Bij de aanleg van pleinen en straten wordt nog steeds te weinig rekening gehouden met mensen die minder mobiel zijn. De Dampoort is daar helaas een goede illustratie van.
Je kan mijn opiniestuk hierover verder lezen via deze link.


Op 25 maart werd bij De Standaard in podcastreeks ‘Stem Z’ een aflevering gereleased over de diversiteit in de politiek. Kato Van Roy oppert terecht dat politici al te vaak wit, hoogopgeleid en van middelbare leeftijd zijn en ze vraagt zich af of hoe jongeren hierover denken.
In de podcast komen genderidentiteit, opleidingsniveau, de man-vrouw verhouding en etniciteit in de politiek uitgebreid aan bod. Personen met een beperking worden tijdens de uitzending echter niet besproken. Nochtans beweren de jongeren in de podcast dat ze meer inclusie in de politiek nodig achten.
Een substantieel deel van de bevolking wordt vergeten als we het hebben over diversiteit in de politiek. Hoe komt dat eigenlijk?
Er zijn geen officiële statistieken beschikbaar over het exacte percentage Vlamingen met een beperking. Echter, uit bevolkingsenquêtes blijkt dat dit percentage naar schatting tussen de 16 en 24 procent ligt. Het percentage personen met een beperking dat daadwerkelijk een politiek mandaat opneemt of op dat op een verkiezingslijst voorkomt is eerder (excusez le mot) beperkt. Veel mensen met een handicap tonen maatschappelijke betrokkenheid, bijvoorbeeld door deel te nemen aan belangengroepen. Echter, de overstap naar de politiek wordt zelden gemaakt.
De mogelijkheid om actief betrokken te zijn bij de politiek is van essentieel belang voor een ware democratie. Het gaat niet alleen om het volgen van politiek nieuws in de media, maar ook om de daadwerkelijke deelname aan het politieke proces door zich kandidaat te stellen voor verkiezingen of lid te worden van een politieke partij. Voor mensen met een handicap is dit niet altijd vanzelfsprekend, aangezien zij vaak te maken krijgen met allerlei obstakels. Fysieke toegankelijkheid is een eerste vereiste. Als een gemeenteraadslid naar een gebouw moet zonder lift dan wordt de persoon met een beperking gehandicapt gemaakt door de omgeving. Hoe toegankelijk is het Belgische federaal halfrond voor rolstoelgebruikers? Veel mensen met een beperking hebben ook hun bedenkingen over de toegankelijkheid van de functie zelf. Het is niet altijd duidelijk wat de consequenties zijn van het aanvaarden van een politiek mandaat voor hun arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Het is van cruciaal belang dat we streven naar volledige inclusie van mensen met een handicap in onze samenleving. Zowel de Verenigde Naties als de Europese Unie hebben zich hiertoe verbonden. De VN bevordert de politieke participatie van mensen met een handicap door middel van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, terwijl de EU via haar Handvest van de grondrechten van de Europese Unie elke burger het recht op stemmen en verkiesbaarheid garandeert, zowel bij Europese als bij lokale verkiezingen.
We kiezen binnenkort onze volksvertegenwoordigers en gemeenteraadsleden. Mensen stemmen op degene die hen vertegenwoordigen. Dat betekent dat die vertegenwoordiging zo divers mogelijk moet zijn want alleen zo kunnen ze de juiste beslissingen nemen. In de podcast wordt beweerd dat vrouwen op de lijst impliceert dat vrouwelijke kiezers op hen zullen stemmen. Geldt hetzelfde voor personen met een beperking? Je stemt toch op iemand waarin je je herkent?
In Nederland stelde voormalig minister van Binnenlandse Zaken Hanke Bruins Slot een aanjaagteam van bestuurders met een beperking in om de politieke participatie door mensen met een beperking te stimuleren. De leden maken gebruik van hun ervaringen als burgemeester, gemeenteraadslid of bestuurder bij een waterwegbeheerder om als rolmodel de interesse en participatie in politiek en bestuur te bevorderen. Ze ondersteunen mensen met een beperking om actief te worden in de politiek en moedigen gemeenten, provincies, waterwegbeheerders en politieke partijen aan om zich meer toegankelijk op te stellen en geschikte vormen van ondersteuning te bieden.
