Skip to content
Veerle Baert
Veerle Baert

  • Home
  • Wie ben ik?
  • Mijn mondelinge en schriftelijke vragen
    • 2026
      • Kwartaal 4 – 2026
      • Kwartaal 3 – 2026
      • Kwartaal 2 – 2026
      • Kwartaal 1 – 2026
    • 2025
      • Kwartaal 4 – 2025
      • Kwartaal 3 – 2025
      • Kwartaal 2 – 2025
      • Kwartaal 1 – 2025
Veerle Baert

Kwartaal 3 – 2026

Stopzetten natuureducatieve activiteit

24/09/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Evita Willaert

De vraag →

Werkplek De Ruigte is gevestigd in het Natuurcentrum Jan Hublé, gelegen aan de rand van het natuurreservaat de Bourgoyen-Ossemeersen. Scholen kunnen er terecht voor workshops, wandelingen en educatief uitleenmateriaal.  

Deze werkplek is momenteel de enige aanbieder in de stedelijke organisatie van natuur- en milieueducatie. Omwille van besparingsmaatregelen wordt deze natuureducatieve activiteit m.i.v. 1 september 2027 stopgezet.

  • Zal men nagaan of er een externe partner interesse en middelen heeft om de werking (deels) verder te zetten ?
  • Wat zal er met het gebouw gebeuren ? Wordt het beheer van het gebouw overgenomen ?  
  • Wat zal er met het personeel (4,1 VTE) en met de bibliotheek van de werking gebeuren ?   
Het antwoord →

In afwachting


Huren Airbnb voor een langere periode

16/09/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Orgaan: Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst

De vraag →

Meer en meer lezen we in de sociale verslagen dat cliënten voor een langere periode in een Airbnb verblijven. 

Op het eerste gezicht lijkt dat misschien een oplossing. Er is een dak boven het hoofd en men kan tijdelijk ergens verblijven. Maar wanneer we dit van dichterbij bekijken, rijzen er toch ernstige vragen. De huurprijzen van dergelijke verblijven liggen vaak bijzonder hoog en staan nauwelijks in verhouding tot het inkomen van mensen die al in een kwetsbare financiële situatie verkeren. Bovendien gaat het niet om een klassieke huurovereenkomst, waardoor de huurder niet dezelfde bescherming geniet als op de reguliere huurmarkt. Domiciliëring is doorgaans evenmin mogelijk. Voor mensen die nood hebben aan stabiliteit, zekerheid en een officieel woonadres is dit dus allesbehalve een duurzame oplossing.

  • Erkent de schepen dat Airbnb, gezien de hoge huurprijzen, het ontbreken van een klassieke huurovereenkomst, de beperkte huurbescherming en de onmogelijkheid tot domiciliëring, geen duurzame oplossing is voor mensen die op zoek zijn naar een woning?
  • Hoe staan we hier tegenover ?
  • Gaan we dit in de toekomst nog verder toelaten ?
Het antwoord →

Airbnb is voor niemand een duurzame woonoplossing. De kostprijs ligt hoog, er is weinig woonzekerheid en vaak ontbreken de mogelijkheden die een reguliere woning wel biedt. Wanneer personen toch in dergelijke verblijven terechtkomen, is dat meestal omdat de alternatieven vaak nog precairder zijn. Het gaat dan om mensen die proberen te vermijden dat ze op straat belanden of voortdurend moeten aankloppen bij vrienden, kennissen of familie. 

We beschikken momenteel niet over een overzicht van het aantal cliënten dat langdurig in een Airbnb verblijft. Wanneer onze maatschappelijk werkers merken dat mensen in een vakantieverblijf wonen, gaan ze steeds met hen op zoek naar meer duurzame oplossingen, binnen de sociale huur of op de private woonmarkt. 

Helaas botsen ook zij op de limieten van het aanbod aan betaalbare woningen. Daarom blijven we inzetten op maatregelen die het aanbod aan betaalbare woningen vergroten en blijven we kwetsbare huishoudens ondersteunen in hun zoektocht naar stabiele huisvesting. 


Impact van de hitte op de sterfte in Gent

10/09/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Mathias De Clercq

De vraag →

De voorbije zomer werd België geconfronteerd met uitzonderlijke hitte. Volgens recente cijfers van Sciensano waren er tussen 18 juni en 16 augustus 2026 in ons land 2.935 meer overlijdens dan verwacht. Dat komt overeen met een oversterfte van 22,6%. Ook tijdens de eerste hittegolf van juni werd al een uitzonderlijk hoge oversterfte vastgesteld: tussen 18 en 29 juni waren er 1.222 bijkomende overlijdens, een oversterfte van 39%. Hitte heeft niet voor iedereen dezelfde gevolgen. Vooral ouderen, mensen met chronische aandoeningen, personen met een beperking, mensen die alleen wonen en sociaal kwetsbare personen lopen een verhoogd risico. Het is daarom belangrijk om niet alleen naar de nationale cijfers te kijken, maar ook na te gaan wat de impact in Gent is geweest.

