Wijzigingen OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen
22/05/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Astrid De Bruycker
De vraag →
De werkdruk binnen de OCMW’s neemt al geruime tijd sterk toe. Naast de impact van de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen en herwerkte aanrekening van bestaansmiddelen dreigen ook de geplande wijzigingen rond OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen een grote bijkomende belasting te vormen voor het OCMW.
Wat voorlopig iets minder aandacht kreeg zijn de geplande wetswijzigingen rond OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen. Het gaat o.a. om volgende maatregelen:
- heel wat categorieën van verblijfsgerechtigde vreemdelingen zullen hun recht op (equivalent) leefloon verliezen, dit gedurende de eerste vijf jaar.
- erkende vluchtelingen zouden in principe nog altijd recht behouden op het volledige leefloon vanaf het moment van erkenning maar hun leefloon zou sterker gekoppeld worden aan “integratie-inspanningen” via het GPMI (Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie).
- voor subsidiair beschermden zou de regeling strenger worden. Zij zullen niet automatisch het volledige leefloon krijgen. Het vertrekpunt zou een lager bedrag zijn, dat pas bij voldoende integratie-inspanningen kan verhoogd worden richting volledig leefloon
De VVSG waarschuwde hierover expliciet voor de mogelijke toename van dakloosheid, armoede en schulden maar ook voor de impact op de sociaal werkers zelf. Volgens de VVSG riskeren deze maatregelen de kernopdracht van het OCMW – het waarborgen van menselijke waardigheid – onder druk te zetten en kunnen ze leiden tot extra administratieve lasten, juridische procedures en demotivatie bij personeel.
- Hoe schat de stad Gent de impact van deze geplande federale maatregelen in op de werking en de werkdruk van het Gentse OCMW ? Hoe staat het met de werkdruk vandaag en hoe ziet de schepen dit evolueren ?
- Hoe bereidt Gent zich hierop voor ? Hoe probeert de stad de basisdienstverlening te blijven garanderen ?
- De VVSG stelt ook fundamentele juridische vragen bij delen van de geplande hervormingen. Heeft de stad Gent hierover overleg gepleegd met de minister, andere steden en de VVSG ?
Het antwoord →
10 juni 2026:
Dank u wel, collega.
Je wijst op een zeer reëel probleem. De situatie is bijzonder lastig werkbaar. Door opeenvolgende ingrepen van de federale minister wordt de druk op onze basisdienstverlening steeds groter.
- Impact op werkdruk en werking
De impact is zeer groot en structureel.
Vandaag staat de werkdruk al op een kritiek niveau:
- Maatschappelijk werkers en administratieve diensten die de steunbetalingen doorvoeren zitten aan hun limiet.
- De aard van het werk is fundamenteel aan het verschuiven: van begeleiden naar controleren en rekenen. Steeds meer tijd gaat naar administratie, bewijsstukken en complexe berekeningen, en minder naar effectieve sociale begeleiding. Door de nieuwe manier van bestaansmiddelen aanrekenen, moeten onze maatschappelijk werkers ook vaker negatieve boodschappen aan de cliënt doorgeven.
Daarbovenop krijgen we nu een opeenstapeling van federale maatregelen:
- De beperking van de werkloosheid leidt tot een instroom van bijna 1000 extra leefloondossiers.
- Ook de nieuwe regels rond de aanrekening van bestaansmiddelen treffen mogelijk tot 1000 bestaande dossiers, met bijkomende administratieve last en vaak lagere steun als gevolg.
- En, alsof dit nog niet voldoende is, vanaf 2027 de hervorming rond nieuwkomers.
Op basis van wat we nu weten, zou dit in Gent betekenen dat:
- Ongeveer 300 gezinnen verliezen volledig hun recht op steun in de eerste 5 jaar. Deze mensen zullen enkel recht hebben op dringend medische hulp en “socio-professionele hulp” – waarbij nog niet duidelijk is wat die zal inhouden.
- Nog eens ongeveer 300 gezinnen zullen met minder middelen moeten rondkomen.
- Bij erkende vluchtelingen (±2000 dossiers) en tijdelijk en subsidiair beschermden (±1250 dossiers) komt er een zwaardere administratieve opvolging gekoppeld aan integratievoorwaarden.
Dit betekent:
- Meer dan één derde van de huishoudens wordt hierdoor geraakt.
- Meer complexe regelgeving, meer interpretatievragen, meer juridische risico’s.