Als premier De Croo in de podcast beweert dat we ons bevinden in een disruptieve eeuw, de eeuw van de vrouw, dan lijkt het me tijd voor een disruptieve eeuw van de persoon met een beperking: 16 % van de kiezers lijkt me een stevig aantal om voor te gaan.
Ik gaf voorgaande bedenking ook mee in aan De Standaard en die antwoordde als volgt: “Je hebt 100 procent gelijk: we hebben het in de aflevering over diversiteit niet gehad over personen met een beperking en dat is inderdaad spijtig. Het is geen bewuste keuze geweest, we hebben een aantal invalshoeken gekozen in de volle wetenschap dat we nooit helemaal volledig kunnen zijn in een relatief korte podcastaflevering die mikt op jonge kiezers.”
Zijn er onder de jonge kiezers dan geen jongeren die zelf of een familielid met een beperking hebben? Ik heb een donkerrood vermoeden van wel.
In maart trok ik samen met collega Lien en 9 studenten sociaal werk richting Valence om deel te nemen aan een ‘blended intensive program’ met als thema ‘service users as expert by experience’. In totaal namen 38 studenten en 9 docenten uit 4 verschillende EU landen (Frankrijk, Ierland, Zweden en België) deel. Samen met Franse sociaal werkers en ervaringsdeskundigen bogen we ons over het thema ‘family migration’.
In het sociaal werk zijn er overal ter wereld overeenkomsten te vinden. Of je nu in Zweden, België, Ierland of Frankrijk studeert, de kernprincipes en uitdagingen blijven vaak dezelfde. Een van deze uitdagingen, die diep geworteld is in de menselijke geschiedenis, is migratie en meer specifiek, de ervaring van families die hun land verlaten op zoek naar asiel in een ander land, stond centraal in onze aandacht tijdens die week.
Toekomstige maatschappelijk werkers krijgen waarschijnlijk in hun carrière te maken met mensen die zich in deze complexe situatie bevinden. Wellicht komen ze ooit in contact met vrouwen, mannen en kinderen die hun thuis hebben moeten verlaten vanwege verschillende redenen, zoals politieke conflicten, oorlog, economische moeilijkheden of persoonlijke veiligheidskwesties.

Voor een sociaal werker is het cruciaal om zich bewust te zijn van de diverse behoeften en uitdagingen waarmee deze individuen en gezinnen worden geconfronteerd. Van emotionele trauma’s tot praktische obstakels bij het integreren in een nieuw land, als sociaal werker speel je een belangrijke rol in het bieden van ondersteuning en begeleiding.
Door onze studenten zich te laten verdiepen in deze thematiek en door empathie en begrip te tonen, kunnen ze een positieve impact hebben op het leven van degenen die ze helpen. Of zoals een ervaringsdeskundige zei: ‘For you it is just a job, for me it’s my life.’
Deze week was een uitdaging: de studenten kenden elkaar niet op voorhand maar moesten de hele week samen school lopen, bezoeken afleggen en werken aan opdrachten. De verschillen tussen de landen bleken soms groter dan gedacht. De studenten verschilden ook sterk in leeftijd: de jongste student was 19 jaar en de oudste 49 jaar. Ook deze intergenerationele verschillen moesten de studenten overwinnen.
De studenten konden aan de lijve ondervinden hoe taal een barrière kan zijn. Alleen voor de Ieren was Engels de moedertaal. De Belgische studenten switchten relatief vlot tussen het Engels en het Frans hoewel het soms zoeken was naar de juiste en gepaste woorden. Op deze manier ontdekten de studenten hoe moeilijk het moet zijn voor migranten om aan te komen in een land waarvan de taal niet kennen. Voor veel onder hen was dit een echte eye-opener.