  1. Beschikt de Stad Gent over cijfers over het aantal overlijdens in Gent tijdens de hitteperiodes van deze zomer?
  2. Kan de Stad, in samenwerking met Sciensano en/of andere bevoegde instanties, aangeven of er in Gent sprake was van statistisch significante oversterfte tijdens de hitteperiodes van juni, juli en augustus 2026?
  3. Indien beschikbaar: hoeveel bijkomende overlijdens werden in Gent vastgesteld bovenop het verwachte aantal? Kan dit worden opgesplitst per hitteperiode en naar leeftijdscategorie?
  4. Kan de Stad aangeven of er een vergelijking wordt gemaakt met eerdere warme zomers, bijvoorbeeld 2022, 2023, 2024 en 2025?
Het antwoord →

21 september 2026:

Geachte mevrouw Baert

De impact van extreme hitte op de gezondheid en het welzijn van onze inwoners is een thema dat het stadsbestuur zeer ernstig neemt en dat hoog op onze agenda staat. De voorbije zomers tonen aan dat periodes van extreme warmte steeds vaker voorkomen en een aanzienlijke impact kunnen hebben op kwetsbare inwoners, de zorgsector, het welzijnswerk en de openbare ruimte. Daarom investeert de Stad Gent in hitteplannen, koelteplekken, drinkwaterpunten, gerichte communicatie, hittepatrouilles en een nauwe samenwerking met gezondheids-, welzijns- en zorgpartners. Het beschermen van kwetsbare groepen tegen de gevolgen van extreme hitte blijft een belangrijke beleidsprioriteit.

Wat de impact van de hittegolf op de sterftecijfers betreft, werden cijfers opgevraagd bij de Dienst Burgerzaken.

Deze grafiek toont aan dat juli 2026 het aantal overlijdens hoger lag dan het gemiddelde aantal overlijdens in dezelfde periode van de voorbije jaren (2022-2025). Voor de andere maanden van 2026 zijn er geen vergelijkbare afwijkingen. Hoewel deze cijfers een eerste indicatie geven, laten zij niet toe om rechtstreeks conclusies te trekken over hittegerelateerde sterfte. Daarvoor is verdere analyse noodzakelijk.

De eerste cijfers van Sciensano tonen aan dat Vlaanderen tijdens de volledige hittegolf een oversterfte van 31,4% kende, wat overeenkomt met 682 extra sterfgevallen. Dat percentage ligt aanzienlijk lager dan in Wallonië, waar sprake was van 76% oversterfte of 919 extra sterfgevallen, en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar een oversterfte van 60,9% of 159 extra sterfgevallen werd geregistreerd. Het Belgische monitoringssysteem Be-MOMO kan echter geen uitspraken doen over doodsoorzaken en biedt ook geen verklaring voor de regionale verschillen. Daarvoor is bijkomend wetenschappelijk onderzoek nodig. Meer gedetailleerde cijfers voor Vlaanderen en voor woonzorgcentra worden later verwacht. Betrouwbare cijfers op lokaal niveau zijn momenteel nog niet beschikbaar omdat ook daar een diepgaande analyse noodzakelijk is.

De Gentse ziekenhuizen Jan Palfijn, AZ Sint-Lucas en AZ Maria Middelares lieten weten dat zij in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar geen stijging van het aantal overlijdens hebben geregistreerd. Van het UZ Gent ontving de dienst hierover geen gegevens.

Het stadsbestuur blijft de gevolgen van extreme hitte nauwgezet opvolgen en beschouwt klimaatadaptatie en de bescherming van kwetsbare inwoners als een essentiële beleidsopgave. De stijgende frequentie en intensiteit van hittegolven vragen een blijvende inzet van alle betrokken partners. Gent blijft daarom investeren in preventie, sensibilisering en gerichte ondersteuning, zodat onze stad zo goed mogelijk voorbereid is op de gezondheids- en welzijnsuitdagingen die extreme hitte met zich meebrengt. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar ouderen, mensen met gezondheidsproblemen, dak- en thuislozen en andere kwetsbare groepen, zodat niemand uit de boot valt tijdens periodes van extreme warmte.

Mathias De Clercq

Burgemeester


Technisch en beroepsonderwijs: van tweede keuze naar bewuste talentkeuze?

09/09/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Evita Willaert

De vraag →

We weten dat technisch en beroepsgericht onderwijs cruciaal is voor de toekomst van onze stad. Tegelijk kampen heel wat sectoren met een tekort aan technisch geschoolde werknemers. Toch hebben technische en beroepsgerichte studierichtingen nog vaak te kampen met een imago van een ‘tweede keuze’, terwijl jongeren er net heel waardevolle en toekomstgerichte competenties kunnen verwerven. In het bestuursakkoord 2025-2030 engageert de Stad Gent zich expliciet voor een sterk technisch en beroepsonderwijs en voor een betere afstemming met de arbeidsmarkt.

