Skip to content
Veerle Baert
Veerle Baert

  • Home
  • Wie ben ik?
  • Mijn mondelinge en schriftelijke vragen
    • 2026
      • Kwartaal 3 – 2026
      • Kwartaal 2 – 2026
      • Kwartaal 1 – 2026
    • 2025
      • Kwartaal 4 – 2025
      • Kwartaal 3 – 2025
      • Kwartaal 2 – 2025
      • Kwartaal 1 – 2025
Veerle Baert

Kwartaal 2 – 2026

Inzamelpunt verkeersborden

29/06/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Het einde van het academiejaar nadert en veel studenten zullen tegen augustus hun kot verlaten waarna een nieuwe lichting studenten haar intrek neemt. Helaas verdwijnen er elk jaar ook verkeersborden uit het straatbeeld. Een aantal van deze ‘verdwaalde’ verkeersborden komt uiteindelijk terecht op studentenkoten. Dat is uiteraard niet de bedoeling aangezien deze verkeersborden steeds een doel hebben: passanten/ inwoners informeren. Het stelen van verkeersborden brengt bovendien onnodige kosten met zich mee, aangezien de stad deze verkeersborden moet vervangen. In het verleden werd door een studentenvereniging een inzamelactie georganiseerd waarbij dergelijke verkeersborden straffeloos konden worden terugbezorgd. Dat maakte het mogelijk om een aantal verdwenen verkeersborden opnieuw in het straatbeeld te krijgen.

  • Waar kunnen mensen die nog in het bezit zijn van een verkeersbord dit vandaag terugbezorgen?
  • Ziet u mogelijkheden om ook deze zomer, eventueel samen met studentenorganisaties, opnieuw een laagdrempelig inzamelpunt of inzamelactie te organiseren zodat verdwenen verkeersborden kunnen worden terugbezorgd?
Het antwoord →

Waar kunnen mensen die nog in het bezit zijn van een verkeersbord dit vandaag terugbezorgen?  

Achtergelaten verkeerssignalisatie op het openbaar domein kan steeds gemeld worden aan de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen of via GentInfo. Daarna haalt de Wegendienst deze signalisatie op. Deze kunnen ook steeds binnengebracht worden in het depot van de dienst in de Proeftuinstraat 45. 

Ziet u mogelijkheden om ook deze zomer, eventueel samen met studentenorganisaties, opnieuw een laagdrempelig inzamelpunt of inzamelactie te organiseren zodat verdwenen verkeersborden kunnen worden terugbezorgd? 

De Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen is geen voorstander van dit soort initiatieven. Ze kunnen de schijn wekken van een regularisatie van het vervreemden van verkeersborden op het openbaar domein. Of ze kunnen deze handeling verheffen tot een volksculturele activiteit of traditie. 

Daarnaast hebben deze acties ook een beperkte impact. Wij realiseren jaarlijks 600 nieuwe verkeerstechnische dossiers (verkeersborden, antiparkeerpalen, wegversmallingen, middengeleiding,…) en onderhouden de meer dan 100.000 Gentse verkeersborden. We verwerken ook per jaar 2.500 meldingen met betrekking tot beschadigde of verdwenen vaste verkeerssignalisatie. Bijkomend plaatsen we ook mobiele signalisatie (schragen, parkeerverboden, betonblokken) voor meer dan 600 evenementen per jaar.  

Het aantal vervreemde verkeersborden is, in het licht van deze cijfers, relatief beperkt. Een initiatief van een studentenvereniging in 2021 voor het terugbrengen van verkeersborden bleek enkel een publicitair succes. Het leverde veel afval en amper herbruikbare verkeersborden op. 

Om deze redenen willen we liever geen extra aandacht geven aan een ongewenst doch al bij al beperkt fenomeen. 


Dixi’s op het openbaar domein

29/06/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Wie door Gent wandelt, merkt dat er bij wegenwerken of bouwwerven regelmatig een Dixi wordt geplaatst op het openbaar domein. Dat is uiteraard nodig voor de werknemers op de werf.

Toch stel ik vast dat de werftoiletten nogal eens op het voetpad terechtkomen. Op sommige plaatsen blijft er daardoor nog nauwelijks doorgang over voor voetgangers. Voor mensen met een rolstoel, een kinderwagen of wie minder mobiel is, zorgt dat voor moeilijke situaties.

Daarom had ik graag volgende vragen gesteld.

  • Welke regels gelden vandaag voor de plaatsing van werftoiletten op het openbaar domein? Mogen die op het voetpad worden geplaatst?
  • Wordt er bij de inrichting van een werf op toegezien dat de doorgang voor voetgangers voldoende breed en toegankelijk blijft?
  • Herkent u deze problematiek en ziet u mogelijkheden om aannemers hier extra op te wijzen of de afspraken hierover te verduidelijken?
Het antwoord →

7 augustus 2026:

Welke regels gelden vandaag voor de plaatsing van werftoiletten op het openbaar domein? Mogen die op het voetpad worden geplaatst? 

Enkel in uitzonderlijke gevallen wordt een werftoilet op het voetpad vergund. In normale omstandigheden wordt een werftoilet op een parkeerstrook of rijbaan vergund. Als er echter geen parkeerstrook is en de rijbaan is te smal wordt een toilet op het voetpad vergund. 

Wordt er bij de inrichting van een werf op toegezien dat de doorgang voor voetgangers voldoende breed en toegankelijk blijft? 

Bij het vergunnen van een inname op het openbaar domein houden we steeds rekening met toegankelijkheid. We hanteren hierbij een standaard obstakelvrije doorgang van 1,20m 

Herkent u deze problematiek en ziet u mogelijkheden om aannemers hier extra op te wijzen of de afspraken hierover te verduidelijken? 

Ja, we herkennen deze problematiek. Bij elke vergunning voor een inname van het openbaar domein worden duidelijke voorwaarden opgelegd om de toegankelijkheid en een veilige doorgang voor voetgangers te garanderen. 

Wanneer uit meldingen of controles blijkt dat bepaalde afspraken niet worden nageleefd, spreken we de betrokken aannemer daarop aan en treden we waar nodig handhavend op. Daarnaast nemen we dergelijke aandachtspunten mee in onze contacten met aannemers en bekijken we waar de bestaande afspraken of richtlijnen verder kunnen worden verduidelijkt, zodat de verwachtingen voor iedereen helder zijn en de toegankelijkheid van het openbaar domein maximaal gewaarborgd blijft. 


Afstemming verkeerslichten rond de R40

29/06/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Op verschillende plekken op de R40, waaronder ter hoogte van de oversteek naar de Gandastraat aan Dampoort, maar ook aan Opgeeïstelaan ter hoogte van de Gaardeniersbrug, merk ik dat de verkeerslichten voor voetgangers en fietsers niet op elkaar afgestemd zijn. Daardoor ontstaat soms verwarring. Afhankelijk van welke drukknop werd gebruikt, kunnen de lichten immers verschillend reageren (groen voor de één maar rood voor de ander), waardoor het voor de partij die niet op de knop gedrukt heeft, het niet altijd duidelijk is of er mag worden overgestoken. Bovendien wordt het fietslicht niet herhaald wanneer er een dubbele rijbaan met afscheiding is. Dit zorgt voor bijkomende verwarring aangezien een aantal fietsers stopt op de middenberm/ trambedding omdat ze enkel nog een rood mannetje zien. Daarnaast valt op dat als je van de Dampoort komt richting Gandastraat, er geen (duidelijke) aanduiding voor fietsers om over te steken.

  • Kan u met het AWV in overleg gaan om te kijken hoe de verschillende verkeerslichten beter op elkaar afgestemd kunnen worden zodat er minder verwarring ontstaat? Kan het verkeerslicht voor fietsers herhaald worden wanneer er een tweede verkeerslicht staat?
  • Kan er nagegaan worden of de signalisatie voor fietsers die van Dampoort komen, richting Gandastraat rijden en willen oversteken duidelijk genoeg is en waar nodig worden verbeterd?
Het antwoord →

7 augustus 2026:

 Wat algemene informatie over verkeerslichten  

  • Het verkeerslicht aan de Opgeëistenlaan is in beheer van de stad Gent. Het verkeerslicht aan de Gandastraat is in beheer van het Agentschap Wegen en Verkeer.  
  • We plaatsen pas een verkeerslicht op de middenberm als het veilig is een weggebruiker daar te laten wachten terwijl er voor en achter hem ander verkeer passeert.  
  • Voor fietsers en voetgangers gelden andere richtlijnen qua minimumgroentijden. Voor een fietsers volstaat 7 seconden. Voor een voetganger hangt dit van de oversteeklengte af.   
  • Ook hebben fietsers en voetgangers andere ontruimingstijden. De tijd dat het rood is maar we nog rekening houden dat je je oversteek verder afmaakt vooraleer een conflicterende weggebruiker groen kan krijgen. Dit hangt voor beiden af van de oversteeklengte maar omdat ze elk een andere snelheid hebben moet voor een voetganger veel langer roodtijd genomen worden.  
  • Conform de plaatsingsvoorwaarden staan voetgangerslichten aan de overzijde van de oversteek. Fietserslichten staan aan het begin van de oversteek. Zolang je geen nieuw fietserslicht tegenkomt mag je dus blijven oversteken als fietser.   
  •  Je drukt als voetganger op de drukknop voor voetgangers en kijkt naar het verkeerslicht voor voetgangers. Je drukt als fietser op de drukknop voor fietsers en kijkt naar het verkeerslicht voor fietsers.   

