studenten, van groot belang is. In deze buurt ga ik dit nu, samen met de universiteit, realiseren. 

Eind vorig jaar zat ik hierover samen met de rector van de Ugent en haar team. Dit gesprek verliep bijzonder constructief. Universiteit en stad Gent kwamen tot een vernieuwde samenwerking op vlak van fietsparkeren. Samen realiseren we de komende twee jaar 2000 bijkomende fietsparkeerplaatsen in de studentenbuurt. 

Ugent zal 1784 bijkomende plaatsen realiseren weg van de straat: 

  1. 100 plaatsen op het plein tussen De brug en de UFO in juni ‘26. 
  2. 500 plaatsen in de bestaande ondergrondse autoparking op de campus Boekentoren in september ‘26. 
  3. 934 plaatsen in het nieuw fietsgebouw achter het UFO gebouw in het voorjaar van 2027. 
  4. 250 plaatsen op het binnenplein plateau in het voorjaar 27. 

De Stad langs haar kant zal bijkomend 30 plaatsen voorzien in de St-Amandstraat. De 135 tijdelijke fietsenstallingen in Rozier worden ook permanent. Tot slot zal de stad  bij de start van het academiejaar bijkomend tijdelijke parkeercapaciteit organiseren. Op dat moment is de parkeerdruk duidelijk hoger van tijdens de rest van het jaar. 

Daarnaast wordt ingezet op sensibilisering, zowel door de Fietsambassade als door de UGent, om de fietsers de weg te wijzen naar de voorziene fietsparkeerplaatsen. De Fietsambassade zal deze legislatuur bovendien 150.000 euro per jaar extra inzetten op het detecteren en verwijderen van fietswrakken en weesfietsen.  

Op die manier breng ik mijn parkeervisie in de studentenbuurt in de praktijk en verplaats ik de parkeerdruk op straat naar plekken wég van de straat. 


Aanpak afval Flixbusparking Gent Dampoort (opvolgvraag)

13/01/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Sofie Bracke

De vraag →

In april vorig jaar stelden Sven en ikzelf een vraag over de aanpak van het afval op de Flixbusparking Gent-Dampoort.

Uit het antwoord van de schepen leidden we af dat er met verschillende instanties ging samen gezeten worden om de afvalproblematiek aan te pakken.

  1. Welke concrete stappen werden genomen om de busmaatschappijen te sensibiliseren over het correct afvoeren van bedrijfsafval ?
  2. Wanneer vond het overleg tussen Regie Netheid, Dienst Toerisme en het Mobiliteitsbedrijf plaats en wat waren de beoogde resultaten ?
  3. Werd de frequentie van het ledigen van de afvalkorf aangepast op basis van de evaluatie door IVAGO ?
  4. Zijn er plannen om de omgeving van de Flixbusparking structureel schoner of overzichtelijker te maken zodat sluikstort en wildplassen ontmoedigd wordt ?
Het antwoord →

De bewuste parking is geen parking van Flixbus, maar is bedoeld voor alle mogelijke toeristische autocars en touroperators. Het grootste aandeel gebruikers van deze parking zijn geen Flixbussen, wel allerlei toeristische autocars. Nadat toeristische autocars hun reizigers op deze locatie hebben afgezet, blijven ze doorgaans geparkeerd op de parking tot ze de reizigers weer kunnen ophalen. In die tussentijd komen chauffeurs in de verleiding om het afval van de bus op de parking achter te laten. Bij Flixbuschauffeurs is die verleiding er minder, zij blijven maar kort gehalteerd op de parking en vertrekken vervolgens naar de volgende halte op hun route.

Het voorstel was om de autocarbedrijven die gebruik maken van de autocarparking gericht te sensibiliseren over het correct afvoeren van hun bedrijfsafval via Visit Gent. De diensten hebben echter onvoldoende zicht hebben op de autocarbedrijven (waaronder ook buitenlandse firma’s) die gebruik maken van de parking. Gericht aanschrijven bleek dus niet evident.