  1. Hoe wil de Stad Gent ervoor zorgen dat jongeren en ouders technisch en beroepsgericht onderwijs meer gaan zien als een volwaardige en toekomstgerichte keuze, en niet als een alternatief wanneer andere studierichtingen niet lukken?
  2. Beschikt de Stad over cijfers over de instroom, studiekeuze en uitstroom van leerlingen in de technische en beroepsgerichte richtingen van het stedelijk onderwijs? Zijn er bepaalde richtingen waarvoor de instroom problematisch laag blijft, ondanks duidelijke noden op de arbeidsmarkt?
  3. Hoe stemt de Stad het eigen opleidingsaanbod af op toekomstige noden, bijvoorbeeld op het vlak van energietransitie, bouw, techniek, digitalisering en klimaat?
  4. Kan de schepen aangeven welke concrete acties zij deze legislatuur wil nemen om van technisch en beroepsonderwijs niet alleen een arbeidsmarktgerichte, maar ook een maatschappelijk en pedagogisch volwaardige eerste keuze te maken?
Het antwoord →

In afwachting


Maatregelen tegen knijten

02/09/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Bram Van Braeckevelt

De vraag →

De voorbije jaren ervaren bewoners langs de Schelde in Gentbrugge en Sint-Amandsberg tijdens de lente- en zomermaanden regelmatig overlast door knijten. De kleine steekvliegjes kunnen voor aanzienlijke hinder zorgen, zeker op warme dagen wanneer mensen hun tuin, terras of de publieke ruimte langs de Schelde willen gebruiken.

De problematiek is niet nieuw. Ook elders langs de Schelde kampen bewoners met knijtenoverlast. In Schellebelle (Wichelen) leidde de situatie vorig jaar tot ernstige overlast. In Schellebelle werden in 2025 maatregelen genomen om de knijtenoverlast terug te dringen. De Vlaamse overheid heeft daar onder meer de afwatering verbeterd door een vloedschaar en geul aan te leggen, waardoor slib en voedingsstoffen worden weggespoeld.  Tegelijk loopt er onderzoek naar de meest efficiënte en duurzame aanpak.

Opvallend daarbij is dat de Vlaamse overheid zelf verwijst naar het project Scheldemeander Gent-Wetteren in Gentbrugge, waar met een gelijkaardige knijtenproblematiek wordt geconfronteerd. Ook op Vlaams niveau wordt verder ingezet op monitoring en bestrijding. De Vlaamse Waterweg voorziet om in 2026 en 2027 bestrijdingsvallen te blijven inzetten op locaties waar monitoring en klachten daartoe aanleiding geven.

  1. Heeft Stad Gent contact met de gemeente Wichelen en/of de Vlaamse overheid over de maatregelen die in Schellebelle worden genomen? Zo ja, welke lessen worden hieruit getrokken voor Gent?
  2. Wordt onderzocht of bepaalde maatregelen die in Schellebelle worden toegepast ook in Gent kunnen worden ingezet? Zo ja, welke maatregelen komen hiervoor in aanmerking? Zo neen, waarom niet?
Het antwoord →

In het kader van het Sigmaplan is er uiteraard contact met de Vlaamse Overheid. Knijtenproblematieken zijn steeds zeer lokaal en het vinden van oplossingen gaat steeds gepaard met de lokale context en mogelijkheden. In Schellebelle ging het over een grote zone waarin getijdenatuur werd ontwikkeld. Na de initiële werken werd duidelijk dat de ingreep een grote stijging van de knijtenpopulatie veroorzaakte. Daarom werd die getijdengeul in een 2e fase voorzien. Door de huidige inrichting is de overlast terug gedaald. 

In Gent zal een nieuwe constructie ter hoogte van Heusden ervoor zorgen dat de getijdewerking tussen de constructie en Gentbrugge beter gecontroleerd kan worden. Tussen de constructie en de sluis in Gentbrugge wordt de Schelde ook zo ingericht dat knijtenhabitat vermeden wordt in de omgeving van bewoning door in te zetten op de ontwikkeling van schorre en rivier-begeleidende natuur. In zekere zin worden dus dezelfde principes toegepast zoals in Schellebelle (vermijden van ontwikkelen van knijtenhabitat).

Momenteel zit de constructie in ontwerpfase bij het studiebureau. 

De verdere timing, uiteraard onder voorbehoud, is als volgt voorzien: 

  • Omgevingsvergunning: 2026-2027
  • Aanbesteding constructie: 2027-2028
  • Uitvoering: Vanaf 2028

Screening van de beschikbaarheid en kwaliteit van parkeerplaatsen voor personen met een beperking

23/08/2026 – Mondelinge vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Het parkeerbeleid van Stad Gent heeft tot doel de beperkte parkeerruimte optimaal te benutten. Voor personen met een mobiliteitsbeperking is de beschikbaarheid van een geschikte parkeerplaats echter geen kwestie van comfort maar een absolute voorwaarde om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk leven.  

Daarnaast blijkt dat een groot deel van de bestaande (gewone en blauwe) parkeerplaatsen niet geschikt is voor personen met een beperking. Problemen die worden gesignaleerd zijn onder meer:

  • een ongeschikte ondergrond (bijvoorbeeld kasseien op of rond de parkeerplaats);
  • onvoldoende lengte, waardoor bij langsparkeren niet gegarandeerd is dat een rolstoel bij terugkomst nog kan worden ingeladen;
  • te smalle dwarsparkeerplaatsen, waardoor in- en uitstappen vanuit een rolstoel of bij motorische beperkingen onmogelijk of zeer moeilijk wordt zodra de naburige plaats bezet is;
  • te krappe afmetingen in de geldende vademecums en richtlijnen, die geen rekening houden met de realiteit dat rolstoelgebruikers vaak grotere voertuigen nodig hebben om een rolstoel te vervoeren, en met de trend dat auto’s algemeen breder worden, waardoor de resterende ruimte in naastliggende vakken verder afneemt.