Bij lange fiets- en voetgangersoversteken wordt bewust gekozen het fietsers- en voetgangerslicht apart aan te sturen. Bij een oversteeklengte van 20m dient er 37 seconden vrij gehouden te worden voor de voetganger (minimumgroen + ontruimingstijden). Voor een fietser volstaat 12 seconden. Dat is een verschil van 25 seconden. Wanneer er geen voetgangers zijn, is het bijzonder nadelig die 25 seconden in rekening te brengen terwijl die op dat moment niet nodig is. Andere weggebruikers (ook bussen, fietsers en andere voetgangers) staan op dat moment voor niets te wachten, de autofile wordt langer en er moet daarna langer groen gegeven worden op de andere takken van het kruispunt, vooraleer voetgangers van de lange oversteek opnieuw groen kunnen krijgen. Ook voetgangers hebben er dus baat bij om geen groen te krijgen wanneer er geen voetgangers willen versteken. De gemiddelde wachttijd zal hierdoor namelijk verlagen wat de wachttijd verkort wanneer er wel voetgangers zijn.  

Het klopt dat er soms verwarring kan zijn bij weggebruikers. Specifiek gebeuren er 2 zaken. Fietsers drukken wel op de fietsersdrukknop maar kijken vervolgens voor zich naar het voetgangerslicht en zien niet dat het groen is geweest voor de fietsers omdat ze naar het verkeerde verkeerslicht kijken. Voetgangers daarentegen drukken soms op de fietsersdrukknop in plaats van de voetgangersdrukknop waardoor het helemaal geen groen wordt voor hen.   

Het is niet overal wenselijk dit zo aan te passen dat steeds beiden samen groen hebben. Dit zou een enorme impact hebben op de doorstroming van alle weggebruikers, niet alleen gemotoriseerd verkeer maar ook de bussen, en zelfs de fietsers en voetgangers. Op complexe lange kruispunten doen we dit daarom niet.  

Kan u met het AWV in overleg gaan om te kijken hoe de verschillende verkeerslichten beter op elkaar afgestemd kunnen worden zodat er minder verwarring ontstaat? Kan het verkeerslicht voor fietsers herhaald worden wanneer er een tweede verkeerslicht staat?  

  • We hebben vaak gesprekken met AWV over de werking van verkeerslichten. Er is hier echter geen probleem met de verkeerslichten. De keuzes om voetgangers op lange oversteken geen groen te geven als er niet op de voetgangersdrukknop wordt gedrukt, is bewust. Dit is een normale gang van zake die overal in Vlaanderen toegepast wordt.  
  • Het fietslicht herhalen zou onveilig zijn aangezien grote groepen fietsers dan kunnen stranden op te smalle middenbermen. Dit is niet veilig en dus niet wenselijk.  

Kan er nagegaan worden of de signalisatie voor fietsers die van Dampoort komen, richting Gandastraat rijden en willen oversteken duidelijk genoeg is en waar nodig worden verbeterd?     Wanneer voetgangers en fietsers op de voor hen bedoelde drukknop drukken, hebben ze een goed zicht op de verkeerslichten die voor hen van toepassing zijn. We zien hier geen opties om de signalisatie aan te passen.


Misogynie

18/06/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Evita Willaert

De vraag →

Met de recente documentaire van Louis Theroux, Inside the Manosphere, wordt opnieuw duidelijk hoe online figuren en algoritmes jongeren (en vooral jongens) blootstellen aan vrouwonvriendelijke, extremistische en toxische ideeën over mannelijkheid, relaties en genderrollen. De documentaire toont hoe deze zogenaamde “manosphere” jongeren bereikt via sociale media, podcasts en influencers, en hoe die boodschappen steeds vaker doorsijpelen in het dagelijkse leven van scholen en klaslokalen. De serie ‘Adolescence’ geeft weer welke tragische gevolgen toxische mannelijkheid kan hebben.

  1. Worden leerkrachten, leerlingbegeleiders en directies vandaag ondersteund om signalen van vrouwenhaat of toxische masculiniteit bij leerlingen te herkennen?
  2. Zijn er binnen het stedelijk onderwijs specifieke vormingen, lessen of sensibiliseringscampagnes rond (online) misogynie?
  3. Hoe wordt ervoor gezorgd dat meisjes en vrouwelijke leerkrachten zich veilig voelen in een schoolcontext waar online vrouwenhaat steeds zichtbaarder aanwezig is? 
  4. Beschikt de stad over cijfers, meldingen of interne registraties van incidenten waarbij misogynie, seksistische intimidatie, online haatspraak of verwijzingen naar figuren uit de manosfeer een rol speelden binnen scholen?
  5. Op welke manier wordt gewerkt aan mediawijsheid en kritisch omgaan met online influencers die vrouwonvriendelijke boodschappen verspreiden?
  6. Kan de schepen aangeven of er de voorbije jaren concrete casussen zijn geweest waarbij scholen geconfronteerd werden met invloed van de manosfeer, bijvoorbeeld via pestgedrag, intimidatie van meisjes, verspreiding van seksistische content of radicalisering van jongens?
  7. Zijn er samenwerkingen met experten, organisaties of academische instellingen rond preventie van online radicalisering en misogynie bij jongeren?
  8. Plant de stad bijkomende initiatieven of beleidsmaatregelen om deze problematiek structureel aan te pakken?
Het antwoord →

1 juli 2026:

Beste raadslid mevrouw Baert

In volgorde van uw vragen vindt u hieronder het antwoord op de gestelde vragen.

Worden leerkrachten, leerlingbegeleiders en directies vandaag ondersteund om signalen van vrouwenhaat of toxische masculiniteit bij leerlingen te herkennen?

Zijn er binnen het stedelijk onderwijs specifieke vormingen, lessen of sensibiliseringscampagnes rond (online) misogynie?

Binnen het Stedelijk Onderwijs Gent (SOG) vertrekken alle scholen vanuit de leerplannen. Dat is Leer Lokaal (OVSG) voor het basisonderwijs (BaO) en de eerste graad secundair onderwijs (SO) en het leerplan GO! voor de tweede en derde graad SO. Deze bevatten expliciete leerdoelen rond gendersensitiviteit, grensoverschrijdend gedrag, mediawijsheid en kritisch omgaan met genderrollen, zowel online als offline. Deze doelen zijn verplicht en worden bewaakt via het OK-kader (= referentiekader voor onderwijskwaliteit) van de Vlaamse overheid.

Scholen kunnen voor implementatie rekenen op de Pedagogische Begeleiding van het Stedelijk Onderwijs Gent (PBSOG) en de begeleiding van OVSG. Dankzij het spiraalcurriculum van Leer Lokaal keren thema’s zoals vrouwenhaat, toxische mannelijkheid en online beïnvloeding cyclisch terug doorheen de volledige schoolloopbaan.

Daarnaast zijn er structurele leerlijnen in BaO en SO rond diversiteit, identiteitsontwikkeling, gelijkheid, relationele vaardigheden, groepsdynamiek en mediawijsheid. In de tweede en derde graad SO worden genderrollen, machtsstructuren, seksisme en misogynie expliciet geanalyseerd binnen gedragswetenschappen, sociale wetenschappen, filosofie en media & cultuur.

Hoe wordt ervoor gezorgd dat meisjes en vrouwelijke leerkrachten zich veilig voelen in een schoolcontext waar online vrouwenhaat steeds zichtbaarder aanwezig is? 

Het Stedelijk Onderwijs Gent (SOG) hanteert duidelijke kaders rond grensoverschrijdend gedrag voor personeel onderling, personeel-leerlingen en leerlingen onderling. Deze kaders worden ondersteund door jaarlijks geactualiseerde toolboxen en nauwe samenwerking met iCLB en Pilar.

Welbevinden en veiligheid zijn kernprincipes in het strategisch plan dat SOG momenteel uitwerkt.

Beschikt de stad over cijfers, meldingen of interne registraties van incidenten waarbij misogynie, seksistische intimidatie, online haatspraak of verwijzingen naar figuren uit de manosfeer een rol speelden binnen scholen?

Er bestaan geen stedelijke overkoepelende registraties specifiek rond misogynie of verwijzingen naar de manosfeer binnen het Stedelijk Onderwijs.

Op welke manier wordt gewerkt aan mediawijsheid en kritisch omgaan met online influencers die vrouwonvriendelijke boodschappen verspreiden?

De leerlijn ‘mediawijsheid’ binnen Leer Lokaal wordt permanent ondersteund door PBSOG, de ICT-coaches en de ICT-coördinatoren. Het Nie Normaal Digitaal Festival zette dit schooljaar sterk in op online veiligheid, kritische omgang met influencers en nepnieuws. Scholen werken hiervoor samen met o.a. Mediawijs, Medianest, Pimento, Gamechangers, Mediavista, UGent, Digisaurus en Child Focus.

Kan de schepen aangeven of er de voorbije jaren concrete casussen zijn geweest waarbij scholen geconfronteerd werden met invloed van de manosfeer, bijvoorbeeld via pestgedrag, intimidatie van meisjes, verspreiding van seksistische content of radicalisering van jongens?

Er zijn de voorbije jaren  gevallen van pestgedrag, online haat en intimidatie gemeld. Niet alle gevallen kunnen eenduidig gelinkt worden aan misogynie of de manosfeer, maar de problematiek is reëel en aanwezig in de samenleving én dus in scholen.