Samen met de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen wordt nu het alternatief onderzocht om te informeren a.d.h.v. een duidelijk infobord ter plaatse.

Daarnaast wordt de parking 1 tot 2 keer per dag gecontroleerd door parkeerwachters. Aan hen werd gevraagd om extra aandacht te besteden aan het melden van sluikstorten op de parking.

Het overleg tussen Regie Netheid en het Mobiliteitsbedrijf vond plaats op 24 juni 2025. Dienst Toerisme kon hier niet op aansluiten. Dit was een verkennend overleg tussen de diensten om meer helderheid te scheppen in welke verantwoordelijkheden de diensten hebben over de stappen die kunnen worden genomen in de aanpak van de netheidsproblematiek op de autocarparking.

De frequentie van het ledigen van de afvalkorf op deze locatie werd niet aangepast. Deze korf dient voor het zwerfvuil van wachtenden (en dus niet voor het bedrijfsafval van autocars) en wordt door IVAGO vijf keer per week geledigd, op maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag en zondag.  Dit is al een hoge frequentie.

In het RUP Dampoort en het project Gent Spoort is voorzien dat de autocarparking op deze locatie verdwijnt. Daardoor is het minder aangewezen om te investeren in terreinafsluiting en slagbomen, sanitair en afvalvoorzieningen.

Stad Gent is op korte termijn op zoek naar een nieuwe locatie voor een autocarparking. Daarbij zal Stad Gent moeten anticiperen op de op de huidige locatie gekende problemen door te voorzien in een parkeerterrein dat kan worden afgesloten en beschikt over sanitair en voldoende afvalvoorzieningen.


Toegankelijkheid vervanghalte Prinses Clementinalaan

09/01/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

De vernieuwing van het Gentse Sint-Pietersstation gaat haar laatste fase in. Treinperrons 1, 2 en 3 worden grondig verbouwd. Die werken hebben impact op de bereikbaarheid van de bus- en tramperrons van De Lijn. Om alle bewegingen aan het station veilig en vlot te laten verlopen, verhuizen enkele bushaltes naar de voor- en achterkant van het station. Op de Prinses Clementinalaan kunnen de reizigers zich wenden voor volgende lijnen: 9a/b, 19, 20, 238, 239, 908 + flexbus
 De vervangende bushalte aan de Prinses Clementinalaan zorgt echter voor bezorgdheden bij minder mobiele reizigers. De bushalte is immers door de aanwezigheid van bomen verhoogd in 3 delen (zie foto’s).

Platform 1 (hoogte buschauffeur) heeft geen hellend vlak.

Platform 2 (tussen de twee bomen) is ook zonder hellend vlak.

Platform 3 heeft wel een hellend vlak en is dus rolstoeltoegankelijker maar dit is niet de plaats waar minder mobiele reizigers op een bus plaats moeten nemen en moet je geluk hebben dat je net daar afstapt. 

Daarnaast zijn platform 1 en 2 zijn ook hoog (ongeveer 40 cm) en hebben ze geen reling. Voor passagiers die steun nodig hebben, of met een koffer/buggy reizen is dit hoogst ongemakkelijk. 

Daarom stel ik graag volgende vragen:

  • Ziet de schepen mogelijkheden voor verbetering voor platform 1 én 2?
  • Zijn de buschauffeurs op de hoogte van deze situatie zodat reizigers indien nodig aan het correctie platform kunnen afgezet worden?
Het antwoord →

Dit is een vraag voor De Lijn of de bevoegde minister. 
   
Mijn diensten hebben een plaatsbezoek verricht en vastgesteld dat de situatie ondermaats is. De perrons zijn te kort en ontoegankelijk. Als je als reiziger, die minder goed ter been is, wilt afstappen aan het station, kan je op één van de perrons eindigen zonder hellend vlak. Wij stelden zelf vast dat een gezin met kinderwagen moest afstappen aan de boom tussen de perrons (foto in de bijlage). 
   