Deze vaststellingen gelden zowel voor parkeerplaatsen op stedelijk domein als voor publiek toegankelijke parkings en betreffen zowel de nabijheid van belangrijke functies (toegankelijke OV-haltes, tijdelijke en permanente attractiepolen) als de effectieve bruikbaarheid (comfort, uitstapmogelijkheden, toegang tot het voetpad) en de kostprijs.

Het is bovendien niet duidelijk is of bij alle publiek toegankelijke voorzieningen in de stad (denk aan cultuurhuizen zoals Scala aan de Dendermondsesteenweg, winkelcentra zoals Dok Noord/Dok Zuid, scholen, apothekers en andere publieke ruimten – steeds minstens één bovengrondse parkeerplaats voor personen met een beperking beschikbaar is in de onmiddellijke omgeving.) Het loutere bestaan van voorbehouden plaatsen ondergronds is voor een aantal gebruikers immers geen reëel bruikbaar alternatief wegens de beperkte ruimtes om een laterale platformlift uit de auto te laten komen. Graag wil ik ook verwijzen naar het advies van de Stedelijke Adviesraad Voor Personen met een Handicap over parkeeraanbod : straatparkeren en blauwe parkeerplaatsen (2024_CBS_05306)

  1. Is de schepen bereid een volledige screening te laten uitvoeren van alle bestaande parkeerplaatsen voor personen met een beperking op het Gentse grondgebied ? 
  2. Is de schepen bereid om in die screening niet enkel de kwaliteit van de bestaande plaatsen (ondergrond, lengte/breedte, aansluiting op het voetpad) te evalueren, maar ook systematisch na te gaan of er bij elke publieke ruimte in Gent (cultuurhuizen, winkelcentra, scholen, apothekers, zorginstellingen, e.d.) minstens één bovengrondse parkeerplaats voor personen met een beperking voorzien is binnen redelijke loop-/rolafstand?
Het antwoord →

17 september 2026:

Beste Mevr. Baert, 

Dank u voor deze vraag. Ik vind het belangrijk dat we bij ons parkeerbeleid oog hebben voor de kwaliteit van onze parkeerplaatsen zodat deze in de praktijk bruikbaar zijn voor wie ze effectief nodig heeft. Voor iemand met een beperking kan het verschil bijzonder groot zijn tussen een parkeerplaats die op papier toegankelijk is en een parkeerplaats die dat effectief is. De ondergrond, de afmetingen, de aansluiting op het voetpad en de ruimte om veilig in en uit de wagen te stappen, maken daarbij allemaal een verschil. 

En daarom heb ik niet gewacht op deze vraag. Ze past namelijk in mijn parkeervisie. Voor wie dicht bij zijn bestemming moet parkeren, moeten de kwaliteit van de voorbehouden parkeerplaatsen in deze stad omhoog. Dit geldt bijvoorbeeld voor ‘laden en lossen’ (ik verwijs hiervoor naar mijn initiatieven in het kader van shop & go), maar dus evengoed voor Gentenaars met een beperking. 

Het Mobilititeitsbedrijf voerde recent dan ook een screening uit van alle bestaande parkeerplaatsen voor personen met een handicap op het Gentse grondgebied. Het is de eerste keer dat we dat gedaan hebben. Dat is voor mij een heel belangrijke stap. Want als je de situatie wil verbeteren, moet je goed weten waar de problemen zitten.  

Concreet werden 1157 parkeerplaatsen gescreend. Uit deze screening leren we welke concrete parkeerplaatsen niet integraal toegankelijk zijn ingericht. Zo leren we bijvoorbeeld dat 35% van deze parkeerplaatsen geen integraal toegankelijke ondergrond heeft of dat 7%  een vervolgroute heeft die niet integraal toegankelijk is. 

Met deze resultaten ga ik op verschillende manieren aan de slag: 

  1. Op basis van die screening zal het Mobiliteitsbedrijf dit najaar richtlijnen uitwerken voor de kwaliteit van nieuwe parkeerplaatsen voor personen met een handicap zodat toekomstige plaatsen conform worden aangelegd. Bij nieuwe ontwerpen moeten parkeerplaatsen voor mensen met een beperking maximaal in beton uitgevoerd worden en bv. niet in kasseien of kiezels. 
  2. Van daaruit maken de diensten een actieplan op om de kwaliteit van de bestaande plaatsen structureel te garanderen. De screening helpt ons om te bepalen waar we eerst moeten ingrijpen en waar we het grootste verschil kunnen maken. Het is te vroeg om aan te geven hoeveel van die parkeerplaatsen we zullen aanpakken, daarvoor is een afstemming nodig tussen het Mobiliteitsbedrijf en de Wegendienst in het licht van de beschikbare middelen. Maar even goed moet er afgestemd worden met reeds geplande werven in de nabije omgeving. 
  3. Maar ik ga breder kijken dan enkel de kwaliteit van de parkeerplaatsen. Ik wil ook duidelijk bepalen waar we parkeerplaatsen voor personen met een beperking realiseren en hoeveel er nodig zijn in functie van het type bestemming. Of dat nu een cultuurhuis, een apotheek of een zorgvoorziening is. 