- En opnieuw: veel meer negatieve beslissingen die onze maatschappelijk werkers moeten meedelen.
En dat heeft, naast de impact op het menswaardig inkomen van de gezinnen in kwestie, ook een menselijke kost bij onze medewerkers:
- Emotionele belasting neemt sterk toe.
- Motivatie komt onder druk.
- Het sociaal werk wordt stap voor stap uitgehold.
Kortom, de werkdruk stijgt niet lineair, maar exponentieel, door de combinatie van instroom, complexiteit en verstrenging. De wonde wordt niet alleen dieper, ze wordt ook moeilijker behandelbaar.
- Voorbereiding en garantie basisdienstverlening
Gent probeert zich zo goed mogelijk voor te bereiden, maar we moeten eerlijk zijn over de grenzen.
Wat we doen om de basisdienstverlening te blijven garanderen:
- We hebben preventief extra maatschappelijk werkers aangeworven om ons voor te bereiden op wat een aardschok zou betekenen binnen het maatschappelijk werk: het beperken van de werkloosheid in tijd. Maar, De extra capaciteit wordt nu opnieuw opgeslorpt door nieuwe complexe regelgeving. Daardoor verdwijnt het effect van onze voorbereidende aanwervingen gedeeltelijk
- We hebben via de VVSG de ontwerpteksten geanalyseerd en feedback gegeven.
- We hebben onze diensten al gebrieft en impactinschattingen gemaakt en wachten de definitieve wetteksten af.
- We zetten in op de samenwerking met het middenveld door hen mee te nemen in de toenemende druk op het OCMW. We verwachten immers dat ook zij die druk alsmaar meer voelen en extra mensen moeten ondersteunen. Want, waar rechten worden afgebouwd, verdwijnen noden niet.
- Overleg en juridische bezorgdheden
- We hebben actief feedback gegeven op de ontwerpteksten die VVSG ons stuurde.
- We hebben rechtstreeks overleg gehad met de minister, met nadruk op:
- de impact van de wijzigingen op het menswaardig bestaan van deze mensen,
- administratieve vereenvoudiging,
- haalbare implementatietermijnen (bijvoorbeeld voor aanpassing softwaretoepassingen),
- en faciliteren van digitalisering.
- Onze burgemeester heeft, vanuit het burgemeestersoverleg centrumsteden, via een brief naar de minister een duidelijk signaal gegeven:
- vraag tot fasering van de maatregelen,
- en minstens 3 tot 6 maanden voorbereidingstijd.
Deze brief brengt een overleg tussen de minister, het burgemeestersoverleg en de VVSG voort.
- Slot
Collega Baert, collega’s,
Wij zullen als stad Gent onze verantwoordelijkheid blijven nemen.
Onze maatschappelijk werkers doen dat elke dag opnieuw, met enorme inzet.
Maar laat ons helder zijn: de grens van wat lokaal kan worden opgevangen, komt in zicht.
Hondenlosloopweide Bijgaardepark
19/05/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Bram Van Braeckevelt
De vraag →
In het Bijgaardepark stellen buurtbewoners vast dat het park in de praktijk steeds vaker als een informele hondenloopweide wordt gebruikt. Regelmatig lopen honden er los, net als in de omliggende straten, ondanks de geldende aanlijnplicht.
Deze situatie leidt ertoe dat verschillende bewoners, en in het bijzonder gezinnen met kleine kinderen, het park bewust mijden omdat zij zich er niet langer veilig en comfortabel voelen in een publieke groene ruimte die voor iedereen toegankelijk zou moeten zijn.
- Kan u toelichten welke concrete maatregelen de stad vandaag neemt om de aanlijnplicht in en rond het Bijgaardepark te handhaven?
- Hoe vaak werd er de voorbije periode gecontroleerd en verbaliserend opgetreden tegen overtredingen?
- Is het stadsbestuur bereid om, gezien het intensieve gebruik, de aanleg van een officiële hondenloopweide in of nabij het Bijgaardepark te onderzoeken? Zodat zowel hondenbezitters als gezinnen en andere parkgebruikers op een veilige en respectvolle manier van de ruimte gebruik kunnen maken.
- Welke timing en engagement kan u hierin opnemen?
Het antwoord →
Het Bijgaardepark is een patrouillelocatie met verhoogd toezicht. De politie is er regelmatig aanwezig om gericht te patrouilleren op algemene overlast. De cijfers van politie kunnen de overlast door loslopende honden waarvan sprake niet bevestigen. Uit de cijfers blijkt dat er de voorbije periode geen positieve vaststellingen waren inzake loslopende honden in het park. Dat betekent echter niet dat bezoekers van het park in het verleden hier nooit op werden aangesproken.