Directies, leerkrachten, leerlingbegeleiders, zorgcoördinatoren, PBSOG, CLB en PILAR werken dagelijks aan een veilige schoolomgeving en treden snel op bij meldingen, conform het handelingskader Grensoverschrijdend Gedrag. Het nieuwe samenhorigheidsbeleid Goed Gedragen (toegevoegd als bijlage) versterkt dit verder.

Zijn er samenwerkingen met experten, organisaties of academische instellingen rond preventie van online radicalisering en misogynie bij jongeren?

Vanaf 2027-2028 wordt elke school verplicht om een gedragsexpert aan te stellen. Deze experts zullen leraren ondersteunen in klasmanagement, gewenst gedrag en grenzen stellen. Scholen zijn momenteel bezig met voorbereiding en vorming.

Plant de stad bijkomende initiatieven of beleidsmaatregelen om deze problematiek structureel aan te pakken?

Het plan Goed Gedragen vertaalt de Vlaamse regelgeving in concrete modellen rond sociaal-emotioneel leren en schoolbinding. De Gentse gedragsexperts vormen vanaf volgend schooljaar een professionele leergemeenschap met ruimte voor focus op online radicalisering en misogynie. Daarnaast blijft het SOG de komende jaren samenwerken met externe experten zoals Mediaraven, çavaria, Katelijne Van Lommel, Steffie De Baerdemaeker … Gendersensitiviteit wordt verder verankerd in het actieplan Diversiteit & Inclusie en via het project BRIDGE met Arteveldehogeschool.


Fietstaxi’s

16/06/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

De meeste Gentenaars zullen ze zeker al eens hebben zien passeren, de fietstaxi. In een riksja, dat wordt bestuurd door een vrijwilliger met een herkenbaar fluohesje, kunnen mensen die minder mobiel zijn vervoerd worden door het centrum van de stad. Een prachtig initiatief dat gestuwd wordt door vrijwilligers. Ik heb de indruk dat ik ze steeds vaker in de stad zie. Ik had dan ook graag volgende vragen gesteld:

  • Hoe ziet de schepen het concept groeien de komende legislatuur?
  • Hoe worden de fietstaxi’s geëvalueerd?
  • Is het mogelijk om de actieradius van de fietstaxi te vergroten?
  • En tot slot voor de geïnteresseerden en fervente fietsers: waar kunnen vrijwilligers zich melden om fietstaxichauffeur te worden? 
Het antwoord →

24 juni 2026:

Beste Mevr. Baert, 

De fietstaxi’s zijn inderdaad meer en meer een bekend zicht in Gent. De werking van de fietstaxi’s is de voorbije jaren positief geëvalueerd. Het aantal uitgevoerde ritten is van 2.000 in 2022 gegroeid naar 8.702 ritten in 2025. 99% van die ritten worden uitgevoerd voor mensen die minder mobiel zijn. Ik heb de middelen voorzien om deze even gewaardeerde als onmisbare dienstverlening verder te laten groeien naar 12000 ritten per jaar ofwel een groei van ruim 30%. 

Het gebied waarbinnen de fietstaxi’s functioneren is de R4. Wel is het zo dat de werking haar doelgericht haar aanbod uitbreidt. Zo ging de fietsambassade een samenwerking aan met het LDC De Mantel in Zwijnaarde op vraag van het LDC. De doelgroep het LDC kunnen nu dus ook vanuit deze plek een ritje met de fietstaxi bestellen. Ook lanceerde de fietsambassade recent een communicatiecampagne om andere startlocaties onder de aandacht te brengen, zoals een station of een parking. Ook deze plekken kunnen als startlocatie aangevraagd worden.  Op die manier wordt de werking van de fietstaxi een onmiskenbare schakel in de strijd tegen vervoersarmoede. Een werking die, zoals je aangeeft, heel sterk op vrijwilligers steunt. Nieuwe vrijwilligers kunnen zich vlot aanmelden via de website van de Fietsambassade. 


Sluiting bouwafdeling CVO Gent

16/06/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Evita Willaert

De vraag →

Het volwassenenonderwijs vervult een belangrijke maatschappelijke rol: het biedt kansen tot emancipatie, levenslang leren en sociale verbinding. Het is een plaats waar volwassenen, vaak naast hun werk, gezin of andere verantwoordelijkheden, een vak kunnen leren en zich kunnen heroriënteren.

De aangekondigde sluiting van de bouwafdeling aan CVO Gent op de Martelaarslaan roept dan ook heel wat vragen op omwille van de impact op de huidige cursisten en docenten.

Voor verschillende cursisten betekent deze beslissing dat zij modules waarop zij rekenden niet meer zullen kunnen volgen en dat een diploma of certificaat waarvoor reeds jaren inspanningen werden geleverd, plots onzeker wordt. Dit raakt mensen die bewust investeren in hun opleiding en die daarvoor aanzienlijke tijd en middelen vrijmaken.

Daarnaast heeft de bouwafdeling van CVO Gent een lange traditie. Generaties Gentenaren hebben er een vak geleerd. De afdeling vormt niet alleen een opleidingsplaats, maar ook een ontmoetingsplek waar mensen met uiteenlopende achtergronden samen leren en werken. Ook de expertise van de betrokken docenten vertegenwoordigt een belangrijke meerwaarde die verloren dreigt te gaan.

  1. Op basis van welke inhoudelijke, organisatorische en financiële argumenten werd deze beslissing genomen? Kan de schepen de relevante cijfers en motiveringen meedelen?
  2. Heeft de Stad Gent of de directie van CVO Gent overleg gepleegd met de betrokken docenten en cursisten voorafgaand aan de beslissing? Zo ja, wanneer en op welke wijze?
  3. Welke concrete maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat huidige cursisten hun opleidingstraject kunnen afwerken en de modules waarvoor zij reeds een engagement zijn aangegaan alsnog kunnen volgen?
  4. Worden alternatieven onderzocht, bijvoorbeeld via samenwerking met andere opleidingscentra of door het organiseren van overgangstrajecten? Zo ja, welke?
  5. Welke gevolgen heeft de sluiting voor de betrokken personeelsleden en op welke wijze zal hun expertise maximaal behouden worden?
  6. Hoe verzoent de schepen deze beslissing met de doelstelling om levenslang leren te stimuleren en met de maatschappelijke rol die het volwassenenonderwijs vervult voor kortgeschoolden, mensen in heroriëntatie en andere kwetsbare doelgroepen?
Het antwoord →

13 juli 2026:

Op basis van welke inhoudelijke, organisatorische en financiële argumenten werd deze beslissing genomen? Kan de schepen de relevante cijfers en motiveringen meedelen? 

De recente besparingen van Vlaams minister Demir in het volwassenenonderwijs (€10mio in 2026 en bijna €30mio in 2027) veroorzaken wijzigingen in de dertig Vlaamse CVO’s. De maatregel is overal in Vlaanderen voelbaar voor het personeel; leerkrachten en ondersteunend beleidspersoneel.  

Helaas is dat ook het geval bij CVO Gent. Onderwijs Vlaanderen bezorgde (pas afgelopen paasvakantie!) aan CVO Gent de definitieve berekening van het pakket leraarsuren dat hen wordt toegekend voor niet-NT2-opleidingen. CVO Gent stelde vast dat zij door Vlaanderen een structurele besparing van 12,58%, of 8.911,96 leraarsuren kregen opgelegd. Vlaanderen start haar besparing bovendien al vanaf het komende schooljaar en veroorzaakt dus onmiddellijke impact in de betrokken centra. Ook is er een opdracht om het aanbod af te stemmen met de andere aanbieders van volwassenenonderwijs in de regio: CVO’s, VDAB en Syntra. 

CVO Gent biedt vandaag 110 opleidingen aan binnen 30 studiegebieden. Deze brede programmatie is historisch gegroeid, maar maakt het centrum kwetsbaar in de nieuwe context waarin de Vlaamse overheid focust op opleidingen met voldoende schaalgrootte, duidelijke maatschappelijke meerwaarde en arbeidsmarktrelevantie. 

De Vlaamse opdracht wordt door CVO Gent vertaald in drie sporen, om de organisatie financieel en pedagogisch duurzaam te houden en om de impact op cursisten en medewerkers zoveel als mogelijk te beperken:  

  • Afbouw opleidingen:                 3.480 lestijden 
  • Matiging opleidingsaanbod:     4.270 lestijden 
  • Matiging coördinatie-uren:       1.148 lestijden 

De opleidingen die worden afgebouwd, worden gekenmerkt door één of meerdere van volgende elementen: hoge organisatiekost, structureel dalende instroom, beperkte certificering, overlap met andere publieke opleiders of beperkte maatschappelijke of arbeidsmarktrelevantie. 

De opleiding bouw vermindert met ongeveer 1.600 lestijden en werd beoordeeld op basis van: 

  • een structureel lage en dalende instroom;  
  • lage doorstroom naar vervolgmodules en dus beperkte certificering van beroepskwalificaties (vb. de voorbije 5 jaar behaalden in totaal slechts 3 cursisten de beroepskwalificatie van metselaar) 
  • overlap in aanbod met VDAB; 
  • hoge infrastructuur- en investeringskosten; 
  • het ontbreken van een knelpuntstatus binnen het volwassenenonderwijs (BOUW is geen knelpuntopleiding). 

Heeft de Stad Gent of de directie van CVO Gent overleg gepleegd met de betrokken docenten en cursisten voorafgaand aan de beslissing? Zo ja, wanneer en op welke wijze? 