Op die manier wil ik ervoor zorgen dat er een voldoende aanbod is aan parkeerplaatsen voor personen met een beperking, op de juiste plekken en dat die parkeerplaatsen integraal toegankelijk zijn. 


Verdeling blauwe glasbakken

18/08/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Sofie Bracke

De vraag →

De verdeling van de blauwe glasbakken is volop aan de gang en zou volgens de planning tegen begin juli afgerond zijn. Toch blijven op verschillende plaatsen nog glasbakken dagenlang op de stoep staan. Dat roept vragen op over de opvolging van de verdeling en de communicatie met de betrokken bewoners.

  • Hoeveel glasbakken die in het kader van de verdeling in de Gentse Z-zone werden geleverd, zijn vandaag nog niet door de bewoners binnengehaald?
  • Wat gebeurt er met de glasbakken die na verloop van tijd op de stoep blijven staan? Worden die opnieuw opgehaald of op een andere manier verwerkt?
  • Na hoeveel tijd wordt beslist om niet-opgehaalde bakken terug te nemen?
  • Hoe worden bewoners die hun glasbak nog niet hebben binnengehaald, daarvan op de hoogte gebracht? Gebeurt dat via een brief, e-mail, een huisbezoek of op een andere manier?
  • Heeft de stad zicht op de redenen waarom sommige bakken niet worden binnengehaald en worden daaruit lessen getrokken voor toekomstige verdelingen?
Het antwoord →

31 augustus 2026:

IVAGO heeft naar schatting 1.500 à 2.000 glasbakken opnieuw opgehaald omdat deze drie dagen of langer na de bedeling nog niet door de bewoners waren binnengehaald.

Wanneer een glasbak werd teruggenomen, liet IVAGO een folder achter in de brievenbus met de melding dat de glasbak was opgehaald en dat bewoners contact konden opnemen als zij alsnog een glasbak wensten.

IVAGO heeft geen systematisch zicht op de redenen waarom sommige bewoners hun blauwe glasbak niet binnenhaalden. Enkele inwoners gaven aan hun oude IVAGO-recipiënt te willen blijven gebruiken en daarom geen behoefte te hebben aan een nieuwe glasbak. Daarnaast bleek bij een aantal adressen dat er al een verzamelcontainer beschikbaar was, waardoor een individuele glasbak niet nodig was. Een deel van de teruggenomen glasbakken kan hiermee worden verklaard.


Evaluatie van het Warmte Actieplan na recente hittegolven

10/08/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Mathias De Clercq

De vraag →

Tijdens de recente hittegolven activeerde de Stad Gent het Warmte Actieplan. Daarbij werden onder meer inwoners geïnformeerd over afkoelplekken en drinkwaterpunten, werden hittepatrouilles ingezet voor dak- en thuislozen en kregen scholen, sportverenigingen en zorgvoorzieningen richtlijnen om de impact van de hitte te beperken.

Vrijwilligers van de Gentse lokale dienstencentra belden kwetsbare ouderen op om te luisteren of alles goed ging.

Het doel van deze maatregelen is terecht om kwetsbare groepen, zoals ouderen, jonge kinderen, personen met een chronische aandoening en mensen in een kwetsbare woonsituatie, beter te beschermen.

Tegelijkertijd gaf het UZ Gent aan dat de spoeddienst tijdens de hitteperiode overspoeld werd met patiënten die kampten met hittegerelateerde klachten.

  1. Hoe evalueert het stadsbestuur de werking van het Warmte Actieplan tijdens de voorbije hittegolven?
  2. Beschikt de stad over gegevens of indicatoren om de effectiviteit van het actieplan te beoordelen, bijvoorbeeld het aantal bereikte personen, uitgevoerde interventies of meldingen? 
  3. Zijn er reeds cijfers beschikbaar hoeveel kwetsbare personen telefonisch bereikt werden vanuit de lokale dienstencentra?   
  4. Heeft het stadsbestuur overleg gehad met het UZ Gent, andere ziekenhuizen of eerstelijnszones over de impact van de hittegolf op de gezondheidszorg?
  5. Op welke manier wordt binnen het Warmte Actieplan specifiek ingezet op het bereiken van Gentenaars die door leeftijd, gezondheid, sociaal isolement of hun woonsituatie extra kwetsbaar zijn voor hitte ? Via welke partners, kanalen en/of communicatie worden zij bereikt?  
  6. Welke lessen trekt het stadsbestuur uit deze hittegolf en welke bijkomende maatregelen worden overwogen om toekomstige hitteperiodes beter op te vangen en de druk op de gezondheidszorg te beperken?
Het antwoord →

Geachte mevrouw Baert

Het Gentse Warmteactieplan bouwt voort op het hittegolf- en ozonpiekenplan dat in 2009 voor het eerst werd opgesteld door het OCMW Gent en de Stad Gent. Na een grondige herziening werd in 2023 een vernieuwd warmteactieplan uitgewerkt in samenwerking met verschillende stads- en OCMW-diensten die samen een vaste werkgroep vormen. Dit plan wordt op regelmatige basis geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. 

