Het zal u wellicht verbazen maar we beschikken in ons land niet over een exact cijfer hoeveel personen met een beperking er in Vlaanderen of België wonen.
Maar uit bevolkingsenquêtes blijkt dat dat aantal tussen de 16 en 24 procent ligt. Toch zien we weinig mensen met een beperking in het straatbeeld omdat onze maatschappij hen systematisch uitsluit.
Interfederale toegankelijkheidswet
Het ontbreekt ons land aan een afdoend beleid om tot een integraal toegankelijke samenleving te komen. Er is wel een verordening toegankelijkheid maar die gaat niet ver genoeg. We hebben wel een sterke anti-discriminatiewetgeving maar geen juridisch sterke verankering van het recht op toegankelijkheid. Striktere wetgeving is noodzakelijk om qua toegankelijkheid de stap van goodwill naar mensenrechten te zetten.
In realiteit zien we dat het afdwingen van toegankelijkheid en inclusie vaak botsen met federale wetgeving (bv brandveiligheid, bankautomaten, …). Daarom pleit ik ervoor om ook op federaal niveau werk te maken van een wet op integrale toegankelijkheid waarbij de verplichting komt om de toegankelijkheid van de verschillende onderdelen van het gemeenschapsleven af te kunnen dwingen, d.w.z. de bebouwde omgeving (nieuwe en bestaande instellingen die openstaan voor het publiek, bedrijfsruimten, woningen, openbaar vervoer (bus, metro, tram, trein, vliegtuig, boot), wegen en openbare ruimten (tuinen, parkeerplaatsen, trottoirs, straatmeubilair, enz.), openbare communicatiemiddelen in het algemeen en openbaar vervoer in het bijzonder. ), online openbare communicatie (internet, telefoon, tv, enz.), de uitoefening van burgerschap (toegang tot het verkiezingsproces) en openbare diensten (noodoproepen, toegang tot de wet, enz.).
Om niet te zeggen dat mijn assistentiehond meer rechten heeft op toegang dan ikzelf want voor hem is recht op toegang op een degelijke manier in de wetgeving opgenomen.
Versnipperde informatie
Het blijft een probleem dat veel mensen met een handicap of chronische ziekte onvoldoende geïnformeerd geraken over de tegemoetkomingen waar ze recht op hebben, en hoe hun uitkeringen wijzigen als hun gezinssituatie of werkstatus wijzigt. Informatie zit versnipperd, soms weten medewerkers het zelf niet, wetgeving is niet helder, informatietools zijn niet eenvoudig om toe te passen. Informatie is in moeilijke taal opgesteld. De overheid moet toewerken naar interfederale kwalitatieve laagdrempelige, lokale informatiepunten waar de persoon met een beperking en zijn naasten voor alle informatie terechtkunnen.
Als duidelijk is waarop mensen recht hebben omwille van hun beperking zouden die rechten ook automatisch moeten worden toegekend. Zodat mensen krijgen waar ze recht op hebben zonder problemen.
Integratietegemoetkoming moet los staan van het inkomen
Vele mensen met een handicap blijven financieel afhankelijk van de persoon met wie ze samenwonen doordat uitkeringen als de inkomensvervangende tegemoetkoming of de invaliditeitsuitkering sterk verminderd wordt omdat ze samenwonen. Deze afhankelijke positie is niet meer van deze tijd en remt volwaardige participatie af. Je tegemoetkoming zou onafhankelijk moeten zijn van je woonsituatie, zodat je niet afhankelijk wordt van de persoon met wie je samenwoont en voldoende inkomen hebt om menswaardig van te leven en volwaardig te participeren.
De toegang tot uitkeringen die bedoeld zijn voor compensatie van handicapkosten, moeten gevrijwaard worden. De integratietegemoetkoming wordt uitgekeerd aan mensen bij wie een verminderde zelfredzaamheid werd vastgesteld, waardoor er sprake is van niet-becijferbare meerkosten omwille van handicap. De integratietegemoetkoming is een extra inkomen dat aan deze mensen wordt uitbetaald zodat zij de kosten kunnen opvangen. Wie echter hoger dan een bepaald inkomen heeft, ziet zijn/ haar integratietegemoetkoming verminderd of zelfs helemaal wegvallen. Hierdoor moeten deze personen hun handicapkosten uit het gewoon inkomen betalen. Er is daardoor absoluut geen sprake van gelijke kansen op een goede inkomenspositie. Het vrijstellingsplafond voor wie werkt is fors opgetrokken, wat een zeer belangrijke positieve stap is. Het vrijstellingsplafond voor wie een belastbaar vervangingsinkomen heeft (invaliditeitsuitkering, pensioen, werkloosheidsuitkering, leefrente) is echter nog zeer laag. Voor deze mensen met een handicap stelt de overheid dat ze de extra handicapkosten maar zelf moeten betalen. Dit is een discriminatoire situatie die onmiddellijk moet worden rechtgezet. De integratietegemoetkoming moet los staat van hoeveel iemand verdient.
Een persoonsvolgend budget voor mensen met jongdementie
Met een persoonsvolgend budget zouden mensen met jongdementie en hun familie meer hulp thuis kunnen organiseren. Zo kunnen ze iemand als assistent inschakelen om taken over te nemen, zodat mantelzorgers minder belast worden. Mantelzorgers kunnen dan misschien (deeltijds) blijven werken en terug meer tijd doorbrengen als partner, vriend, ouder of kind van de persoon met jongdementie.
Het VN-Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap stelt bovendien dat persoonlijke autonomie en keuzevrijheid essentiële basisprincipes zijn. België ratificeerde dit verdrag in 2009 en moet daarom de rechten van alle mensen met een handicap, ook die met jongdementie, waarborgen. Maar op dit moment krijgt deze groep geen toegang tot persoonsvolgende financiering. Het voornaamste argument is de budgettaire impact. Professor Vandenberghe (UZ Leuven) heeft echter berekend dat dit amper zou leiden tot een toename van 197 nieuwe aanvragen per jaar. En de aanvragers hebben helaas een zeer lage levensverwachting.