Door de laattijdige communicatie legde Vlaanderen alle CVO’s een heel strak tijdspad op. Toch is de uitvoering van de opdracht in Gent tot stand gekomen via een breed overlegtraject en werd ze niet eenzijdig doorgevoerd. 

Er werd overleg gevoerd met: 

  • De Gentse vakorganisaties op 4 maart en 22 april; 
  • Het schoolbestuur op meerdere momenten; 
  • Alle personeelsleden via een online personeelsvergadering op 24 maart; 
  • De betrokken opleidingsteams tijdens 17 teamgesprekken 4-8 mei; 
  • Regionale partners, waaronder andere CVO’s, VDAB Gent en Syntra Midden-Vlaanderen via de regiotafels Gent. 

Daarnaast werden de individuele personele gevolgen besproken met de personeelsdienst, de directie en de individuele leerkrachten. 

Welke concrete maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat huidige cursisten hun opleidingstraject kunnen afwerken en de modules waarvoor zij reeds een engagement zijn aangegaan alsnog kunnen volgen? 

De besparingen van minister Demir gaan al in vanaf het komende schooljaar. Dat betekent dat lopende trajecten onmiddellijk worden afgebroken. 

CVO Gent kiest binnen de mogelijkheden die er nog zijn, toch voor een gecontroleerde en zorgvuldige afbouw, opdat cursisten die reeds in traject zijn, maximaal de kans krijgen om waar mogelijk nog een deelkwalificatie te behalen. Dit is het geval voor bv. de opleiding ‘Schilder’ en de opleiding ‘Dakwerken, pannen en leien’.  

Voor opleidingen waarbij op korte termijn geen certificering of zinvol vervolgtraject meer mogelijk is, of waar alternatieven bestaan bij andere publieke opleidingsverstrekkers in Gent, wordt er doorverwezen naar een alternatief. Elke cursist kan terecht bij de trajectbegeleider om samen mogelijke alternatieven te bekijken. CVO Gent werkt actief samen met andere opleidingsverstrekkers in de regio. 

Worden alternatieven onderzocht, bijvoorbeeld via samenwerking met andere opleidingscentra of door het organiseren van overgangstrajecten? Zo ja, welke? 

Samenwerking tussen opleidingsverstrekkers is een beleidsdoelstelling van de Vlaamse overheid. In dat kader werd tijdens de rationalisatie ook overleg gevoerd met andere Gentse CVO’s en regionale partners Syntra en VDAB. Dit moet zorgen voor doorverwijzing en de continuïteit van opleidingen binnen de bouwsector waar mogelijk. 

Zoals hierboven gesteld kiest CVO Gent voor een gecontroleerde en zorgvuldige afbouw, opdat cursisten die reeds in traject zijn, maximaal de kans krijgen om waar mogelijk nog een deelkwalificatie te behalen. 

Welke gevolgen heeft de sluiting voor de betrokken personeelsleden en op welke wijze zal hun expertise maximaal behouden worden? Wat is de impact op de betrokken personeelsleden? 

De Vlaamse besparingsopdracht treft in Gent in totaal vijf vastbenoemde en drie tijdelijke personeelsleden. 

Voor de vastbenoemde personeelsleden wordt de wettelijke TBSOB-procedure gevolgd, waarbij alle mogelijkheden tot hertewerkstelling binnen het centrum worden onderzocht. Deze oefening is volop bezig. Voor de drie tijdelijke personeelsleden is er geen perspectief in het eigen CVO. 

Hoe verzoent de schepen deze beslissing met de doelstelling om levenslang leren te stimuleren en met de maatschappelijke rol die het volwassenenonderwijs vervult voor kortgeschoolden, mensen in heroriëntatie en andere kwetsbare doelgroepen? 

Dit betreft geen Gentse keuze, maar een besparing van de Vlaamse regering. CVO Gent is hierdoor genoodzaakt om met minder middelen aan de slag te gaan, en wordt gedwongen om haar opleidingsaanbod aan te passen binnen de strikte Vlaamse opdracht. Deze rationalisering betekent geenszins een afbouw van de Gentse ambitie rond levenslang leren, maar houdt wel een verplichte heroriëntering in van het aanbod, opgelegd door minister Demir. 

CVO Gent zet sterker in op opleidingen die beantwoorden aan maatschappelijke noden en beleidsprioriteiten, zoals Nederlands voor anderstaligen, geletterdheid, digitale vaardigheden, diplomagerichte trajecten en arbeidsmarktgerichte knelpuntopleidingen. We hebben bijzondere aandacht voor de kwetsbare groepen. 

Door middelen te concentreren op opleidingen met de hoogste maatschappelijke impact wil CVO Gent ook in de toekomst een sterke rol blijven spelen in levenslang leren, kwalificering en activering van volwassenen. 


Gentinfo

15/06/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Burak Nalli

De vraag →

Gentinfo is hét laagdrempelig contactpunt bij uitstek voor elke Gentenaar. Via telefoon, chat, mail of balie in het Stadskantoor kunnen burgers er terecht met vragen, suggesties, meldingen en klachten. Die brede toegankelijkheid maakt Gentinfo niet alleen waardevol voor de individuele burger, maar ook voor de stad zelf: de instroom van signalen laat toe om de dienstverlening continu bij te sturen.
Gezien het strategisch belang van Gentinfo als laagdrempelig contactpunt voor elke Gentenaar had ik daarom graag volgende vragen gesteld:

  • Heeft de Stad zicht op de bekendheid van Gentinfo bij de Gentse bevolking?
  • Welke initiatieven worden vandaag en mogelijks in de toekomst genomen om Gentinfo actief bekend te maken bij Gentenaars die de dienstverlening nog niet kennen?
  • Hoe ervaart de Gentenaar de bereikbaarheid van Gentinfo?
Het antwoord →

25 juni 2026:

Beste raadslid Baert 

Gentinfo is inderdaad hét laagdrempelige centrale aanspreekpunt van Stad Gent.  Het vormt een belangrijke pijler van onze visie op dienstverlening: inwoners moeten niet zelf op zoek naar de juiste dienst of de interne structuur van de stad kennen. Het is onze verantwoordelijkheid om hen snel en correct naar de juiste oplossing te begeleiden. Gentinfo maakt die belofte elke dag waar en vormt een belangrijke brug tussen de Stad en haar inwoners. 

Dat Gentinfo goed gekend is, blijkt ook uit een bevraging bij 977 Gentenaars in december 2021. Daaruit bleek dat 85% van de respondenten Gentinfo kent. Zo gaf 10% van de bevraagden zelfs aan het telefoonnummer van Gentinfo uit het hoofd te kennen. 

De Stad zet blijvend in op de zichtbaarheid van Gentinfo. De contactgegevens zijn duidelijk terug te vinden op de website van Stad Gent, in dienstencentra en op andere stedelijke locaties. Om de bekendheid van Gentinfo te vergroten, worden de contactgegevens consequent opgenomen in de communicatie van Stad Gent. Zo vinden Gentenaars Gentinfo terug op affiches, in brochures en bewonersbrieven, in het Stadsmagazine en op tal van andere communicatiedragers. Ook medewerkers die vaak in contact komen met inwoners, zoals medewerkers van de Groendienst, straathoekwerkers en andere terreinmedewerkers, beschikken over contactkaartjes van Gentinfo.  

Die laagdrempelige aanpak is belangrijk omdat Gentenaars op verschillende manieren contact willen opnemen met de Stad. Sommigen bellen liever, anderen sturen een e-mail of komen persoonlijk langs. Daarom is Gentinfo bereikbaar via verschillende kanalen: telefoon, e-mail, webformulier, chat en onthaal. Dankzij die brede bereikbaarheid en de ruime openingsuren kan elke Gentenaar kiezen voor het kanaal dat het best bij zijn of haar situatie past. 

Dat Gentinfo een belangrijke rol speelt binnen de stedelijke dienstverlening, blijkt ook uit de cijfers. Tussen 1 juni 2025 en 31 mei 2026 ontving Gentinfo 151.718 bezoekers aan het onthaal. Daarnaast kregen 10.717 Gentenaars ondersteuning aan de Doe-Het-Samenbalie in het Stadskantoor. In dezelfde periode behandelde Gentinfo ook 151.755 telefonische oproepen, 29.573 e-mails, 7.593 webformulieren en 4.109 chats. Deze cijfers tonen aan dat Gentenaars er steeds vaker op vertrouwen als eerste aanspreekpunt voor hun vragen aan de stad. 

Ook op het vlak van bereikbaarheid worden goede resultaten behaald. Door de contactstromen continu te monitoren en analyseren, zet Gentinfo de beschikbare medewerkers in waar en wanneer de vraag het grootst is. Daardoor bedraagt de mediane wachttijd aan het onthaal vandaag slechts 30 seconden. Voor telefonische contacten bedroeg de gemiddelde wachttijd het voorbije jaar 45 seconden. Gemiddeld werd 85% van de oproepen beantwoord. Voor e-mails en webformulieren wordt 90% van de dossiers nog dezelfde werkdag volledig afgehandeld. Het gaat daarbij niet alleen om een eerste reactie, maar om een volledige behandeling van de vraag. 