“Ik zal de moeilijkheden die we ondervonden op taalvlak deze week nooit vergeten in mijn later beroep als sociaal werker. Hoewel Engels onze gemeenschappelijke voertaal was, liepen de frustraties soms hoog op als we niet de exacte woorden konden vinden om onze gevoelens of gedachten tegenover elkaar te kunnen uiten.”

Het leren van ervaringsdeskundigen kent vele voordelen.
Zowel studenten als docenten waren dankbaar voor de leerkansen deze week. Via deze internationale leerweek kregen ze de kans om bij te dragen aan een meer inclusieve en ondersteunende samenleving voor iedereen, ongeacht hun achtergrond of afkomst.
Mijn reflecties over de stemming van de resolutie over mensen met een beperking
Op 23 januari dienden Ann De Martelaer, Staf Aerts en Jeremie Vaneeckhout (Groen) een voorstel tot resolutie in over het verbeteren van het statuut van lokale mandatarissen met een handicap. De eisen waren haalbaar en laagdrempelig:
Deze resolutie werd tot mijn grote verbazing door de meerderheidspartijen verworpen. Ik bekeek zorgvuldig de commissievergadering en merkte dat heel wat commissieleden slecht geïnformeerd waren. Op de koop toe kwamen ze aanzetten met ronduit foute tegenargumenten.
Mijn eigen weg om me kandidaat te stellen voor de verkiezingen is een illustratie van hoe complex deze ogenschijnlijk louter politieke keuze voor mensen met een beperking eigenlijk is .
Toen ik overwoog om een kandidaat te stellen voor de gemeenteraadsverkiezingen vroeg ik me af welk effect mijn kandidaatstelling zou hebben op mijn statuut als persoon met een beperking. Ik legde mijn oor te luister bij verschillende organisaties voor personen met een beperking maar daar kon men mij geen antwoord geven.
Ik klopte aan bij de Vereniging voor Vlaamse steden en gemeenten, mijn vroegere werkgever, maar ook daar geen antwoord.
Eens aankloppen bij de eigen partij Vooruit. Die konden me helaas ook niet helpen.
Het gemeentehuis dan, zoals meneer Van Miert (N-VA) in de commissie voorstelde. De stad Gent is geen kleine gemeente en de competentie en kennis van de stadsmedewerkers schat ik hoog in, maar ook zij konden me niet geen antwoord bieden. Dus meneer Van Miert, uw veronderstelling dat de ‘geijkte kanalen’ voldoende zijn, gaat niet op. En sinds wanneer doen wij aan politiek op basis van veronderstellingen? Moet dat niet op basis van feiten zijn? Kleine spoiler: we weten trouwens niet hoeveel mensen met een beperking aan politiek doen hoewel we wel het aantal vrouwelijke of mannelijke politici én hun leeftijd weten. Net zoals we niet weten hoeveel mensen met een beperking er precies in België leven. Wat niet bestaat, telt niet?
De federale overheidsdienst voor sociale zekerheid kon me via de telefoon ook niet meteen beantwoorden. Ik moest de vraag op mail stellen en een paar weken later kreeg ik antwoord van hun juridische dienst.
Het werd duidelijk dat ik eerst toestemming moest vragen aan de adviserend arts van het ziekenfonds maar via welk formulier moest ik dat doen? Is op een lijst van de gemeenteraadsverkiezingen staan vrijwilligerswerk of iets anders? Om de aanvraag te doen bleken er namelijk verschillende formulieren te bestaan. Ik moest ook een verantwoordelijke opgeven die over mijn taken waken. Hiermee moest ik meteen kleur bekennen. Wat als de persoon die me toestemming moest geven een anti-socialist was? Een paar dagen later kreeg ik antwoord van het ziekenfonds dat ik het verkeerde document had ingevuld. Op een lijst staan is namelijk geen vrijwilligerswerk maar een ‘activiteit’. Ik begrijp het nog steeds het verschil nog steeds niet.