Ook de gemeenschapswachten(-vastellers) patrouilleren er meermaals per week en merken occasioneel een loslopende hond op. De eigenaars worden dan aangesproken en lijnen de honden op verzoek aan, waardoor er geen pv wordt opgemaakt.
De politie zal het signaal rond loslopende honden meenemen in de algemene patrouilleopdracht en er extra aandacht voor vragen.
Er zijn geen plannen om een hondenlosloopweide te realiseren in het Bijgaardepark. We volgen hierbij het afwegingskader hondeninfrastructuur. De regio rond het Bijgaardepark is een zone waar weinig openbaar groen is. In dergelijke gebieden geven we voorrang aan multifunctioneel openbaar groen in plaats van een monofunctionele invulling. Hondeneigenaars die hun hond zonder leiband willen laten lopen kunnen terecht in de hondenlosloopweide in het Banierpark en het Sint-Baafskouterpark.
Vleermuisvriendelijke verlichting in het Bijgaardepark
05/05/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Joris Vandenbroucke
De vraag →
Hoewel het belangrijk is de vleermuizenpopulatie te beschermen en niet verstoren kunnen we niet rond het feit heen dat het Bijgaardepark vandaag door vele bewoners wordt ervaren als een donkere plek die weinig toegankelijk is. Dat bleek ook uit signalen van de buurt.
Vleermuisvriendelijke verlichting wordt al sinds 2011 gebruikt door de Nederlandse Rijkswaterstaat: de Batlamp. Deze lampen zijn ook energiezuiniger dan traditionele straatverlichting. De fietsbrug tussen Merelbeke en het nieuwe bedrijventerrein in Zwijnaarde kreeg ook eerder gelijkaardige verlichting die de natuur zo min mogelijk verstoort
Daarom had ik graag bijkomende vragen gesteld:
- Waarom wordt verlichting in grote mate uitgesloten in het park en hoe wordt het veiligheidsgevoel van bewoners meegenomen in deze afweging?
- Kan u bekijken hoe en waar vleermuisvriendelijke verlichting kan worden aangebracht in het park? Uiteraard niet overal, maar zodat toch op een veilige en toegankelijke wijze ook in het donker een doorsteek kan gemaakt worden in het park.
Het antwoord →
8 juni 2026:
Geacht raadslid
Hieronder bezorg ik u het antwoord van schepen Vandenbroucke op uw hogervermelde schriftelijke vraag:
- Waarom wordt verlichting in grote mate uitgesloten in het park en hoe wordt het veiligheidsgevoel van bewoners meegenomen in deze afweging?
- Kan u bekijken hoe en waar vleermuisvriendelijke verlichting kan worden aangebracht in het park? Uiteraard niet overal, maar zodat toch op een veilige en toegankelijke wijze ook in het donker een doorsteek kan gemaakt worden in het park/ naar de aanwezige woningen.
De verlichting in het Bijgaardepark is in lijn met de visie uit het Gentse lichtplan waarbij parkpaden niet verlicht worden, alleen functionele fietspaden wel. Een belangrijk argument daarvoor is de effectieve impact van verlichting op het veiligheidsgevoel of de reële veiligheid. Internationale voorbeelden en wetenschappelijk onderzoek tonen aan dat meer licht in een park niet vanzelf leidt tot een beter veiligheidsgevoel of minder overlast. Studies identificeren een tweesnijdend zwaard:
Selectie: Daders kunnen op basis van verlichte omgeving beter inschatten welke slachtoffers kwetsbaar zijn en welke eigendommen waardevoller zijn.
In onbewaakte omgevingen zoals parken ’s nachts kan extra verlichting daarom paradoxaal genoeg net de kwetsbaarheid van aanwezige personen verhogen.
Specifiek voor deze locatie is er ook de vleermuizenpopulatie, waar u zelf ook al expliciet naar verwijst. Grote delen van het Bijgaardepark zijn ingetekend als leefgebied voor vleermuizen. Kunstlicht verstoort hun oriëntatie, jachtgedrag en voortplanting. Het plaatsen van verlichting in hun leefzones zorgt dan ook voor verstoring van deze op Europees niveau beschermde dieren, wat niet is toegestaan. Bij de ontwikkeling van de site van het Bijgaardepark werden in die context bindende voorwaarden opgelegd in de omgevingsvergunning door het Agentschap voor Natuur en Bos. Die bepalen uitdrukkelijk dat het Europese decreet voor de soortenbescherming strikt moet worden nageleefd en dat verstoring van vleermuizen te allen tijde moet worden vermeden. Hierdoor stuiten we al snel op de grenzen van wat mogelijk is.