Gentinfo bewijst zo elke dag zijn waarde als toegankelijk, efficiënt en klantgericht aanspreekpunt voor alle Gentenaars. Gentinfo is vandaag veel meer dan een informatiepunt. Het is de toegangspoort tot de dienstverlening van Stad Gent. Daarom blijven we investeren in een bereikbare, klantgerichte en kwaliteitsvolle dienstverlening, waarbij inwoners snel geholpen worden en eenvoudig hun weg vinden binnen onze organisatie. De inzet en het engagement van de medewerkers van Gentinfo zijn daarbij van onschatbare waarde.  Met vriendelijke groeten, 
Burak Nalli 
Schepen bevoegd voor Personeel, Burgerzaken en Dienstverlening


Zaal Parothea in Drongen

15/06/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Hafsa El-Bazioui

De vraag →

In Drongen maken tal van verenigingen gebruik van Parothea, de voormalige parochiezaal die vandaag privaat wordt uitgebaat en eigendom is van de vzw Patrimonium. De huidige uitbater heeft aangekondigd zijn contract te beëindigen op 1 maart 2027. Daardoor ontstaat grote onzekerheid over de toekomstige beschikbaarheid van deze zaal voor het lokale verenigingsleven.

Parothea vervult een belangrijke maatschappelijke functie. De zaal beschikt over een grote capaciteit (meer dan 100 personen), ligt centraal in Drongen en is goed toegankelijk voor ouderen en personen met een beperkte mobiliteit. Verenigingen zoals Samana Drongen zijn voor hun ontmoetingsactiviteiten sterk afhankelijk van deze infrastructuur.

De mogelijke alternatieven in Drongen blijken beperkt. Het Open Huis aan de Leie heeft onvoldoende capaciteit, de parochiezaal in Luchteren is eveneens te klein, De Campagne kampt met belangrijke toegankelijkheidsproblemen en de Oude Abdij is voor veel verenigingen minder evident omwille van de kostprijs en de toegankelijkheid. Hierdoor dreigt een aanzienlijk deel van het lokale verenigingsleven zonder geschikte ontmoetingsruimte te vallen indien Parothea niet langer beschikbaar zou zijn.

Aangezien verenigingen hun activiteiten voor 2027 reeds in de loop van dit jaar moeten plannen, is er nood aan duidelijkheid over de toekomst van deze infrastructuur en over eventuele alternatieven.

Daarom had ik graag volgende vragen aan de schepen gesteld:

1.     Is de stad op de hoogte van eventuele plannen tot verkoop of herbestemming van het gebouw?

2.     Welke mogelijkheden ziet het stadsbestuur om de continuïteit van het gebruik van Parothea door lokale verenigingen te helpen garanderen?

3.     Wordt bij de verdere uitwerking van eventuele nieuwe infrastructuurprojecten, zoals een toekomstige zaal in Baarle, expliciet rekening gehouden met de nood aan een polyvalente, toegankelijke ontmoetingsruimte voor grote groepen? 4.     Tegen wanneer verwacht het stadsbestuur duidelijkheid te kunnen geven aan de betrokken verenigingen zodat zij hun activiteiten voor 2027 tijdig kunnen

Het antwoord →

26 juni 2026:

De Stad is op de hoogte dat de eigenaar momenteel op zoek is naar een nieuwe uitbater, met als doel het bestaande gebruik van de site te behouden. Er kwam nog geen concrete vraag naar ondersteuning tot bij de betrokken stadsdiensten. De wijkregisseur van de Stad houdt wel de vinger aan de pols en staat in contact met de eigenaar. Zodra er meer duidelijkheid is, zullen de betrokken verenigingen zo snel mogelijk geïnformeerd worden door de eigenaar. Aangezien dit een private eigendom is, is het de eigenaar zelf (en niet de Stad) die dit verder zal opnemen. 

Wel denken we proactief na over oplossingen. Zo kan in de toekomst het project van de herbestemming van kerk en pastorie in Baarle bijkomende kansen bieden voor lokale verenigingen. Het is de bedoeling om naast het gebruik door de werking van het Kurt Defrancq Huis ook volop in te zetten op polyvalent gebruik door onder meer verenigingen uit de buurt. De Stad zal mee investeren in dit nieuwe project.   Deze locatie zal een levendige cluster worden voor lokale verenigingen. Bij de ontwikkeling van nieuwe infrastructuurprojecten vertrekt de stad steeds vanuit het principe van een zo optimaal gebruik van het patrimonium. Er wordt ingezet op gedeeld gebruik over verschillende functies heen en deze worden doordacht met elkaar gecombineerd, zodat de beschikbare ruimte maximaal inspeelt op diverse maatschappelijke noden. Binnen deze visie wordt aandacht besteed aan de nood aan voldoende grote, polyvalent inzetbare ruimtes. Daarbij wordt gekeken naar flexibiliteit in gebruik en toegankelijkheid.


0pvolging bodemverontreiniging Wasserijsite

03/06/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Enkele jaren geleden werd de grond rondom de Wasserijsite in Sint-Amandsberg gesaneerd. Voor zover ik weet heeft OVAM ondertussen de actieve saneringswerken uitgevoerd, waaronder het ontgraven van de vervuilde grond en de injectie van een koolstofbron om de afbraak van de verontreiniging te stimuleren.

Graag had ik wat meer informatie gekregen over de opvolging van het grondwater.

  • Hoe verlopen momenteel de controles en wat zijn de resultaten tot nu toe?
  • Is er al zicht op hoe de afbraak van de verontreiniging evolueert?
  • Daarnaast meen ik me te herinneren dat er in 2025 een communicatie naar de bewoners voorzien was. Kan u bevestigen of deze communicatie reeds heeft plaatsgevonden, en zo niet, wanneer de bewoners hierover verdere informatie mogen verwachten?
Het antwoord →

22 juni 2026:

De saneringswerken op het bronperceel van de voormalige wasserijsite werden opgestart in 2017. Deze sanering omvatte het ontgraven van de ondiepe bodemverontreiniging, gevolgd door een traject van gestimuleerde biologische afbraak via recirculatie van grondwater. Aansluitend wordt de evolutie van de verontreiniging opgevolgd door middel van grondwatermonitoring, met als doel na te gaan of een stabiele eindsituatie wordt bereikt. Daarnaast worden ook binnenluchtmetingen uitgevoerd op het bronperceel en bij aangrenzende woningen. 

Momenteel lopen zowel de monitoring van de grondwaterkwaliteit als de opvolging van de binnenluchtconcentraties verder. Op basis van de resultaten van de voorbije jaren werd in het najaar van 2025 in de bronzone nog een beperkte en plaatselijke injectie van een koolstofbron uitgevoerd om de natuurlijke afbraak van de verontreiniging verder te stimuleren. Een evaluatie van de effecten hiervan is gepland in de zomer van 2026. Op basis van deze resultaten zal worden beoordeeld in welke mate verdere monitoring noodzakelijk blijft. 

Daarnaast werden in mei 2021 saneringswerken uitgevoerd ter hoogte van de riolering. Deze bestonden uit gestimuleerde biologische afbraak, waarbij langs het traject van de Kunstenaarstraat en de Beeldhouwersstraat injecties werden uitgevoerd met een koolstofbron, nulwaardig ijzer en specifieke bacteriën die het afbraakproces bevorderen. De grondwaterkwaliteit langs dit traject wordt nog steeds opgevolgd via een netwerk van peilbuizen. De monitoringsresultaten tonen hier stabiele en positieve effecten van de uitgevoerde saneringsmaatregelen. 

Ook de grondwaterverontreinigingspluim wordt verder onderzocht en opgevolgd. Verwacht wordt dat de uitgevoerde saneringen ter hoogte van zowel de wasserijsite als de riolering een gunstige invloed zullen hebben op de verdere verspreidingszone van de verontreiniging. Omdat de saneringsaanpak hoofdzakelijk gebaseerd is op het stimuleren van natuurlijke afbraakprocessen, verloopt het herstel geleidelijk en worden effecten op grotere afstand pas zichtbaar na verloop van tijd. 

De huidige monitoringsresultaten in de stroomafwaartse pluimzone zijn over het algemeen stabiel. Op enkele locaties worden nog schommelingen vastgesteld, waardoor verdere opvolging noodzakelijk blijft. Op basis van de toekomstige meetresultaten zal worden beoordeeld of bijkomende actieve saneringsmaatregelen aangewezen zijn. 

Wat de communicatie naar de omwonenden betreft, wordt voorzien dat de resultaten van de monitoringcampagne van de zomer van 2026 eerst worden geëvalueerd. Op basis daarvan wordt in het najaar van 2026 een meer uitgebreide terugkoppeling en communicatie aan de betrokken bewoners voorbereid. 


Wijzigingen OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen

22/05/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Astrid De Bruycker

De vraag →

De werkdruk binnen de OCMW’s neemt al geruime tijd sterk toe. Naast de impact van de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen en herwerkte aanrekening van bestaansmiddelen dreigen ook de geplande wijzigingen rond OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen een grote bijkomende belasting te vormen voor het OCMW.

Wat voorlopig iets minder aandacht kreeg zijn de geplande wetswijzigingen rond OCMW-dienstverlening aan vreemdelingen. Het gaat o.a. om volgende maatregelen:

  • heel wat categorieën van verblijfsgerechtigde vreemdelingen zullen hun recht op (equivalent) leefloon verliezen, dit gedurende de eerste vijf jaar.   
  • erkende vluchtelingen zouden in principe nog altijd recht behouden op het volledige leefloon vanaf het moment van erkenning maar hun leefloon zou sterker gekoppeld worden aan “integratie-inspanningen” via het GPMI (Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie).
  • voor subsidiair beschermden zou de regeling strenger worden. Zij zullen niet automatisch het volledige leefloon krijgen. Het vertrekpunt zou een lager bedrag zijn, dat pas bij voldoende integratie-inspanningen kan verhoogd worden richting volledig leefloon

De VVSG waarschuwde hierover expliciet voor de mogelijke toename van dakloosheid, armoede en schulden maar ook voor de impact op de sociaal werkers zelf. Volgens de VVSG riskeren deze maatregelen de kernopdracht van het OCMW – het waarborgen van menselijke waardigheid – onder druk te zetten en kunnen ze leiden tot extra administratieve lasten, juridische procedures en demotivatie bij personeel.