De enige oplossing bestaat eruit dat (bv. met houtconstructies) verbindingen worden gemaakt langs de bomen tussen de perrons. Wij hebben dit al aan De Lijn meegegeven op een operationeel overleg van 8 januari. 
   
Wij kunnen alleen hopen dat de chauffeurs ingelicht zijn, maar afgaande op de  foto in bijlage komen de deuren van de bussen niet overeen met de verschillende platforms.


Structurele belemmeringen bij inschrijving kind met motorische beperking

06/01/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Evita Willaert

De vraag →

Ouders van kinderen met een motorische beperking moeten, in hun zoektocht naar een reguliere school, een aanzienlijk zwaarder traject doorlopen dan andere ouders.

Er wordt van hen verwacht dat ze :

  • een top 5 van scholen samenstellen op pedagogische en methodische gronden,
  • deze scholen één voor één bezoeken en screenen op fysieke toegankelijkheid,
  • frequent moeten afhaken om louter infrastructuurredenen (geen lift, geen traplift, beperkte toegankelijkheid, … )
  • vaststellen dat de scholen die wel toegankelijk zijn,  vaak buiten het afstandscriterium vallen,
  • hun kind aanmelden met een grote kans op weigering,
  • pas nadien via klacht en beoordeling de situatie laten bekijken.

Dit betekent concreet dat ouders van een kind met extra zorgnoden meer scholen moeten bezoeken, meer gesprekken moeten voeren en meer administratie moeten doorlopen, bovenop de intensieve zorg die het kind al nodig heeft.

  1. Waarom primeert afstand op toegankelijkheid ?
  2. Waarom moet een kind eerst geweigerd worden alvorens de rechten kunnen beoordeeld worden ?
  3. We ijveren toch allemaal voor een inclusief onderwijs; ook in onze Stad ?
  4. Kan de procedure een stuk eenvoudiger gemaakt worden voor ouders van kinderen met extra zorgnoden ?
Het antwoord →

Beste collega’s Vanpeperstraete en Baert

Dank jullie wel om dit thema op de agenda te zetten. Jullie vragen vertrekken vanuit een gezin dat vandaag op zoek is naar een school voor hun dochter met een beperking. Ze hebben zich ook rechtsreeks tot mij gewend, en hun verhaal raakt. Niet alleen omdat het over een kind gaat, maar omdat het staat voor een bredere realiteit, van te veel ouders en te veel kinderen. Ouders die al zoveel zorg dragen, en daarbovenop nog eens door een ingewikkeld parcours moeten om een plek te vinden waar hun kind welkom is. Dat mogen we niet aanvaarden.

Mevrouw Baert. U vroeg: ‘We ijveren toch allemaal voor een inclusief onderwijs, ook in onze stad?’ Ja, absoluut. Dat voel ik overal. Bij ouders, bij scholen, bij partners, in het beleid. Maar tegelijk moeten we eerlijk zijn: tussen de ambitie en de dagelijkse praktijk zit nog een kloof.

Ik nam enkele weken geleden deel aan een rondetafel van de  Stedelijke Adviesraad voor Personen met een Handicap. De Adviesraad koos “Recht op onderwijs” als één van de belangrijkste pijlers in haar memorandum voor de komende legislatuur. Het gesprek was een uitwisseling over toegankelijk en inclusief onderwijs, waar de komende jaren op verder gebouwd kan worden. Daar zaten ouders, ervaringsdeskundigen, het Stedelijk Onderwijs (Stedelijk CLB, SOG en Pilar), en organisaties samen met mezelf rond de tafel. Het was een warm, eerlijk en constructief gesprek. Er werd niet alleen benoemd waar kansen liggen, maar er werd ook echt benoemd wat moeilijk loopt. Dat biedt kansen om de volgende jaren concrete acties op te zetten. Ook op het LOP Basisonderwijs kwam dit uitgebreid aan bod in een overleg tussen de verschillende onderwijspartners in de stad. Dat zal een vervolg krijgen in een werkgroep die wordt opgestart. 