Na de eerste hittegolf van juni 2026 kwam de werkgroep op 7 juli samen om de uitvoering van het plan te bespreken. Dat leidde tot enkele onmiddellijke aanpassingen, zoals verbeteringen aan de stedelijke webpagina en de kaart met koelteplekken, evenals bijkomende communicatie, onder meer richting de horecasector over het aanbieden van gratis drinkwater. Na de eerste hittegolf hebben onze vijf stedelijke WZC ook samen 30 mobile airco’s aangekocht om voor extra verkoeling te zorgen op de meest warme kamers. Een grondige inhoudelijke evaluatie van het warmteactieplan is voorzien in het najaar en zal gebeuren in overleg met alle betrokken stadsdiensten. Daarbij zal ook rekening worden gehouden met de verdere integratie van de nieuw samengevoegde Dienst Wijkgerichte Werking, zodat het netwerk van koelteplekken nog beter kan worden afgestemd op de noden in de verschillende buurten.

De Stad Gent beschikt momenteel niet over specifieke gegevens of indicatoren om de effectiviteit van het warmteactieplan te meten aan de hand van bijvoorbeeld het aantal bereikte personen, uitgevoerde interventies of meldingen. Wel worden het aantal raadplegingen van de hittepagina op de stedelijke website en de daar beschikbare informatie opgevolgd.

Tijdens de afgelopen hittegolven namen de Lokale Dienstencentra telefonisch of via huisbezoeken contact op met ongeveer vijfhonderd gekende kwetsbare ouderen. Op die manier werd nagegaan hoe het met hen ging en konden indien nodig bijkomende adviezen of ondersteuning worden aangeboden.

Naar aanleiding van de door het KMI afgekondigde code oranje voor hitte en de alarmfase van het nationaal ozon- en hitteplan werd op 23 juni een gemeentelijke veiligheidscel samengeroepen onder leiding van de burgemeester. Daarbij waren zowel vertegenwoordigers van de hulpdiensten als verschillende stadsdiensten aanwezig om de stand van zaken te bespreken en eventuele knelpunten te detecteren. De FOD Volksgezondheid maakt als vast lid deel uit van deze veiligheidscel en onderhoudt nauwe contacten met de Gentse ziekenhuizen, waaronder het UZ Gent. Vanuit de ziekenhuizen werden na de hittegolf van juni geen specifieke noden aan het stadsbestuur gesignaleerd, al werd wel meegedeeld dat verschillende ziekenhuizen hun werking hadden opgeschaald en aangepast in functie van de uitzonderlijke warmte. Daarnaast werden, in opvolging van overleg op provinciaal niveau, alle woonzorgcentra op het Gentse grondgebied geïnformeerd over de contactmogelijkheden met de Crisis Preparedness Cel van het Vlaams Departement Zorg, die noodvragen centraal verzamelde en coördineerde. Er vond ook geregeld informele afstemming plaats tussen de Stad Gent, de Lokale Dienstencentra, de Dienst Regie Gezondheid en Zorg en de Eerstelijnszone Gent. Omdat de bestaande overlegstructuren goed functioneerden, werd bijkomend formeel overleg niet noodzakelijk geacht. De samenwerking richtte zich vooral op een goede afstemming van communicatie en sensibilisering.

Binnen het warmteactieplan wordt bijzonder veel aandacht besteed aan Gentenaars die door hun leeftijd, gezondheidstoestand, sociaal isolement of woonsituatie extra kwetsbaar zijn voor hitte. De algemene bevolking werd geïnformeerd via de gebruikelijke communicatiekanalen van de Stad, waaronder de sociale media. Daarnaast werd door de gouverneur een brede communicatiecampagne opgezet via het BE-Alert-platform. Voor kwetsbare doelgroepen werden bijkomende maatregelen genomen door de verschillende stadsdiensten en partnerorganisaties die dagelijks met deze personen werken.

Zo besteedden de Lokale Dienstencentra, thuiszorg- en thuisverplegingsdiensten extra aandacht aan thuiswonende senioren en personen met dementie of beginnende dementie. Tijdens contacten met cliënten werd actief gesensibiliseerd rond voldoende vochtinname, aangepaste kleding en het opzoeken van koele plaatsen. Mantelzorgers werden waar nodig mee betrokken en geïnformeerd. In buurtcentra, Open Huizen en Lokale Dienstencentra werden affiches opgehangen met informatie over verkoelingsmogelijkheden en de beschikbare drinkwaterpunten. Het straatbeeld werd opgevolgd door de gemeenschapswachten en de Dienst Outreachend Werk organiseerde hittepatrouilles voor dak- en thuislozen. Daarbij werden drinkwater en zonnecrème verdeeld en werden mensen doorverwezen naar schaduwrijke en koele locaties. Voor de nachtopvang werden mobiele airco’s geplaatst en aan de werking van De Fontein werden bijkomende waterflesjes bezorgd. Ook binnen de nachtopvang en het inloopcentrum werden cliënten actief geïnformeerd over beschikbare voorzieningen, waterpunten en preventieve maatregelen tegen hitte. Maatschappelijk werkers waren extra alert voor kwetsbare situaties, terwijl wijkregisseurs via hun lokale communicatiekanalen de stedelijke boodschappen verder verspreidden. Via het netwerk van het Lokaal Sociaal Beleid werden bovendien ongeveer 2.800 actoren uit het sociaal middenveld rechtstreeks geïnformeerd. Ook organisatoren van kampen, evenementen en sportactiviteiten werden gericht gesensibiliseerd en binnen de speelpleinwerking werden activiteiten aangepast aan de weersomstandigheden.