  1. Hoe schat de stad Gent de impact van deze geplande federale maatregelen in op de werking en de werkdruk van het Gentse OCMW ?  Hoe staat het met de werkdruk vandaag en hoe ziet de schepen dit evolueren ?
  2. Hoe bereidt Gent zich hierop voor ? Hoe probeert de stad de basisdienstverlening te blijven garanderen ? 
  3. De VVSG stelt ook fundamentele juridische vragen bij delen van de geplande hervormingen. Heeft de stad Gent hierover overleg gepleegd met de minister, andere steden en de VVSG ? 
Het antwoord →

10 juni 2026:

Dank u wel, collega. 

Je wijst op een zeer reëel probleem. De situatie is bijzonder lastig werkbaar. Door opeenvolgende ingrepen van de federale minister wordt de druk op onze basisdienstverlening steeds groter.  

  1. Impact op werkdruk en werking 

De impact is zeer groot en structureel. 

Vandaag staat de werkdruk al op een kritiek niveau: 

  • Maatschappelijk werkers en administratieve diensten die de steunbetalingen doorvoeren zitten aan hun limiet. 
  • De aard van het werk is fundamenteel aan het verschuiven: van begeleiden naar controleren en rekenen. Steeds meer tijd gaat naar administratie, bewijsstukken en complexe berekeningen, en minder naar effectieve sociale begeleiding. Door de nieuwe manier van bestaansmiddelen aanrekenen, moeten onze maatschappelijk werkers ook vaker negatieve boodschappen aan de cliënt doorgeven. 

Daarbovenop krijgen we nu een opeenstapeling van federale maatregelen: 

  • De beperking van de werkloosheid leidt tot een instroom van bijna 1000 extra leefloondossiers. 
  • Ook de nieuwe regels rond de aanrekening van bestaansmiddelen treffen mogelijk tot 1000 bestaande dossiers, met bijkomende administratieve last en vaak lagere steun als gevolg. 
  • En, alsof dit nog niet voldoende is, vanaf 2027 de hervorming rond nieuwkomers. 

Op basis van wat we nu weten, zou dit in Gent betekenen dat: 

  • Ongeveer 300 gezinnen verliezen volledig hun recht op steun in de eerste 5 jaar. Deze mensen zullen enkel recht hebben op dringend medische hulp en “socio-professionele hulp” – waarbij nog niet duidelijk is wat die zal inhouden. 
  • Nog eens ongeveer 300 gezinnen zullen met minder middelen moeten rondkomen. 
  • Bij erkende vluchtelingen (±2000 dossiers) en tijdelijk en subsidiair beschermden (±1250 dossiers) komt er een zwaardere administratieve opvolging gekoppeld aan integratievoorwaarden. 

Dit betekent: 

  • Meer dan één derde van de huishoudens wordt hierdoor geraakt. 
  • Meer complexe regelgeving, meer interpretatievragen, meer juridische risico’s. 
  • En opnieuw: veel meer negatieve beslissingen die onze maatschappelijk werkers moeten meedelen. 

En dat heeft, naast de impact op het menswaardig inkomen van de gezinnen in kwestie, ook een menselijke kost bij onze medewerkers: 

  • Emotionele belasting neemt sterk toe. 
  • Motivatie komt onder druk. 
  • Het sociaal werk wordt stap voor stap uitgehold. 

Kortom, de werkdruk stijgt niet lineair, maar exponentieel, door de combinatie van instroom, complexiteit en verstrenging. De wonde wordt niet alleen dieper, ze wordt ook moeilijker behandelbaar. 

  • Voorbereiding en garantie basisdienstverlening

Gent probeert zich zo goed mogelijk voor te bereiden, maar we moeten eerlijk zijn over de grenzen. 

Wat we doen om de basisdienstverlening te blijven garanderen: 

  • We hebben preventief extra maatschappelijk werkers aangeworven om ons voor te bereiden op wat een aardschok zou betekenen binnen het maatschappelijk werk: het beperken van de werkloosheid in tijd. Maar, De extra capaciteit wordt nu opnieuw opgeslorpt door nieuwe complexe regelgeving. Daardoor verdwijnt het effect van onze voorbereidende aanwervingen gedeeltelijk 
  • We hebben via de VVSG de ontwerpteksten geanalyseerd en feedback gegeven. 
  • We hebben onze diensten al gebrieft en impactinschattingen gemaakt en wachten de definitieve wetteksten af.  
  • We zetten in op de samenwerking met het middenveld door hen mee te nemen in de toenemende druk op het OCMW. We verwachten immers dat ook zij die druk alsmaar meer voelen en extra mensen moeten ondersteunen. Want, waar rechten worden afgebouwd, verdwijnen noden niet.  
  • Overleg en juridische bezorgdheden
  • We hebben actief feedback gegeven op de ontwerpteksten die VVSG ons stuurde. 
  • We hebben rechtstreeks overleg gehad met de minister, met nadruk op: 
  • de impact van de wijzigingen op het menswaardig bestaan van deze mensen, 
  • administratieve vereenvoudiging, 
  • haalbare implementatietermijnen (bijvoorbeeld voor aanpassing softwaretoepassingen), 
  • en faciliteren  van digitalisering. 
  • Onze burgemeester heeft, vanuit het burgemeestersoverleg centrumsteden, via een brief naar de minister een duidelijk signaal gegeven: 
  • vraag tot fasering van de maatregelen, 
  • en minstens 3 tot 6 maanden voorbereidingstijd. 

Deze brief brengt een overleg tussen de minister, het burgemeestersoverleg en de VVSG voort.  

  • Slot

Collega Baert, collega’s, 

Wij zullen als stad Gent onze verantwoordelijkheid blijven nemen. 
Onze maatschappelijk werkers doen dat elke dag opnieuw, met enorme inzet. 

Maar laat ons helder zijn: de grens van wat lokaal kan worden opgevangen, komt in zicht. 


Hondenlosloopweide Bijgaardepark

19/05/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Bram Van Braeckevelt

De vraag →

In het Bijgaardepark stellen buurtbewoners vast dat het park in de praktijk steeds vaker als een informele hondenloopweide wordt gebruikt. Regelmatig lopen honden er los, net als in de omliggende straten, ondanks de geldende aanlijnplicht.

Deze situatie leidt ertoe dat verschillende bewoners, en in het bijzonder gezinnen met kleine kinderen, het park bewust mijden omdat zij zich er niet langer veilig en comfortabel voelen in een publieke groene ruimte die voor iedereen toegankelijk zou moeten zijn.

  1. Kan u toelichten welke concrete maatregelen de stad vandaag neemt om de aanlijnplicht in en rond het Bijgaardepark te handhaven?
  2. Hoe vaak werd er de voorbije periode gecontroleerd en verbaliserend opgetreden tegen overtredingen?
  3. Is het stadsbestuur bereid om, gezien het intensieve gebruik, de aanleg van een officiële hondenloopweide in of nabij het Bijgaardepark te onderzoeken? Zodat zowel hondenbezitters als gezinnen en andere parkgebruikers op een veilige en respectvolle manier van de ruimte gebruik kunnen maken.
  4. Welke timing en engagement kan u hierin opnemen?
Het antwoord →

Het Bijgaardepark is een patrouillelocatie met verhoogd toezicht. De politie is er regelmatig aanwezig om gericht te patrouilleren op algemene overlast. De cijfers van politie kunnen de overlast door loslopende honden waarvan sprake niet bevestigen. Uit de cijfers blijkt dat er de voorbije periode geen positieve vaststellingen waren inzake loslopende honden in het park. Dat betekent echter niet dat bezoekers van het park in het verleden hier nooit op werden aangesproken.

Ook de gemeenschapswachten(-vastellers) patrouilleren er meermaals per week en merken occasioneel een loslopende hond op. De eigenaars worden dan aangesproken en lijnen de honden op verzoek aan, waardoor er geen pv wordt opgemaakt. 

De politie zal het signaal rond loslopende honden meenemen in de algemene patrouilleopdracht en er extra aandacht voor vragen.

Er zijn geen plannen om een hondenlosloopweide te realiseren in het Bijgaardepark. We volgen hierbij het afwegingskader hondeninfrastructuur. De regio rond het Bijgaardepark is een zone waar weinig openbaar groen is. In dergelijke gebieden geven we voorrang aan multifunctioneel openbaar groen in plaats van een monofunctionele invulling. Hondeneigenaars die hun hond zonder leiband willen laten lopen kunnen terecht in de hondenlosloopweide in het Banierpark en het Sint-Baafskouterpark.


Vleermuisvriendelijke verlichting in het Bijgaardepark

05/05/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Hoewel het belangrijk is de vleermuizenpopulatie te beschermen en niet verstoren kunnen we niet rond het feit heen dat het Bijgaardepark vandaag door vele bewoners wordt ervaren als een donkere plek die weinig toegankelijk is. Dat bleek ook uit signalen van de buurt.