Een bijzonderheid aan het Bijgaardepark is echter dat de ingang van een wijkgezondheidscentrum en een cohousingsproject in het park liggen. Inwoners en bezoekers moeten wat mij betreft wel ten alle tijden de voordeuren kunnen bereiken zonder daarbij in het donker te struikelen. Ik neem de signalen van u en de bewoners ernstig en zal met collega Van Braeckevelt een overleg organiseren met het Agentschap Natuur en Bos en Fluvius om te bekijken wat mogelijk is op het gebied van verlichting om de toegankelijkheid van het gebouw te verzoenen met de bescherming van de aanwezige vleermuizen.
Inmiddels heb ik alvast de opdracht gegeven aan onze wegendienst om de trap aan het begin van de Sporewegel te herstellen. Dat zal binnenkort gebeuren. Daarbij zullen wandarmaturen vrij laag geplaatst worden om de trap te verlichten zodat de Sporewegel op een veilige manier de toegang kan garanderen tot de ingang van de cohousing.
Risico: Meer voetgangers door betere verlichting betekent meer potentiële slachtoffers op straat.
Paradox: Betere zichtbaarheid van daders verhoogt tegelijkertijd de zichtbaarheid van slachtoffers en hun bezittingen voor daders.
ID en dienstverlening voor Gentse 75-plussers
23/04/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Burak Nalli
De vraag →
De recente aanpassing rond identiteitskaarten voor 75-plussers toont nog maar eens hoe sterk onze dienstverlening vandaag verweven is met digitale toepassingen. We zien dat een aanzienlijke groep oudere Gentenaars nog beschikt over een kaart met een lange geldigheidsduur, waarvan bij een deel de elektronische functies intussen minder betrouwbaar zijn geworden.
Dat is op zich een technisch verhaal, maar de impact ervan is allesbehalve technisch. Voor veel mensen gaat het over toegang tot essentiële dienstverlening: documenten aanvragen, attesten downloaden, of zich digitaal identificeren.
Mijn vraag vertrekt dan ook niet zozeer vanuit de aantallen, maar vanuit de ervaring van de gebruiker.
- Hoe zorgt de stad ervoor dat 75-plussers die geconfronteerd worden met een minder goed werkende identiteitskaart, niet afhaken in hun gebruik van digitale dienstverlening?
- Wordt er naast communicatie ook actief in begeleiding voorzien, bijvoorbeeld via loketten, digipunten of samenwerking met lokale organisaties?
- En hoe vermijden we dat deze groep, die net vaak iets minder digitaal vaardig is, pas bij een concreet probleem ontdekt dat hun kaart niet meer naar behoren werkt?
- Ziet u in deze situatie ook een bredere les voor onze dienstverlening? Met name dat we niet enkel moeten inzetten op digitalisering, maar ook blijvend op toegankelijkheid, gebruiksgemak en menselijke ondersteuning?
Het antwoord →
In afwachting
Project Generatie Gaatjesvrij
10/04/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Astrid De Bruycker
De vraag →
In het kader van het Gentse gezondheidsbeleid vormt mondgezondheid een belangrijke pijler. Het project Generatie Gaatjesvrij heeft als doel om preventieve mondzorg bij jonge kinderen te stimuleren, onder meer via screening van het gebit bij kinderen tussen 2 en 4 jaar. Volgens de doelstellingen zou jaarlijks een 500-tal kinderen bereikt worden.
- Hoeveel kinderen werden in het kader van dit project effectief bereikt in de afgelopen jaren?
- In welke mate wordt de vooropgestelde doelstelling van 500 gescreende kinderen per jaar gehaald?
- Welke specifieke doelgroepen van kinderen worden binnen dit project bereikt (bv. via kinderdagverblijven, kwetsbare gezinnen, bepaalde wijken)?
- Op basis van welke criteria of toeleidingskanalen komen kinderen in aanmerking om deel te nemen aan dit project?