Het ziekenfonds belde me een week later terug om wat extra vragen te stellen en beloofde me een positief advies te geven aan de arts maar waarschuwde me dat indien ik effectief zou verkozen worden dat ik opnieuw de toestemming zou moeten krijgen van de arts om mijn mandaat uit te voeren. Ook commissielid Yves Buysse (Vlaams Belang) had het dus bij het foute eind toen hij aanhaalde dat het probleem zich helemaal niet stelt bij de kandidaatsstelling.
Tussen de overweging om op de lijst te staan en het uiteindelijke antwoord zaten er 2 en een halve maand. Net de dag voordat de kandidaten van de Voor Gent lijst bekend werden gemaakt had ik een officieel antwoord mét toestemming van het ziekenfonds. Dit zou toch zo lang niet mogen duren? Welke hindernissen heb ik eigenlijk moeten nemen en welke obstakels heb ik moeten overwinnen om alleen al de overweging te maken om op een lijst te staan. Dit is helemaal geen inclusief beleid? Een gemeenteraad of een parlement moet toch representatief zijn voor de maatschappij? Ik behaalde een bachelor in sociaal werk, 2 universitaire diploma’s en een doctoraat. Ik zou dus over voldoende competenties en onderzoek vaardigheden moeten beschikken om de correcte informatie op een relatief korte termijn te achterhalen en dat was dus niet het geval.
Het recht om deel te nemen aan politieke processen is een fundamenteel aspect van gelijkheid en inclusie. Personen met een beperking hebben dezelfde rechten en moeten daarom gelijke toegang hebben tot politieke participatie. Personen met een beperking vormen een aanzienlijk deel van de bevolking. Het is belangrijk dat hun stem wordt gehoord en dat zij vertegenwoordigd zijn in alle niveaus van de politiek, zodat hun belangen en behoeften worden erkend en aangepakt. Personen met een beperking hebben unieke ervaringen en expertise op het gebied van toegankelijkheid, gezondheidszorg, sociale voorzieningen en andere kwesties die relevant zijn voor beleidsvorming. Hun deelname kan helpen bij het informeren van beleid en het creëren van meer inclusieve en effectieve oplossingen.
Ik stelde me kandidaat voor de komende verkiezingen omdat ik een krachtig signaal van inclusie en diversiteit wil geven. Het zien van personen met een beperking die actief betrokken zijn bij de politiek kan anderen inspireren om ook deel te nemen aan het politieke proces. Laten we progressieve krachten bundelen om dit te realiseren.
PS: Vooruit ondersteunde deze resolutie uiteraard wél.

Vorig jaar peilde ik bij de tweedejaarsstudenten sociaal werk aan Arteveldehogeschool naar hun visie op het werken met ouderen. De resultaten onthulden een interessant fenomeen: slechts een schamele 3 % van hen geeft aan bewust te kiezen voor het vak ‘Ouderen’. Echter, verrassend genoeg blijkt dat tijdens hun stage maar liefst 19 % van deze studenten daadwerkelijk met 65 plussers werkt.
De interactie met ouderen beperkt zich niet alleen tot de stageperiode; ook in hun dagelijks leven hebben de studenten aanzienlijk veel contact met oudere mensen bijvoorbeeld met hun grootouders. Het merendeel van de studenten ervaart deze contacten als waardevol en positief. Desondanks schetst het beeld dat zij hebben van ouder worden vaak een somber plaatje: maar liefst 95 % associeert het met fysieke en cognitieve achteruitgang. Opvallend is dat de studenten veel minder oog lijken te hebben voor de positieve aspecten van ouder worden, zoals het hebben van meer vrije tijd (13 %) en het bezitten van levenswijsheid (20 %) en dat moet anders.