Vleermuisvriendelijke verlichting wordt al sinds 2011 gebruikt door de Nederlandse Rijkswaterstaat: de Batlamp. Deze lampen zijn ook energiezuiniger dan traditionele straatverlichting. De fietsbrug tussen Merelbeke en het nieuwe bedrijventerrein in Zwijnaarde kreeg ook eerder gelijkaardige verlichting die de natuur zo min mogelijk verstoort

Daarom had ik graag bijkomende vragen gesteld:

  • Waarom wordt verlichting in grote mate uitgesloten in het park en hoe wordt het veiligheidsgevoel van bewoners meegenomen in deze afweging?
  • Kan u bekijken hoe en waar vleermuisvriendelijke verlichting kan worden aangebracht in het park? Uiteraard niet overal, maar zodat toch op een veilige en toegankelijke wijze ook in het donker een doorsteek kan gemaakt worden in het park.
Het antwoord →

8 juni 2026:

Geacht raadslid

Hieronder bezorg ik u het antwoord van schepen Vandenbroucke op uw hogervermelde schriftelijke vraag:

  • Waarom wordt verlichting in grote mate uitgesloten in het park en hoe wordt het veiligheidsgevoel van bewoners meegenomen in deze afweging? 
  • Kan u bekijken hoe en waar vleermuisvriendelijke verlichting kan worden aangebracht in het park? Uiteraard niet overal, maar zodat toch op een veilige en toegankelijke wijze ook in het donker een doorsteek kan gemaakt worden in het park/ naar de aanwezige woningen.  

De verlichting in het Bijgaardepark is in lijn met de visie uit het Gentse lichtplan     waarbij parkpaden niet verlicht worden, alleen functionele fietspaden wel. Een     belangrijk argument daarvoor is de effectieve impact van verlichting op  het         veiligheidsgevoel of de reële veiligheid. Internationale voorbeelden en         wetenschappelijk onderzoek tonen aan dat meer licht in een park niet vanzelf     leidt tot een beter veiligheidsgevoel  of minder overlast. Studies identificeren een     tweesnijdend zwaard: 

Selectie: Daders kunnen op basis van verlichte omgeving beter inschatten welke slachtoffers kwetsbaar zijn en welke eigendommen waardevoller zijn. 
 
In  onbewaakte omgevingen zoals parken ’s nachts kan extra verlichting daarom paradoxaal genoeg net de kwetsbaarheid van aanwezige personen verhogen. 
 
Specifiek voor deze locatie is er ook de vleermuizenpopulatie, waar u zelf ook al expliciet naar verwijst. Grote delen van het Bijgaardepark zijn ingetekend als leefgebied voor vleermuizen.   Kunstlicht verstoort hun oriëntatie, jachtgedrag en voortplanting. Het plaatsen van verlichting in hun leefzones zorgt dan ook voor verstoring van deze op Europees niveau beschermde dieren, wat niet is toegestaan.  Bij de ontwikkeling van de site van het Bijgaardepark werden in die context bindende voorwaarden opgelegd in de omgevingsvergunning door het Agentschap voor Natuur en Bos. Die bepalen uitdrukkelijk dat het Europese decreet voor de soortenbescherming strikt moet worden nageleefd en dat verstoring van vleermuizen te allen tijde moet worden vermeden. Hierdoor stuiten we al snel op de grenzen van wat mogelijk is.  
 
Een bijzonderheid aan het Bijgaardepark is echter dat de ingang van een wijkgezondheidscentrum en een cohousingsproject in het park liggen. Inwoners en bezoekers moeten wat mij betreft wel ten alle tijden de voordeuren kunnen bereiken zonder daarbij in het donker te struikelen. Ik neem de signalen van u en de bewoners ernstig en zal met collega Van Braeckevelt een overleg organiseren met het Agentschap Natuur en Bos en Fluvius om te bekijken wat mogelijk is op het gebied van verlichting om de toegankelijkheid van het gebouw te verzoenen met de bescherming van de aanwezige vleermuizen.   
 
Inmiddels heb ik alvast de opdracht gegeven aan onze wegendienst om de trap aan het begin van de Sporewegel te herstellen. Dat zal binnenkort gebeuren. Daarbij zullen wandarmaturen vrij laag geplaatst worden om de trap te verlichten zodat de Sporewegel op een veilige manier de toegang kan garanderen tot de ingang van de cohousing.  

Risico: Meer voetgangers door betere verlichting betekent meer potentiële slachtoffers op straat. 

Paradox: Betere zichtbaarheid van daders verhoogt tegelijkertijd de zichtbaarheid van slachtoffers en hun bezittingen voor daders. 


ID en dienstverlening voor Gentse 75-plussers

23/04/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Burak Nalli

De vraag →

De recente aanpassing rond identiteitskaarten voor 75-plussers toont nog maar eens hoe sterk onze dienstverlening vandaag verweven is met digitale toepassingen. We zien dat een aanzienlijke groep oudere Gentenaars nog beschikt over een kaart met een lange geldigheidsduur, waarvan bij een deel de elektronische functies intussen minder betrouwbaar zijn geworden.

Dat is op zich een technisch verhaal, maar de impact ervan is allesbehalve technisch. Voor veel mensen gaat het over toegang tot essentiële dienstverlening: documenten aanvragen, attesten downloaden, of zich digitaal identificeren.

Mijn vraag vertrekt dan ook niet zozeer vanuit de aantallen, maar vanuit de ervaring van de gebruiker.

  • Hoe zorgt de stad ervoor dat 75-plussers die geconfronteerd worden met een minder goed werkende identiteitskaart, niet afhaken in hun gebruik van digitale dienstverlening?
  • Wordt er naast communicatie ook actief in begeleiding voorzien, bijvoorbeeld via loketten, digipunten of samenwerking met lokale organisaties?
  • En hoe vermijden we dat deze groep, die net vaak iets minder digitaal vaardig is, pas bij een concreet probleem ontdekt dat hun kaart niet meer naar behoren werkt?
  • Ziet u in deze situatie ook een bredere les voor onze dienstverlening? Met name dat we niet enkel moeten inzetten op digitalisering, maar ook blijvend op toegankelijkheid, gebruiksgemak en menselijke ondersteuning?
Het antwoord →

28 april 2026:

Beste raadslid Baert,
Beste Veerle, 

Dankjewel voor deze vraag. Laat mij hier heel duidelijk zijn: in Gent mag niemand afhaken omdat digitalisering meer en meer de norm wordt of te snel gaat. De digitale dienstverlening van dienst Burgerzaken zie ik als een extra kanaal, aanvullend op het menselijk contact aan de loketten. Voor iedereen, en zeker voor onze oudere Gentenaars, vinden we dit belangrijk. 

Dus: wie merkt dat zijn identiteitskaart minder goed werkt (bijvoorbeeld door vervallen certificaten), kan altijd terecht aan onze loketten. De loketten hebben ruime openingsuren en zijn aanwezig in de verschillende wijken. Onze medewerkers van de dienst Burgerzaken bekijken meteen wat er aan de hand is en zorgen voor een oplossing, inclusief een nieuwe eID indien nodig. We laten mensen daar niet alleen in zoeken.

Maar we gaan verder dan dat. We organiseren ondersteuning, geen afstand.
 Via de doe-het-samen-balies en digipunten helpen we mensen die moeilijkheden ervaren stap voor stap met de digitale toepassingen. Ook via Gentinfo, ons centrale contactcenter en aan de fysiek Gentinfo-balies, blijven we ruim bereikbaar om vragen te beantwoorden. Het doel is om meteen tot een oplossing te komen, of op zijn minst de juiste volgende stap richting een oplossing te zetten. Voor wie minder mobiel is, komen we zelfs aan huis met de Mobio-kit.

We willen ook problemen vóór zijn, niet erachteraan lopen. De 75-plussers waarvan hun identiteitskaart bijna tien jaar oud is, worden voortaan pro-actief aangeschreven voor de vernieuwing ervan, dus nog vóór er een probleem ontstaat met de certificaten. De ongeveer 3.800 Gentenaars bij wie die certificaten vandaag vervallen zijn, zullen we ook op voorhand aanschrijven, zodat ze hun kaart kosteloos kunnen vernieuwen. Zo handelen we preventief, in plaats van pas in te grijpen wanneer mensen vastlopen.

En ja, hier zit een bredere les in. Digitalisering zonder toegankelijkheid is voor mij geen vooruitgang.
 

Daarom zetten we in op verschillende manieren om mensen te bereiken: digitaal waar dat handig is, maar altijd met ruimte voor persoonlijk contact voor wie ondersteuning nodig heeft. 


Met vriendelijke groeten, 

Burak Nalli


Project Generatie Gaatjesvrij

10/04/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Astrid De Bruycker

De vraag →

In het kader van het Gentse gezondheidsbeleid vormt mondgezondheid een belangrijke pijler. Het project Generatie Gaatjesvrij heeft als doel om preventieve mondzorg bij jonge kinderen te stimuleren, onder meer via screening van het gebit bij kinderen tussen 2 en 4 jaar. Volgens de doelstellingen zou jaarlijks een 500-tal kinderen bereikt worden.