Minister Demir publiceerde eerder de nota Scholen voor Iedereen. Die nota stippelt het pad uit richting 2040 om Vlaanderenbreed tot inclusief onderwijs te komen. Het heeft er mee voor gezorgd dat het bestaande debat zich sneller zal moeten vertalen naar concreet beleid en dat is op zich een goede zaak. Er zijn nog heel wat vraagtekens en er bestaat niet bij iedereen overeenstemming over wat moet worden begrepen onder ‘inclusief onderwijs’, maar ook hiermee zetten we een stap in een richting die meer kinderen echte kansen zal bieden. De invulling van ‘inclusiviteit’ zit op een spectrum. Sommigen willen totale inclusie en de afschaffing van het buitengewoon onderwijs, anderen zien dat meer als een toenadering tussen gewoon en buitengewoon onderwijs. Stedelijk Onderwijs wil alvast verschillende dossiers indienen om één of meerdere scholen te laten deelnemen als pioniersschool aan het proefproject in het kader van ‘Scholen voor iedereen’.

Dus ‘ja!’, we ijveren allemaal voor inclusief onderwijs. Dat besef is overal aanwezig. In de bredere samenleving, binnen onderwijs en bij onderwijspartners. Maar wanneer het gaat over het omzetten van een recht in de praktijk zien we verschillende snelheden en draagkracht bij scholen.

Binnen het onderwijs bestaan vandaag al mooie verhalen van ouders, kinderen en schoolteams die elkaar vinden en samen een volwaardig traject uitbouwen. Het kan dus. Maar tegelijk zijn er de drempels waar zowel ouders als scholen op botsen.

Ik ontvang weinig signalen dat kinderen met een beperking niet welkom zouden zijn in het gewoon onderwijs. In onze scholen zitten heel wat kinderen met zichtbare en minder zichtbare beperkingen: kinderen met ASS, ADD, maar evengoed met leerstoornissen … Soms met een verslag, soms zonder. Soms met leersteun, soms zonder.

Scholen hebben doorheen de jaren zelf ervaring en expertise opgebouwd om hen te ondersteunen en eerlijke kansen te bieden in het onderwijs. Ze worden ondersteund door CLB, door de leersteuncentra — voor onze stedelijke scholen is dat LSC Pilar — en door de pedagogische begeleiding. Er zijn vormingen, er is overleg, er is ervaring.

Er is geen specifieke begeleiding om ouders toe te leiden naar – wat u noemt, mevrouw Vanpeperstraete ’een ‘goede school’. Scholen zijn – zoals u zelf aangeeft – verplicht om redelijke aanpassingen door te voeren. Daarover bestaat wel debat. Ik verwijs naar het gesprek met SAPH waar ik aanwezig was. Daar werd gesteld dat inderdaad niet elke aanpassing als ‘redelijk’ kan beschouwd worden. Maar tegelijk werd daaraan gekoppeld dat veel van wat we ‘redelijke aanpassingen’ noemen, zouden moeten kunnen verschuiven naar de brede basiszorg die elke school moet uitrollen. Omdat het de weg is naar meer inclusief onderwijs, en omdat ook andere leerlingen daar baat bij hebben. In het gesprek werd ook gewezen op het belang van kennis: goed weten wat het wettelijk kader is, wat er allemaal mogelijk is, en dat redelijke aanpassingen soms ook écht in kleine wijzigingen kunnen schuilen. Dat alles natuurlijk samen met de ervaringsdeskundigen, de ouders en leerlingen zelf. En dat gebeurt ook echt op scholen, zoals ook benoemd werd rond de tafel.