Dit decennium is door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uitgeroepen tot het decennium van gezond ouder worden. Het is essentieel dat we niet alleen bij jongeren streven naar een verandering in hun mindset, emoties en gedrag met betrekking tot leeftijd en ouder worden maar het is minstens zo belangrijk dat ouderen zich bewust zijn van de mechanismen van ageism. Daarom ging ik graag in op het uitnodiging van Okra Oude Bareel om samen met hun leden de film Rebels te bekijken en daarna met hen in gesprek te gaan. Ik deel graag deze quotes van enkele deelnemers :
Om de uitdaging van vergrijzing aan te pakken, is het cruciaal dat we onze krachten bundelen. Jongeren en ouderen moeten samenwerken om ageism te bestrijden. Alleen door dit te doen, kunnen we jongeren aanmoedigen om met ouderen te werken. Tegelijkertijd moeten ouderen zich maximaal inzetten om zo gezond en actief mogelijk ouder te worden en daarbij mogen ze zich gerust van hun meest wilde en rebelse kant laten zien.
Ik ben geboren met ‘proximale femur focale deficiëntie (PFFD)‘, een zeldzame maar niet-erfelijke afwijking die voorkomt bij 1 à 2 op 100.000 pasgeborenen. PFFD tast het bekken en het dijbeen aan. In mijn geval is de heup vervormd en is mijn rechterbeen verkort.
Tijdens mijn kindertijd onderging ik veel operaties waaronder 4 beenverlengingen. Er volgden heel wat complicaties waardoor ik mijn halve lagere schooltijd in het UZ Gent doorbracht. Toch heb ik veel warme herinneringen aan de goede zorgen van de verpleegkundigen en artsen en kon ik mijn schooltijd op een normaal ritme doorlopen dankzij de ziekenhuisschool die ook toen al uitstekend werk leverde.
Helaas slaagden de artsen er nooit in om het verschil tussen de 2 benen te corrigeren. Ik stapte nooit zelfstandig maar steeds met behulp van krukken. Tot ik in 2016 door de arts bevolen ben om me te verplaatsen in een rolstoel om verdere overbelasting van de andere gewrichten tegen te gaan. Mijn leven zag er vanaf dat moment heel anders uit.

De term ‘zeldzame ziekte’ verwijst naar een ziekte die bij een relatief klein aantal mensen voorkomt. Zeldzame ziekten brengen complexe gezondheidszorguitdagingen met zich mee die vaak over het hoofd worden gezien. Omdat ze zeldzaam zijn, brengen ze vaak specifieke problemen met zich mee:
Mensen met een zeldzame ziekte ervaren vaak verhoogde kwetsbaarheid op psychologisch, sociaal, economisch en cultureel gebied. Het aanpakken van deze uitdagingen vereist passende beleidsmaatregelen. Bovendien leidt het tekort aan wetenschappelijke en medische kennis vaak tot ongediagnosticeerde gevallen, waarbij de aandoening van de patiënten onbekend blijft. Deze laatste groep heeft vaak de grootste moeite om de benodigde ondersteuning te verkrijgen.

Ik heb jarenlang gependeld vanuit Gent naar Brussel. In die periode liep ik nog met 2 krukken en kon ik relatief vlot de trein op, hoewel ik wekelijks gevloekt heb op de hoge opstappen op de trein, roltrappen die niet werkten, ontbrekende liften en passagiers die hun zitplaats niet wilden afstaan. Aan de pendel’pret’ kwam in 2016 abrupt een einde toen ik van de arts de boodschap kreeg dat ik vanaf dat moment de rolstoel in moest. Het betekende meteen ook het einde van mijn carrière bij VVSG en de VUB. Elke dag met de rolstoel en de trein naar Brussel zag ik niet zitten.
Beterschap op komst
De NMBS stelde op 15 februari 2023 het eerste van 130 treinstellen voor, wat mensen met beperkte mobiliteit of ouders met een kinderwagen in staat stelt om zelfstandig de trein te nemen. Deze rijtuigen hebben deuren met een gelijke instaphoogte als de nieuwe perrons. Bovendien zijn er aanpassingen in het treinstel gedaan om de toegankelijkheid te verbeteren. De NMBS streeft ernaar dat tegen eind 2026 elke nieuwe trein een autonoom toegankelijk rijtuig en een rijtuig voor fietsen heeft.