  • Hoeveel kinderen werden in het kader van dit project effectief bereikt in de afgelopen jaren? 
  • In welke mate wordt de vooropgestelde doelstelling van 500 gescreende kinderen per jaar gehaald? 
  • Welke specifieke doelgroepen van kinderen worden binnen dit project bereikt (bv. via kinderdagverblijven, kwetsbare gezinnen, bepaalde wijken)? 
  • Op basis van welke criteria of toeleidingskanalen komen kinderen in aanmerking om deel te nemen aan dit project?
Het antwoord →

Mondgezondheid is inderdaad een belangrijke pijler van ons gezondheidsbeleid, omdat een slechte mondgezondheid echt een grote impact kan hebben op je algemene gezondheid. Uit cijfers weten we ook dat vele kinderen te weinig poetsen en de weg naar de tandarts niet goed vinden. We weten bijvoorbeeld dat maar 60,2% van de Gentenaars jaarlijks naar de tandarts gaat (2024).  

Generatie gaatjesvrij zet daarop in en bestaat uit verschillende pijlers: 

  • de communicatiecampagne “DJ Tuub” in maart, de maand van de tand  
  • het leren poetsen in de kinderdagverblijven 
  • aandacht voor mondzorg in het kleuterconsult door CLB 
  • de tandscreeningen in de consultatiebureaus van Kind & Gezin 

Sinds het voorjaar 2025 wordt in 4 Gentse kinderdagverblijven ingezet op het dagelijks poetsen van de tandjes. Dit gebeurt i.s.m. de vakgroep kindertandheelkunde van de UGent. Het wordt momenteel geëvalueerd en nadien uitgerold in meer kinderdagverblijven.  

De tandscreeningen in de consultatiebureaus van Kind & Gezin worden uitgevoerd door 3 gepensioneerde vrijwillige tandartsen. Zij screenen de tandjes van kinderen tussen 2 en 4 jaar.  Het aantal screeningsmomenten groeit gestaag, van 6 per jaar bij opstart, naar 44 in 2025. Zo groeit ook het aantal kinderen dat we bereiken. Van 73 in 2021, 367 in 2022, 476 in 2023, 345 in 2024 (een lichte terugval tgv de bevallingsrust van de coördinator) en 542 in 2025.   

We focussen hierbij op de socio-economisch meest kwetsbare kinderen.  Bij de opstart legden we de focus op de consultatiebureaus van Kind & Gezin in de wijken die het slechtst scoren op tandartsbezoek. Dit zijn vaak de 19e-eeuwse gordel wijken. Bijvoorbeeld: in de wijk Rabot gaat 44,8% jaarlijks naar de tandarts t.o.v. 73,1% in de Sint-Denijs-Westrem.  Ondertussen is de actie verbreed en organiseren we tandscreeningen in 10 van de 11 consultatiebureaus van Kind & Gezin, waaronder de 3 inloopteams. De wijken Rabot en Muide-Meulestede scoren heel laag op tandartsbezoek, maar hebben geen consultatiebureau in de wijk. In de wijk Muide-Meulestede werd daarom samengewerkt met het WGC ’t Vlot en de school Victor Carpentier om toch tandscreeningen te kunnen organiseren voor kinderen tussen 2 en 6 jaar. In de wijk Rabot wordt momenteel verkend of ook daar in samenwerking met WGC Rabot tandscreeningen georganiseerd kunnen worden. 

De toeleiding van de kinderen gebeurt voor een groot deel via het consultatiebureau van Kind & Gezin via de vrijwilligers, verpleegkundigen en artsen die ouders aanspreken tijdens het 24- en 30-maandenconsult. Ook andere partners, zoals de wijkgezondheidscentra en de inloopteams leiden ouders toe naar de screeningen. Afspraken gebeuren via www.stad.gent/tandcontrole of via de Kind & Gezin-Lijn. De opkomst schommelt tussen de 72 en 87 % de afgelopen jaren. 

Als er tandcariës wordt vastgesteld, worden de ouders gemotiveerd om een afspraak te maken bij de tandarts. Ze krijgen een infobrief mee voor de tandarts. We bellen ouders ook achteraf op met de vraag of zij naar de tandarts gingen of nog verdere informatie of ondersteuning hierbij nodig hebben.   Zo zien we duidelijk dat de tandscreeningen ervoor zorgen dat tandcariës vaker wordt vastgesteld en de drempels naar de tandarts worden verlaagd. 


Wandelvoetbalproject KAA Gent Foundation

10/04/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Astrid De Bruycker

De vraag →

Vlamingen zitten te veel stil en bewegen te weinig. Daarom lanceren VRT, Gezond Leven, het Departement Zorg en Sport Vlaanderen samen de actie ‘Kom van dat gat af’. 

Een volledig overzicht van alle Gentse beweeginitiatieven zou ons te ver leiden. Maar ik had graag de aandacht gevestigd op het wandelvoetbalproject van de Kaa Gent Foundation.

Wandelvoetbal brengt 55-plussers samen en doorbreekt sociaal isolement.

  • Welke doelgroepen worden vandaag effectief bereikt en welke blijven ondervertegenwoordigd?
  • In welke mate draagt wandelvoetbal volgens de stad bij aan het verminderen van eenzaamheid en het versterken van sociale netwerken?
  • Zijn er wijken waar het aanbod van wandelvoetbal ontbreekt en waar dit nochtans een meerwaarde zou kunnen zijn?
Het antwoord →

Beste raadslid Baert, 

Bedankt voor je vraag en ook om op die manier dit zeer mooi initiatief in de verf te zetten. Want bewegen is gezond, houdt ons fit, zowel fysiek als mentaal en zorgt voor versterking van netwerken.  

Het wandelvoetbalproject van de KAA Gent Foundation richt zich in de eerste plaats op 55-plussers, met bijzondere aandacht voor laagdrempelig bewegen, sociale ontmoeting en inclusie. Vooral volgende doelgroepen worden bereikt: 

  • Actieve en semi-actieve senioren, vaak met (beginnende) fysieke beperkingen die traditioneel voetbal niet meer toelaten. 
  • Ouderen die via lokale dienstencentra, buurtwerkingen of welzijnspartners worden toegeleid. 
  • Mannen, wat coherent is met het voetbalprofiel, maar waarbij ook vrouwen deelnemen. 
  • In bepaalde werkingen (zoals Wondelgem) ook personen met (beginnende) dementie, wat wijst op een goede afstemming met zorg- en welzijnspartners. 

Tegelijk blijven enkele groepen ondervertegenwoordigd: 

  • Kwetsbare ouderen in armoede of met een beperkt sociaal netwerk die niet automatisch aansluiting vinden bij sport- of clubwerkingen. 
  • Ouderen met een migratieachtergrond, voor wie de drempel naar een voetbalcontext soms hoger ligt. 
  • Vrouwen, ondanks aanwezigheid, blijven zij in verhouding minder vertegenwoordigd. 
  • Zeer geïsoleerde of zorgafhankelijke ouderen, die bijkomende begeleiding of aangepaste toeleiding nodig hebben. 

De wandelvoetbalploegen zijn over het algemeen divers samengesteld. Die diversiteit draagt bij aan een inclusieve en open groepsdynamiek. Wandelvoetbal is bovendien een laagdrempelige sport, die ook toegankelijk is voor mensen met dementie. Zo werden bijvoorbeeld in Wondelgem al meerdere personen met dementie succesvol toegeleid en geïntegreerd in de ploeg. 
Daarnaast worden er verbindingen gelegd met pleintjesvoetbalinitiatieven en Elk Talent Telt-clubs, waardoor bewust wordt ingezet op intergenerationele ontmoeting en uitwisseling. 

Nieuwe wandelvoetbalwerkingen worden gedurende een jaar intensief begeleid door de KAA Gent Foundation. Deze begeleiding focust op verbinding, teamgeest en de ondersteuning van zowel de trainer als de voltallige ploeg.  

Elke werking wordt bovendien gekoppeld aan een lokaal dienstencentrum. Van daaruit worden deelnemers toegeleid en krijgt de ploeg extra ondersteuning. Bij vragen of moeilijkheden fungeert het dienstencentrum als brug naar het bredere dienstverleningsaanbod van het LDC en andere partners. 

Ook de samenhorigheid binnen het netwerk van wandelvoetbalploegen krijgt veel aandacht. Om dit te versterken werden in 2025 maandelijks uitwisselingen tussen twee werkingen georganiseerd, wat zorgde voor regelmatige ontmoeting en kennisdeling. Er worden ook verschillende netwerkversterkende activiteiten opgezet, zoals een familiedag, herfstwandelingen en EHBO-vormingen.  

Twee tot drie keer per jaar worden er wandelvoetbalhappenings georganiseerd. Deze initiatieven versterken de sociale verbondenheid, zowel binnen de teams als tussen de verschillende ploegen. Vanuit het wandelvoetbal zijn dan ook al heel wat hechte vriendschappen ontstaan. Dit alles heeft een positieve impact op het verminderen van eenzaamheid en het versterken van sociale netwerken.  Momenteel zijn er acht wandelvoetbalkernen actief in de wijken Nieuw-Gent, Binnenstad (Zuidpark), Watersportbaan, Rabot, Sint-Denijs-Westrem, Sint-Amandsberg, Sint-Kruis-Winkel en Wondelgem. In de loop van dit jaar start een bijkomende ploeg in Nieuw-Gent. Vervolgens wordt gekeken naar Gentbrugge/Ledeberg om daar eveneens een nieuwe kern op te richten. 


  • Facebook
  • Instagram
  • X
  • LinkedIn
  • Mail
  • RSS feed

Archives

  • juni 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024

Heb je een vraag of een opmerking voor mij? Mail me gerust op: veerle.baert@stad.gent

©2026 Veerle Baert | WordPress Theme by SuperbThemes