Jullie vertrekken in deze van een situatie voor kinderen met een motorische beperking. Deze mensen ervaren een bijkomende drempel: de toegankelijkheid van schoolgebouwen. Veel scholen zijn oud. Soms is er geen lift. Soms is er wel een lift, maar zijn bepaalde delen van het gebouw toch niet bereikbaar. Soms zijn er drempels, smalle doorgangen, trappen, beperkte circulatie. Ook daar ligt dus werk op de plank. 

Toegankelijkheid is geen extraatje. Het is een basisvoorwaarde. Onze ambitie is helder: elke leerling moet zich welkom, veilig en vrij kunnen bewegen in onze schoolgebouwen. We starten met een stadsbreed project rond fysieke toegankelijkheid — drempels weg, vlotte circulatie, liften waar nodig — en bouwen verder richting zintuiglijke, cognitieve en participatieve toegankelijkheid. Nieuwbouw en renovaties worden afgestemd op de GRO-duurzaamheidsmeter en het Vlaams Toegankelijkheidscharter. Bij nieuwe schoolgebouwen streven we steeds de hoogste toegankelijkheidsnormen na. Ook bij renovaties gaat aandacht naar toegankelijkheid, waarbij het realiseren wel veelal samenhangt met de grootte van het project.  We voorzien deze legislatuur ook middelen via het MAKE-T fonds (dat staat voor Meervoudig gebruik, Asbestsanering, Klimaatbewustheid, Erfgoedrenovatie en Toegankelijkheid). Zo maken we van elke school een plek waar elk kind kan groeien.

Maar ook … We moeten telkens nagaan wat er hier en nu kan gebeuren. Het is niet omdat de lift er niet is, dat je zomaar kan weigeren. Scholen moeten out of the box durven denken. In goed overleg met het team, maar ook het gezin zelf. 

Mevrouw Baert. U maakt de link met de aanmeldprocedure.

De organisatie van de inschrijvingen in onderwijs zijn geregeld in een Vlaams decreet. De Gentse scholen maken daarover netoverschrijdend bijkomende afspraken, binnen de grenzen van dat decreet, in het LOP Basisonderwijs. Er is Vlaams geen specifieke aandacht voor kinderen met beperkingen. Dat is niet logisch. Dat is niet rechtvaardig. En dat moeten we durven zeggen.

Maar het is niet iets wat we lokaal kunnen oplossen. De pen van het inschrijvingsdecreet ligt bij de Vlaamse regering.

Wat we wél kunnen doen, is dit blijven aankaarten. In het LOP. Bij collega’s in het Vlaams Parlement. En in elk overleg waar we mee aan tafel zitten.

Want als we inclusief onderwijs ernstig nemen, dan moeten we ook de drempels in de inschrijvingsprocedure onder ogen durven zien. Ouders mogen niet de last dragen van een systeem dat nog niet is meegegroeid. Ik noemde al de pioniersscholen waarvoor het Stedelijk Onderwijs zich kandidaat zal stellen. Deze scholen zullen regelluwte krijgen, en het is het voornemen om na te gaan of bijzondere aandacht kunnen geven aan deze groep leerlingen bij het aanmeldproces. Ik hoop dat er in het kader van die regelluwte vanuit Vlaanderen ook zal gekeken worden naar het aanmeldproces, want dit overstijgt de individuele school natuurlijk. Maar het is wel één van de voorwaarden om de weg naar ‘scholen voor iedereen’ te kunnen plaveien. En we moeten blijven investeren in toegankelijke infrastructuur, in ondersteuning voor scholen, in samenwerking tussen partners. Want inclusief onderwijs is geen slogan. Het is een werkwoord. En het vraagt inzet van iedereen.


  • Facebook
  • Instagram
  • X
  • LinkedIn
  • Mail
  • RSS feed

Archives

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024

Heb je een vraag of een opmerking voor mij? Mail me gerust op: veerle.baert@stad.gent

©2026 Veerle Baert | WordPress Theme by SuperbThemes