Het antwoord →
Mondgezondheid is inderdaad een belangrijke pijler van ons gezondheidsbeleid, omdat een slechte mondgezondheid echt een grote impact kan hebben op je algemene gezondheid. Uit cijfers weten we ook dat vele kinderen te weinig poetsen en de weg naar de tandarts niet goed vinden. We weten bijvoorbeeld dat maar 60,2% van de Gentenaars jaarlijks naar de tandarts gaat (2024).
Generatie gaatjesvrij zet daarop in en bestaat uit verschillende pijlers:
- de communicatiecampagne “DJ Tuub” in maart, de maand van de tand
- het leren poetsen in de kinderdagverblijven
- aandacht voor mondzorg in het kleuterconsult door CLB
- de tandscreeningen in de consultatiebureaus van Kind & Gezin
Sinds het voorjaar 2025 wordt in 4 Gentse kinderdagverblijven ingezet op het dagelijks poetsen van de tandjes. Dit gebeurt i.s.m. de vakgroep kindertandheelkunde van de UGent. Het wordt momenteel geëvalueerd en nadien uitgerold in meer kinderdagverblijven.
De tandscreeningen in de consultatiebureaus van Kind & Gezin worden uitgevoerd door 3 gepensioneerde vrijwillige tandartsen. Zij screenen de tandjes van kinderen tussen 2 en 4 jaar. Het aantal screeningsmomenten groeit gestaag, van 6 per jaar bij opstart, naar 44 in 2025. Zo groeit ook het aantal kinderen dat we bereiken. Van 73 in 2021, 367 in 2022, 476 in 2023, 345 in 2024 (een lichte terugval tgv de bevallingsrust van de coördinator) en 542 in 2025.
We focussen hierbij op de socio-economisch meest kwetsbare kinderen. Bij de opstart legden we de focus op de consultatiebureaus van Kind & Gezin in de wijken die het slechtst scoren op tandartsbezoek. Dit zijn vaak de 19e-eeuwse gordel wijken. Bijvoorbeeld: in de wijk Rabot gaat 44,8% jaarlijks naar de tandarts t.o.v. 73,1% in de Sint-Denijs-Westrem. Ondertussen is de actie verbreed en organiseren we tandscreeningen in 10 van de 11 consultatiebureaus van Kind & Gezin, waaronder de 3 inloopteams. De wijken Rabot en Muide-Meulestede scoren heel laag op tandartsbezoek, maar hebben geen consultatiebureau in de wijk. In de wijk Muide-Meulestede werd daarom samengewerkt met het WGC ’t Vlot en de school Victor Carpentier om toch tandscreeningen te kunnen organiseren voor kinderen tussen 2 en 6 jaar. In de wijk Rabot wordt momenteel verkend of ook daar in samenwerking met WGC Rabot tandscreeningen georganiseerd kunnen worden.
De toeleiding van de kinderen gebeurt voor een groot deel via het consultatiebureau van Kind & Gezin via de vrijwilligers, verpleegkundigen en artsen die ouders aanspreken tijdens het 24- en 30-maandenconsult. Ook andere partners, zoals de wijkgezondheidscentra en de inloopteams leiden ouders toe naar de screeningen. Afspraken gebeuren via www.stad.gent/tandcontrole of via de Kind & Gezin-Lijn. De opkomst schommelt tussen de 72 en 87 % de afgelopen jaren.
Als er tandcariës wordt vastgesteld, worden de ouders gemotiveerd om een afspraak te maken bij de tandarts. Ze krijgen een infobrief mee voor de tandarts. We bellen ouders ook achteraf op met de vraag of zij naar de tandarts gingen of nog verdere informatie of ondersteuning hierbij nodig hebben. Zo zien we duidelijk dat de tandscreeningen ervoor zorgen dat tandcariës vaker wordt vastgesteld en de drempels naar de tandarts worden verlaagd.
Wandelvoetbalproject KAA Gent Foundation
10/04/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Astrid De Bruycker
De vraag →
Vlamingen zitten te veel stil en bewegen te weinig. Daarom lanceren VRT, Gezond Leven, het Departement Zorg en Sport Vlaanderen samen de actie ‘Kom van dat gat af’.
Een volledig overzicht van alle Gentse beweeginitiatieven zou ons te ver leiden. Maar ik had graag de aandacht gevestigd op het wandelvoetbalproject van de Kaa Gent Foundation.
Wandelvoetbal brengt 55-plussers samen en doorbreekt sociaal isolement.
- Welke doelgroepen worden vandaag effectief bereikt en welke blijven ondervertegenwoordigd?