Maar daarmee is het probleem niet opgelost:
Het zal immers nog tot 2026 duren voordat elke trein voorzien is van een toegankelijke wagon.
Hoewel de nieuwe rijtuigen zijn aangepast aan de hoogte van de stations, zijn op dit moment slechts 103 stations volledig toegankelijk voor mensen met een beperkte mobiliteit. De NMBS streeft ernaar om tegen eind 2032 dit aantal te verhogen naar 176. Een station is integraal toegankelijk als het is voorzien van een helling of een lift naar elk perron. De perrons moeten ook een hoogte hebben van 76 centimeter en het station moet zijn uitgerust met geleidelijnen voor slechtzienden.
Een perron van 76 centimeter zet de deur open naar vlot in de trein raken, maar dat is nog geen garantie op een vlot traject. Voor een kinderwagen of zware koffer is er vaak een helpende hand in de buurt, mensen met een handicap moeten eerst een lang lijstje voorwaarden afvinken.
Reizigers met een mobiel hulpmiddel, zoals een rolstoel of scootmobiel, moeten tussen de 24 en 3 uur voor hun vertrek een NMBS-ploeg boeken die hen in en uit de trein kan helpen bv. Niet handig als je bv een vergadering hebt waarvan je het einduur niet kent of je besluit toch nog iets te gaan eten na een museumbezoek.
Maar het is een begin. Het vervolg zal ik nauwlettend in het oog houden.![]()
Het is onaanvaardbaar dat personen in een rolstoel moeten rekenen op de welwillendheid van eigenaars om hun bankfiliaal rolstoeltoegankelijk te maken. Overal waar dat niet zo is moeten ze rekenen op de hulp van omstaanders om aan hun eigen geld te kunnen. Er moet zo snel mogelijk een wettelijke toegankelijkheidsverplichting komen.
Maar het kan ook anders.
Het cashpunt van Batopin in de Veldstraat werd na tussenkomst van het stadsbestuur toegankelijk gemaakt voor rolstoelgebruikers, mensen met een buggy of rollator. Wel jammer dat deze aanpassing nadien moest gebeuren en niet van bij het begin op de juiste manier werd uitgevoerd. Dat had kosten en veel ergernis uitgespaard en het onderstreept nogmaals het belang van Universal Design.
Universal Design of ontwerpen voor iedereen is een manier van ontwerpen die bij elk ontwerp rekening houdt met uiteenlopende soorten gebruikers. Zonder aparte aanpassingen voor elke mens die anders is dan het gemiddelde.
Het doel is een mooie en aantrekkelijke vormgeving voor een resultaat dat iedereen kan gebruiken.
Als de federale overheid nu nog de wetgeving aanpast waardoor ook verlaagde automaten mógen geïnstalleerd worden – die ook door rolstoelgebruikers gemakkelijk frontaal kunnen worden gebruikt – dan zijn we er.


Het moet maar eens gedaan zijn met die negatieve beeldvorming van 60-plussers. Ageism heet dat, in schoon Nederlands: leeftijdsdiscriminatie of stereotiep denken over eender welke leeftijd. Maar de grote gevolgen die negatief denken over ouder worden op maatschappelijk heeft, zijn ongelooflijk groot, zowel op gezondheidsvlak als financieel.
Herbeluister hier mijn bijdrage tijdens het radio 1 programma ‘De Wereld van Sofie’
Leeftijdsdiscriminatie is een van de laatste taboes maar is niet onschuldig. Het ondermijnt niet alleen je mentale maar ook je fysieke gezondheid. Ik ga erover in gesprek met Evy Gruyaert en Maarten Van Gramberen verneemt er meer over in de podcast ´Alles goed?´ op @vrtmax_be. Te beluisteren via deze link