De ervaringen van de voorbije hitteperiodes zullen worden meegenomen in de evaluatie van het warmteactieplan. 

Tot slot wat de vraag m.b.t. agressie en hitte betreft stelt de politie niet te beschikken over cijfers die een rechtstreeks verband tussen hitte en agressie objectief kunnen aantonen. Een eenvoudige vergelijking van registraties tijdens hittegolven met andere periodes zou immers een vertekend beeld geven, aangezien tal van andere factoren mee bepalen hoeveel agressie-incidenten worden geregistreerd. 

Mathias De Clercq


Ondersteuning oversteekplaatsen voor personen met visuele beperking

04/08/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Voor personen met een visuele beperking zijn veilige en zelfstandig bruikbare oversteekplaatsen enorm belangrijk. Akoestische signalisatie, zoals rateltikkers aan verkeerslichten, is daarbij een zeer waardevol hulpmiddel.

Recent werd ik aangesproken over enkele specifieke plaatsen in onze stad Gent waar het oversteken als persoon met bijvoorbeeld een blindgeleidehond moeilijk is door de afwezigheid van deze rateltikkers.

Omdat inclusie voor mij altijd een prioriteit zal zijn, stel ik graag volgende vragen:

  1. Zijn er plannen met onderstaande drie oversteekplaatsen:
    • Oversteekplaats Heernislaan nummer 80
    • Oversteek Vlaamsekaai 122 , aangrenzend aan de zalmstraat
    • Oversteek Heernisplein -Dendermondsesteenweg
  2. Welke andere locaties in Gent werden al gesignaleerd voor het eventueel plaatsen van dergelijke rateltikkers? Hoe ziet de tijdlijn voor deze installaties, en eventuele oplossingen voor bovenstaande oversteekplaatsen, eruit?
Het antwoord →

14 september 2026:

Bedankt voor je vraag. Het is onze ambitie om het openbaar domein zo toegankelijk mogelijk te maken, inclusief voor personen met een visuele beperking. Het plaatsen van blindengeleiding en rateltikkers is daar absoluut een onderdeel van, dit is een deel van ons beleid en operationele werking.  

We onderzochten de locaties die je doorgaf. We geven je graag een update over wat op welke termijn mogelijk is. Elk heeft een andere situatie: 

1.Oversteekplaats Heernislaan nummer 80: We stelden de vraag aan de wegbeheerder (het Vlaams Agentschap Wegen en Verkeer, AWV) of de uitvoering van rateltikkers op korte termijn mogelijk is. Helaas is dit niet opportuun.  

Dit kruispunt zal een integrale heraanleg krijgen, de plannen zijn in ontwerpfase. Een tussentijdse installatie van rateltikkers werd technisch onderzocht door AWV maar gelet op de ouderdom van de verkeerslichten-installaties, zou de kost hoog uitvallen en wacht men liever de heraanleg af. Hierdoor is de aanleg van blindengeleiding, die gekoppeld is aan de installatie van rateltikkers, zonder voorwerp. Na heraanleg zal de oversteek ook oip een andere locatie komen te liggen. 

De uitvoeringsdatum van de heraanleg is afhankelijk van de voortgang van de ontwerpfase, de procedures die te volgen zijn en de afstemming van wegenwerken.  

2. Oversteek Vlaamsekaai 122, aangrenzend aan de zalmstraat: het antwoord van wegbeheerder AWV was hierop positief. De installatie is technisch mogelijk. AWV neemt dit op. In tussentijd zal de Stad Gent ook de blindengeleiding op deze locatie aanleggen: op beide oversteken van dit kruispunt.  

De uitvoeringsdatum is moeilijk te zeggen, al kan beide op relatief korte termijn.  

3. Oversteek Heernisplein -Dendermondsesteenweg: hier is de Stad Gent de wegbeheerder. We kunnen rateltikkers plaatsen, maar weten nog niet op welke termijn. Daarvoor dienen we ter plaatse een technisch onderzoek (ondergronds) uit te voeren om de technische toestand te controleren. Als het zonder grote werken uitgevoerd kan worden, kunnen we dit op relatief korte termijn uitvoeren. Zo niet, zal de uitvoering en inplanning compexer zijn en zal dit pas op langere termijn kunnen.  We houden je verder op de hoogte eens we meer weten over de technische controle.