- In welke mate draagt wandelvoetbal volgens de stad bij aan het verminderen van eenzaamheid en het versterken van sociale netwerken?
- Zijn er wijken waar het aanbod van wandelvoetbal ontbreekt en waar dit nochtans een meerwaarde zou kunnen zijn?
Het antwoord →
Beste raadslid Baert,
Bedankt voor je vraag en ook om op die manier dit zeer mooi initiatief in de verf te zetten. Want bewegen is gezond, houdt ons fit, zowel fysiek als mentaal en zorgt voor versterking van netwerken.
Het wandelvoetbalproject van de KAA Gent Foundation richt zich in de eerste plaats op 55-plussers, met bijzondere aandacht voor laagdrempelig bewegen, sociale ontmoeting en inclusie. Vooral volgende doelgroepen worden bereikt:
- Actieve en semi-actieve senioren, vaak met (beginnende) fysieke beperkingen die traditioneel voetbal niet meer toelaten.
- Ouderen die via lokale dienstencentra, buurtwerkingen of welzijnspartners worden toegeleid.
- Mannen, wat coherent is met het voetbalprofiel, maar waarbij ook vrouwen deelnemen.
- In bepaalde werkingen (zoals Wondelgem) ook personen met (beginnende) dementie, wat wijst op een goede afstemming met zorg- en welzijnspartners.
Tegelijk blijven enkele groepen ondervertegenwoordigd:
- Kwetsbare ouderen in armoede of met een beperkt sociaal netwerk die niet automatisch aansluiting vinden bij sport- of clubwerkingen.
- Ouderen met een migratieachtergrond, voor wie de drempel naar een voetbalcontext soms hoger ligt.
- Vrouwen, ondanks aanwezigheid, blijven zij in verhouding minder vertegenwoordigd.
- Zeer geïsoleerde of zorgafhankelijke ouderen, die bijkomende begeleiding of aangepaste toeleiding nodig hebben.
De wandelvoetbalploegen zijn over het algemeen divers samengesteld. Die diversiteit draagt bij aan een inclusieve en open groepsdynamiek. Wandelvoetbal is bovendien een laagdrempelige sport, die ook toegankelijk is voor mensen met dementie. Zo werden bijvoorbeeld in Wondelgem al meerdere personen met dementie succesvol toegeleid en geïntegreerd in de ploeg.
Daarnaast worden er verbindingen gelegd met pleintjesvoetbalinitiatieven en Elk Talent Telt-clubs, waardoor bewust wordt ingezet op intergenerationele ontmoeting en uitwisseling.
Nieuwe wandelvoetbalwerkingen worden gedurende een jaar intensief begeleid door de KAA Gent Foundation. Deze begeleiding focust op verbinding, teamgeest en de ondersteuning van zowel de trainer als de voltallige ploeg.
Elke werking wordt bovendien gekoppeld aan een lokaal dienstencentrum. Van daaruit worden deelnemers toegeleid en krijgt de ploeg extra ondersteuning. Bij vragen of moeilijkheden fungeert het dienstencentrum als brug naar het bredere dienstverleningsaanbod van het LDC en andere partners.
Ook de samenhorigheid binnen het netwerk van wandelvoetbalploegen krijgt veel aandacht. Om dit te versterken werden in 2025 maandelijks uitwisselingen tussen twee werkingen georganiseerd, wat zorgde voor regelmatige ontmoeting en kennisdeling. Er worden ook verschillende netwerkversterkende activiteiten opgezet, zoals een familiedag, herfstwandelingen en EHBO-vormingen.
Twee tot drie keer per jaar worden er wandelvoetbalhappenings georganiseerd. Deze initiatieven versterken de sociale verbondenheid, zowel binnen de teams als tussen de verschillende ploegen. Vanuit het wandelvoetbal zijn dan ook al heel wat hechte vriendschappen ontstaan. Dit alles heeft een positieve impact op het verminderen van eenzaamheid en het versterken van sociale netwerken. Momenteel zijn er acht wandelvoetbalkernen actief in de wijken Nieuw-Gent, Binnenstad (Zuidpark), Watersportbaan, Rabot, Sint-Denijs-Westrem, Sint-Amandsberg, Sint-Kruis-Winkel en Wondelgem. In de loop van dit jaar start een bijkomende ploeg in Nieuw-Gent. Vervolgens wordt gekeken naar Gentbrugge/Ledeberg om daar eveneens een nieuwe kern op te richten.