Vervolgvraag zwemmogelijkheden voor personen met een beperking

15/07/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Bram Van Braeckevelt

De vraag →

Op vorig jaar op 13 mei stelde ik reeds een vraag aan onze schepen over de zwemmogelijkheden voor personen met een beperking. De schepen erkende toen dat de huidige toegankelijkheidsvoorzieningen in de Blaarmeersen nog niet voor iedereen volstaan om zelfstandig te kunnen zwemmen.

Is de schepen bereid om, nu de meerjarenbegroting gekend is, te kijken naar verschillende oplossingen die personen met een beperking meer zelfstandige toegang tot het zwemwater kunnen bieden?

Kan daarbij ook onderzocht worden welke alternatieven of aanvullende voorzieningen mogelijk zijn, zoals:

  • een aangepaste strand- of waterrolstoel die ter plaatse beschikbaar is
  • bijkomende toegankelijke paden die verder in het water doorlopen zoals de installatie van een easy trail zwemramp?
Het antwoord →

25 augustus 2026:

Is de schepen bereid om, nu de meerjarenbegroting gekend is, te kijken naar verschillende oplossingen die personen met een beperking meer zelfstandige toegang tot het zwemwater kunnen bieden?

Kan daarbij ook onderzocht worden welke alternatieven of aanvullende voorzieningen mogelijk zijn, zoals:

  • een aangepaste strand- of waterrolstoel die ter plaatse beschikbaar is;
  • bijkomende toegankelijke paden die verder in het water doorlopen zoals de installatie van een easy trail zwemramp?

Ik ben steeds bereid om te kijken naar oplossingen, en we schakelen deze legislatuur alvast een versnelling hoger. De in je vraag aangehaalde voorbeelden worden dan ook meegenomen in bredere overwegingen rond toegankelijke sportinfrastructuur. De voorbije jaren werden reeds drie paden aangelegd, al klopt het dat deze niet voor iedereen ver genoeg gaan. Momenteel laten we voor al onze Gentse sportinfrastructuur toegankelijkheidsscreenings uitvoeren door Inter. Uit deze screenings zal een prioriteitenlijst worden opgemaakt, waarna beslissingen kunnen genomen worden rond welke investeringen waar zullen uitgevoerd worden.

  • Waar kunnen personen in Gent nu al aangepast zwemmen?

In het zwembad Strop werd enkele maanden geleden een mobiele zwembadlift geplaatst. Ook LAGO Rozebroeken heeft al zo’n lift. Deze kunnen een alternatief zijn voor wie het pad niet ver genoeg doorloopt.  


Toegankelijkheid tramhaltes Gravensteen

08/07/2026 – Schriftelijke vraag gericht aan Joris Vandenbroucke

De vraag →

Dagelijks stappen tal van Gentenaars, toeristen en bezoekers op en af de tram aan de haltes van het Gravensteen.

Vandaag zijn deze haltes echter niet toegankelijk voor personen met een rolstoel of andere reizigers met een beperkte mobiliteit. Dat is opvallend voor een halte op zo’n centrale locatie, vlak bij een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van onze stad.

Daarom heb ik volgende vragen:

  1. Bestaan er concrete plannen om de tramhaltes aan het Gravensteen toegankelijk te maken? Zo ja, wat is de stand van zaken en welke timing wordt vooropgesteld?
  2. Welke elementen vormen vandaag de belangrijkste hinderpalen voor een heraanleg of toegankelijkheidsingreep op deze locatie? Hoe wordt hier mee omgegaan?
Het antwoord →

7 augustus 2026:

Bestaan er concrete plannen om de tramhaltes aan het Gravensteen toegankelijk te maken? Zo ja, wat is de stand van zaken en welke timing wordt vooropgesteld? 

Ja, er zijn concrete plannen om deze tramhaltes aan te pakken en toegankelijk te maken. 

 De stadinwaartse halte aan het Gravensteen nemen we op in het dossier voor de vervanging van de Hoofdbrug. Daarbij wordt de halte verplaatst richting Hoofdbrug. Dit dossier en dus het integraal toegankelijk maken van deze halte is voorzien in 2028. 

De staduitwaartse halte, evenals de haltes in de Geldmunt, kunnen meegenomen worden bij de studie voor de integrale heraanleg van het Sint-Veerleplein. Voor deze heraanleg is er nog geen timing.  

Welke elementen vormen vandaag de belangrijkste hinderpalen voor een heraanleg of toegankelijkheidsingreep op deze locatie? Hoe wordt hier mee omgegaan?  Een integraal toegankelijke halte vraagt voldoende ruimte en een voldoende recht stuk spoor. In combinatie met de verschillende beschermde monumenten in de omgeving en de werking van het Sint-Veerleplein (terrassen, Gentse Feesten) vormt dit een moeilijke puzzel die een grondige studie vergt. 


  • Facebook
  • Instagram
  • X
  • LinkedIn
  • Mail
  • RSS feed

Archives

  • september 2026
  • juni 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • februari 2025
  • januari 2025
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024

Heb je een vraag of een opmerking voor mij? Mail me gerust op: veerle.baert@stad.gent

©2026 Veerle Baert | WordPress Theme by SuperbThemes